Bezoek aan Texel: de kooi bij Spang – 1 augustus 2016

11 Aug

Frans Rodenburg is de afgelopen week kort op het waddeneiland Texel geweest. Hier zijn nog vier eendenkooien in het landschap terug te vinden, waarvan Frans de kooi bij Spang bezocht. Naar de-kooiplas-van-Spang-met-vier-vangpijpenverluidt is dat één van de oudste, die er in ieder geval tijdens de Gouden eeuw al heeft gelegen.

Spang: kleine kooiplas
De eendenkooi bij Spang is in beheer bij de Vereniging Natuurmonumenten. Hij krijgt op dit ogenblik een flinke onderhoudsbeurt. Het is goed te zien dat hier graaf- en baggerwerkzaamheden zijn uitgevoerd en dat beschoeiing en rietschermen vervangen worden. Een in het oog springend kenmerk is de relatief kleine kooiplas van het traditionele roggenei-model (vier vangpijpen). Qua formaat is deze kooiplas vergelijkbaar met die van Ruigoord (met drie vangpijpen). Van origine wordt de kooiplas van vers, zoet water voorzien met behulp van een kleine watermolen, die vanwege de noodzakelijke windvang op enige afstand van het kooibos is gebouwd.Waterpomp-met-kooihuis-op-de-achtergrond

Blikvanger
Maar de echte blikvanger is het witstenen kooihuisje, gebouwd aan de rand van het kooibos. De bouw is geïnspireerd op de traditionele Texelse schapenboet. De Tesselse ‘Skéépeboet’ was een kleine schuur waarin hooi en andere voer voor de schapen was opgeslagen. Hij is fraai vormgegeven met een afgeschuinde topgevel op het zuidwesten, de zijde van waaruit de meeste wind te verwachten is. Uit de omvang, het ontwerp en de materiaalkeuze van dit huisje kan je opmaken, dat de kooi van Spang ooit een lucratieve eendenkooi is Kooihuis-Spanggeweest, wat weer goed is te verklaren uit de economische voorspoed die de VOC heeft gebracht.

Victualiën voor de vloot
Gedurende de 17e eeuw hebben vele duizenden VOC-schepen aan de luwe oostzijde van Texel voor anker gelegen. Hier lag bijvoorbeeld in mei en juni 1667 de Nederlandse oorlogsvloot voor anker, voor de start van de roemruchte Tocht naar Chatham. Maar ook zeilschepen met Waterput-Texelverre bestemmingen in de Oost of West lagen hier ‘aan de reede’ (een veilige, buitengaatse ankerplaats) bij het plaatsje Oudeschild te wachten op een gunstige wind. Mede vanwege het verraderlijk ondiepe water van de Zuiderzee, waren de grootste schepen met de meeste diepgang, vaak genoodzaakt voor anker te gaan bij Texel, in plaats van in de havens van Amsterdam, Hoorn, Medemblik of Stavoren. De bevoorrading met onder andere de victualiën Maquette-van-bevoorrading-op-de-rede-van-Texel(proviand/levensmiddelen) werd dan ook met name hier gedaan. Het ijzerhoudende – en dus langer houdbare – Texelse drinkwater, bier, schapen en ook verse kooi-eenden, zeker ook van de kooi bij Spang, vonden vanaf het eiland hun bestemming aan boord. Toch profiteerde daarvan niet iedereen aan boord. Malse eendenboutjes waren er alleen voor de officieren en bleven niet veel langer goed dan een week of anderhalf; zeker bij eind-van-een-vangpijp-bij-Spangwarm weer. Dan moesten ook de hogere rangen het weer doen met gezouten vlees en stinkend oud bier. Een culinaire cruise waren de langere reizen zeker niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: