Een bezoek aan de eendenkooien van Terschelling – 6 januari 2016

6 Jan

Eend-3 op100Frans Rodenburg had aan het einde van het jaar de tijd om met zijn vriendin een waddeneiland te bezoeken dat rijk is aan eendenkooien. En, zoals gewoonlijk, kon hij het niet laten in de plaatselijke geschiedenis te duiken.

Terschelling

Eendenkooi op Oost- Terschelling, N 53 24.420 E 5 23.826, FR
Begin augustus 2015 was Kees Jaap Harting, wonend op het waddeneiland Texel bij ons in Ruigoord op bezoek. Als enthousiast lid van de Nederlandse Eendenkooivereniging, attendeerde hij Frans Rodenburg op de fraaie eendenkooien die tegenwoordig nog op de waddeneilanden aanwezig zijn. Afgelopen maand was Frans dan eindelijk in de gelegenheid om de oversteek naar de Wadden te maken, in dit geval naar Terschelling. Daar zijn vanaf begin 1600 tot op heden 15 (!) kooien in bedrijf geweest. Daarvan zijn er nu nog maar liefst zeven in het landschap terug te vinden. Drie liggen in de open polder: de Landerumer-, Formerumer- en Hoornerkooi. En vier kooien liggen buitendijks, op de Grië: de Takken-, JanWillems-, Horre- en Rimkeskooi.

Strikken en kooienBrandaris van Terschelling
Vanuit het Scheldegebied en de Zuidelijke Nederlanden raakte, in het begin van de 17e eeuw, het vangstprincipe van de eendenkooi op Terschelling bekend. De eerste officieel geregistreerde kooi op het eiland dateert van 1634, een kleine twintig jaar eerder dan onze kooi van Ruigoord. Vóór die tijd vingen de eilanders eenden met speciale strikken (van paardenhaar), Tsjilmen genaamd. Het succes van zoveel eendenkooien is te verklaren uit het feit dat Terschelling  op de ‘trekvogel-route’ ligt. Het vormt een onmisbaar fouragegebied voor heel veel vogels, waaronder ook allerlei eendensoorten. En die vormden op hun beurt voor de eilanders weer een welkome aanvulling op tafel en in de portemonnee. Het leven voor de meeste eilanders van het Wad was namelijk geen vetpot. Naast vis vingen zij daarom konijnen en eenden als aanvulling op het menu. Verkoop van het ‘overschot’ vormde daarnaast een welkome, en groeiende inkomstenbron.

Varen op AmsterdamScheepvaart op Zuiderzee
Eeuwenlang was het verraderlijke Vlie, tussen Terschelling en Vlieland, de belangrijkste doorgangsroute voor zeeschepen naar de Zuiderzee; eerst waren dat voornamelijk Hanzesteden als Kampen, Deventer en Zutphen, maar later vooral VOC-hoofdstad Amsterdam. De beroemde vuurtoren van het eiland, de Brandaris, is vanaf 1594 zelfs (mede) op initiatief van de opkomende havenstad Amsterdam gebouwd. Aan het begin van de Gouden Eeuw bestond er al een intensieve samenwerking in de koopvaardij, beloodsing, passagiersvervoer en scheepsberging tussen de zeer ervaren zeevaarders van Texel en Terschelling en de opkomende VOC-steden zoals Vlissingen, Middelburg, Hoorn en Amsterdam. En toen, bij de snelle groei van Amsterdam, de lokale eendenkooien (waaronder de kooi van Ruigoord) qua opbrengst tekortschoten, wisten ondernemende ‘voghelvaerders’ hun bederfelijke waar snel naar het ‘hongerige’ Amsterdam te vervoeren. Het is aannemelijk dat zonder deze dappere beurtschippers (het Vlie is een waar scheepskerkhof!) de eendenexport van Terschelling, en daarmee ook het aantal kooien, nooit zo omvangrijk zou zijn geworden.

 

Eén reactie to “Een bezoek aan de eendenkooien van Terschelling – 6 januari 2016”

Trackbacks/Pingbacks

  1. Leren van het landschap; over zeekooien – 1 februari 2016 | De eendenkooi van Ruigoord - 01/02/2016

    […] deel 1 van het verslag van het bezoek aan Terschelling schreven we al over de vier buitendijkse kooien. Een belangrijke reden om daar te gaan kijken was […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: