Het watersysteem van 400 jaar geleden vergeleken met nu – 12 oktober 2015

12 Okt

Eend 16 zw op 100InleidingDrie-armige zeekrekenkooi Ruigoord
In deze periode van het jaar krijgt, op last van het Hoogheemraadschap van Rijnland, de doorstroming van sloten en watergangen weer volop onze aandacht (zie ook Facebook). Het water moet vrij kunnen stromen omdat het onderdeel is van het hele watersysteem van de regio.
Omdat onze eendenkooi uit 1652 stamt en het Hoogheemraadschap toen al zo’n vierhonderd jaar bestond (1255) viel de kooiker ook toen al onder het toezicht van de Dijkgraaf en zijn Hoogheemraden. Daarom kijken we hoe hier in de beginjaren van de kooi van Ruigoord met de waterhuishouding is omgegaan.

Aanloop tot de eendenkooiDe vorming van een kwelder
In de 12e en 13e eeuw werd het eiland Ruigoord in toenemende mate bedreigd door het getijdewater van het IJ, dat destijds in directe verbinding stond met de Zuiderzee. Vanwege de aanhoudende vernatting kwam op het eiland in de 14e eeuw de nadruk op veeteelt te liggen; akkerbouw was in dit natte land erg moeilijk geworden. Via kreken stroomde zoet regenwater van het eiland af, het IJ in. Bij zwaar weer en vloed overstroomden vervolgens grote delen van het eiland met het brakke IJ-water. Het vergde veel onderhoud en reparatie om het land goed te beheren. In het begin van de 16e eeuw konden de boeren en landeigenaren van Ruigoord het onderhoud van het eiland niet langer financieren; zij verkochten hun grond aan het Hoogheemraadschap van Rijnland.

VerbeteringenKwelder met getijdekreek.
Als aanvulling en verbetering op de natuurlijk gevormde kreken groef Rijnland verschillende afwateringssloten en wierp een nieuwe dijk op het eiland op. Opvallend is dat deze dijk een kronkelig tracé had en ook vrij ver landinwaarts van de oever is aangelegd. Een groot deel van de zuidelijke punt van het eiland werd buitendijks gehouden. In dit buitendijkse gebied hadden de elementen nog vrij spel en functioneerden de getijdekreken oftewel ‘prielen’  als vanouds. Door slibopbouw ontstond hier in de loop der tijd een hoger gebied (kwelder of schor), dat alleen nog bij springtij en zware stormen onderliep. Hier is rond 1652 buitendijks de ‘zeekooi’ van Ruigoord gemaakt. De uitstroom van regenwater via een kreek werd gereguleerd door een eenvoudige stuw. Hier vormde zich een forse, ondiepe zoetwaterplas. Aan dit ovale meertje werden vervolgens, op verschillende windrichtingen, drie vangpijpsloten gegraven. De vrijgekomen vruchtbare grond werd in het omliggende gebied verspreid. Daarin kon dan weer het kooibos groeien.

In ere hersteldHet laaste stuk van de uitlaakreek en de duiker
De kooiplas van Ruigoord had aan haar noordzijde een inlaatkreek met een redelijk constante regenwaterinlaat en aan haar zuidzijde een uitlaatkreek waar met rustig weer en laag tij overtollig water geloosd kon worden. Dit was ook een manier om het water van de kooiplas op het gewenste peil te houden en om, na een overstroming vanwege een storm of springtij, het zoute IJ-water weer te vervangen voor zoet. In een omgeving met veel brak water was destijds een beschutte plas met zoet water erg aantrekkelijk voor eenden. Die zoeken immers een rustige, ondiepe plas met zoet water om te kunnen grazen en ‘grondelen’.
Bij de reconstructie van de eendenkooi van Ruigoord hebben we nu zowel de in- als de uitlaatkreek in ere hersteld. Op dit ogenblik brengen we nog een laatste stukje eikenhouten beschoeiing aan in de uitlaatkreek en wordt die ook weer uitgebaggerd. Dan zijn we klaar voor de ‘schouw’.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: