BIJ-vangst

29 Jul

In de 17e en 18e eeuw waren de hoeveelheden gevangen eenden, en dus de inkomsten voor een kooiker, veelal ongewis. Het was dus van levensbelang er zorg voor te dragen dat er voldoende neveninkomsten waren.

Rijpe pruimen in de boomgaard van de eendenkooi

 

Eend en pruimen
Het verbouwen en verhandelen van riet voor daken, het aanplanten van hazelaars voor de oogst van hazelnoten en het kweken van groenten en fruit boden een welkome aanvulling op een soms slechte eendenvangst.

Meneer Clutius

Meneer Clutius
Al in 1578 had Dirck Outgaertzn Cluyt, de in Haarlem geboren apotheker, een succesvolle, productieve tuin met kruiden, fruit en een bijenstal voor de noodzakelijke bestuiving. Dit succes en de deskundigheid van Cluyt bleef niet ongemerkt bij het bestuur van de Leidse Universiteit, en in 1594 kreeg ‘meneer Clutius’ een eervolle aanstelling om naast het universiteitsgebouw de nieuwe aanleg van de Hortus Botanicus ter hand te nemen.

Uitdragen van bij-zondere kennis
Clutius was de eerste Hollander die een boek over het belang van het houden van bijen schreef: ‘Van de Byen, hare wonderlicke oorsponc’. In de vele jaren die volgden drong bij boeren en landarbeiders geleidelijk het besef door dat voor een rijke fruitoogst een intensieve bestuiving door bijen noodzakelijk was. Een belang naast het winnen van honing en bijenwas.

Voorbeeld uit het verleden
Voor een historisch juist voorbeeld van een houten bijenhuis om gevlochten bijenkorven in te plaatsen, is Frans Rodenburg deze maand op bezoek geweest bij de Hortus in Leiden. Hier kon Frans aan de hand van een replica van het bijenhuis van Clutius de nodige inspiratie opdoen en de benodigde materialen voor de bouw van een nieuw bijenhuis voor de eendenkooi van Ruigoord opnemen.

Het ‘wassen’ van staven in een molenrad.
Foto: molen de Hoop

Een 17e eeuws smeermiddel
In de Gouden Eeuw kon onze kooiker van Ruigoord zijn timmerhout voor de bouw van een bijenhuis van verschillende leveranciers uit de omgeving afnemen, zoals de nabij gelegen pakhuis-bouwplaatsen en de scheepstimmerwerven van Amsterdam. Voor op maat gezaagd hout kon hij terecht bij een van de velen houtzaagmolens in de omgeving. Mogelijk kon onze kooiker wel een paar mooie windgezaagde planken afnemen van de lokale molenaar in ruil voor een paar vers gevangen eendjes, wat eigen gekweekt fruit of een flink blok bijenwas. Bijenwas is het meest ideale smeermiddel voor de raderen van windmolens.

Een adequaat stukje ruilhandel, of het nu bloesem en bijen betreft, of molenaars en kooikers, zoals Clutius het zou zeggen: ‘Godt voet alle creaturen’!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: