Archive by Author

De pijp uit

4 nov

De eerste vangpijp van de eendenkooi van Ruigoord is van het oude, originele Vlaamse type. Een ontwerp dat in de 14e en 15e eeuw in Vlaanderen is ontstaan en later, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, met de vele Vlaamse vluchtelingen naar Holland is mee verhuisd.

Simone Stokman

Een oud ontwerp
Een opvallend kenmerk van dit originele type is de halfcirkelvormige bogen die over de gehele lengte van de vangpijpsloot zijn aangebracht. Deze bogen, of beugels, steunen bij dit ontwerp niet op de rietschermen, maar staan op de grond tussen de sloot en de schermen in. Een ander deel van dit originele ontwerp betreft het einde van de vangpijp. Dit is het deel waar de eenden uiteindelijk bij het vangen in terechtkomen en door de kooiker gepakt kunnen worden. Bij dit oude type is dit veelal een afneembare fuik die ook wel in de visserij wordt gebruikt. Slechts bij één Nederlandse eendenkooi wordt van oudsher nog zo’n vangfuiknet gebruikt.  Dit betreft de eendenkooi van de familie Stokman in Vijfhuizen.

Beeldende beschrijvingen
In Oost-Vlaams dialect uit 1621 wordt het vangfuiknet beschreven als: “En wert dan in een sack haer dolle vlucht gestut’’ (sack = fuiknet). Twee jaar na de formele oprichting van de eendenkooi van Ruigoord, in 1652, wordt in Holland de werking van de fuik als volgt beschreven: “…. ende jaeghtse in het Net, op het eynde van de Pijp, op het ’t Landt gespannen, die dan het Net oprukt ende toetrekt, ende dese gevangen vogelen doot”.

Kooikerhuisje op Terschelling

Achter het net
Dit afneembare net werd, als er door de kooiman niet gevangen werd, meegenomen en in het kooihuisje bewaard. Dit, om vernieling, diefstal of het vangen van eenden door andere personen te voorkomen. Daarnaast was het niet alleen een essentieel, maar ook een kostbaar onderdeel van de vangpijp, dat niet op de vangplek werd achter gelaten.

Impressie
Om vandaag de dag de bezoekers van de eendenkooi van Ruigoord het jaar rond een indruk van zo’n vangfuiknet te kunnen bieden, hebben wij ervoor gekozen een vaste, niet afneembare impressie van dit net te maken. Afgelopen maand hebben wij hiertoe een weer en windbestendige versie van het origineel ter plaatse gemaakt. Vervaardigd op eikenhouten sloffen, visnet uit het havengebied uit IJmuiden en met stalen beugels gemaakt door de smid.

Elke kooi uniek
Omdat in de jaren na de oorspronkelijke introductie van dit Vlaamse ontwerp van de vangpijp de Hollandse kooimannen dit type geleidelijk gingen aanpassen en verbeteren, werd het vangfuiknet ook wel vervangen door een vangkistje met sluitklep. Deze geleidelijke evolutie in de 17e en 18e eeuw hebben wij ter plaatse bij onze eerste vangpijp van de eendenkooi van Ruigoord in beeld gebracht door het aanbrengen van een houten valdeurtje, door middel van een lang touw op afstand te bedienen. Elke Hollandse kooiker paste destijds zo zijn eigen persoonlijke vindingen toe. Dit maakte alle eendenkooien afzonderlijk uniek en geen twee hetzelfde.

Vandaag de dag worden er op eendenkooien geen eenden meer gevangen voor consumptie, maar uitsluitend voor het ringen om de vogelstand te bestuderen.

Vangfuiknet met valdeurtje, eendenkooi Ruigoord

Een bijzondere aankoop

27 okt

In 1652 legden Simon Claese en Claes Cornelissen, opzichters van het Hoogheemraadschap van Rijnland, hun inspectieschuit aan op het meest zuidelijke deel van het eiland Ruigoord. Maar deze twee opzichters, en tevens de oprichters van de eendenkooi van Ruigoord, zie ook onze eerdere blog De cost gaet voor de baet uyt, waren zeker niet de eerste ondernemers op dit weerbarstige eiland. Het was het toenmalige stadsbestuur van Amsterdam dat al eerder haar oog had laten vallen op dit eiland in het IJ. Formeel om hier riet te laten oogsten, maar mogelijk speelde hier ook nog strategische motieven.

Slechts 400 roeden
Het zal ongeveer begin van het jaar 1551 zijn geweest dat Cornelis Buijck Zijbrantsz, de ambachtsheer van Sloten, aanmeerde bij een van de landinhammen, ook wel zijlen genoemd, ten oosten van Ruigoord. Sloten, van origine een terpdorp, maakte vanaf 1529 onderdeel uit van de stad Amsterdam. In opdracht van de Thesaurie, een financieel onderdeel van het stadsbestuur, vond de ervaren Buijck Zijbrantsz op Ruigoord een specifiek stuk grond gelegen direct ten zuiden van de banslootscheiding, op de hoger gelegen oostzijde van het eiland. Op 20 april 1551 werd hier de aankoop van een klein kavel van ‘slechts’ 400 roeden* beslecht. Vertaald uit de orginele beschrijving van de aankoop: ’ Een madt lants genoempt die Smaele Strenge gelegen over IJe op Ruijgenoort inden ban van Houdtrijck‘.

* Amsterdamse roede (= 13 voet) is 3,68 m

(Be)Sloten
De stad heeft deze grond op het eiland in haar bezit gehouden tot 1677. Opvallend is dat de Amsterdam na 1677 geen grond meer op Ruigoord in eigendom heeft gehad tot aan begin jaren ’60 van onze vorige eeuw. Het betreffende kavel, de Smaele Strenge, bestaat vandaag de dag nog steeds in groene, ongerepte staat en is lokaal bekend als Ruigoord-Zuid (West). Het is momenteel in bruikleen gegeven aan Stichting Het Eiland (die deze maand haar 20 jarig bestaan viert). Vernoemd naar de herkomst van Buijck Zijbrantsz staat in de bruikleenovereenkomst van dit bijzondere kavel, 468 jaar na dato, de kadastrale duiding ‘Sloten’ nog steeds vermeld.

Zicht op Ruigoord-Zuid anno 2019 oftewel ‘de Smaele Strenge’

De wederdopers bezetten de dam (1535)

Reden voor aankoop
De tijd van aankoop in 1551 van het bewuste kavel was een onrustige periode voor de overwegend katholieke stad Amsterdam. Dit was de periode in de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) waarbij fanatieke wederdopers, vaak traditionele ambachtslieden veelal afkomstig vanuit het buitengebied, de stad onveilig maakten, en de Geuzen uit de Zaanstreek zich op het water van het oude IJ begonnen te roeren. Van oudsher hoorde het noordelijke deel van het eiland Ruigoord bij Westzanen. De aankoop van een buitenpost gelegen in Ruigoord-Zuid, direct aan de grens met het ‘geuzenland’ kon voor de stad wellicht strategisch van belang zijn (!). Ruim na het einde van de Tachtigjarige Oorlog, toen de rust weer was wedergekeerd, verkocht de stad dit kavel aan het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het had waarschijnlijk voor dat moment zijn doel gediend.

Bovenstaande informatie is samengesteld met medewerking van het Stadsarchief Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam.

De oude boomgaard van Ruigoord-Zuid

De cost gaet voor de baet uyt

30 jul
de-strijd-tegen-het-water-bij-de-spaarndammerdijk-ver

de strijd tegen het water bij de Spaarndammerdijk verbeeld door Hansje Brinker

De eerste tastbare sporen van menselijke activiteiten op het eiland Ruigoord dateren vanaf de 11e eeuw. Door hevige stormen en overstromingen rond de wateren nabij de Spaarndammerdijk, bleek dit al vanaf het begin een barre en weerbarstige plek voor haar bewoners. Voor allen die hier letterlijk ‘het hoofd boven water’ probeerden te houden was echter professionele hulp onderweg, al duurde dit best nog wel even …

de Morswaal, in de volksmond ‘de Kleine Braak’, Verenigde Binnenpolder

Van dijkdoorbraak tot wiel in het landschap
Met name in de periode 1453 tot 1508 teisterden meerdere zware stormen de omgeving van het Oer-IJ. De fysieke sporen in het landschap bij Halfweg en Spaarnwoude, veroorzaakt door doorbraken van de hoge Spaarndammerdijk, zijn vandaag de dag nog zichtbaar. Door de vaak draaiende, kolkende beweging van het water bij zo’n doorbraak worden deze plassen ook wel ‘wielen’ genoemd.

kaart van bovenaanzicht Gemeenlandshuis Halfweg met aanlegsteiger voor scheepjes in het IJ

Baas boven baas
Lokale dijkdoorbraken genereerde enorme schade voor een nog groter achterliggend grondgebied. Dit te voorkomen was mede de reden dat vanaf 1578 het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland het beheer en onderhoud van de verwaarloosde Spaarndammerdijk overnam van de sterk verarmde inwoners van Spaarnwoude, Hofambacht en Houtrijk & Polanen.

het Gemeenlandshuis te Halfweg kort voor haar transformatie tot onderdeel Suikerfabriek

Vanaf dat moment werd er weer flink geïnvesteerd in kades, sluizen en dijken met als meest in het oog springende bouwwerken het Rijnlandshuis in Spaarndam (1641) en in Halfweg (± 1648). Vanuit deze ‘gemeenlandshuizen’ van Rijnland werd de veiligheid rond het gebied van de Spaarndammerdijk georganiseerd en bewaakt.

Wie appelen vaart, die appelen eet
Het zal rond de eerste maanden van het jaar 1652 zijn geweest dat twee opzichters van Rijnland zich per bootje voor een inspectieronde verplaatsten over enkele plaatselijke uitlopers van het IJ, genaamd het Smael Diep en Het Groote Koegat. Bij het passeren van het zuidelijkste puntje van het oude eiland Ruigoord troffen zij hier, wellicht per toeval, de meest ideale en natuurlijke omstandigheden aan voor het bouwen van een ‘entvoghelkoye’.

impressie eendenkooi met kooibos in aanleg 1652, Kees Nevenzel

De geschiedenis weer even voelbaar
Deze maand juli 2019, ruim 367 jaar na dato vond Frans Rodenburg de originele registratie van de eendenkooi van Ruigoord terug in de oude boeken van de Gravelijksrekenkamer uit 1652, zorgvuldig gearchiveerd in het Nationaal Archief in Den Haag. Een bijzonder ogenblik om zo’n oud origineel boek een moment vast te mogen houden en daarmee weer heel even zeer dicht bij de oorsprong van de eendenkooi van Ruigoord te kunnen komen. Enkele dagen later, met enkele kopieën van deze registratie en met behulp van medewerkers van het Noord-Hollands Archief in Haarlem, kon Frans een vertaling maken van dit Oudhollandse handschrift:

Consent om een vogelkoy te mogen stichten op seeckeren landen gelegen buyten dycx op het eij-landt genaemt Ruychoort. Door Symon Claesse ende Claes Cornelisse van Assendelft, beijde geeerde toezieners ’s landts van Rhijnlandt aan den Sparendamsche dijck.

Oftewel, vrij vertaald:
Vergunning verleend om een eendenkooi te mogen bouwen op het geregistreerde kavel (zuidelijk) buitendijks op het eiland Ruigoord. Aangevraagd door Simon Claese en Claes Cornelissen van Assendelft. Beiden erkende opzichters in dienst van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verbonden en werkzaam aan de Spaarndammerdijk.

Still going strong

verkaveld zuidelijk deel eiland Ruigoord met daarbuiten de nieuw aangelegde eendenkooi

Interessant om te ervaren dat een van deze eerste praktische interventies van Rijnland in 1652 richting Ruigoord nog buitendijks bleef, maar daarna geleidelijk over een langere periode van meer dan 120 jaar, tot 1775, de zorg en verantwoording voor de waterhuishouding, dijk en oeveronderhoud en daarbij alle verkavelde grond van heel het eiland Ruigoord van al haar oorspronkelijke eigenaren overnam (!). Dit was tevens het moment dat Ruigoord in de volksmond ook wel het ‘Kooijen eiland’ is gaan heten. Het was vervolgens voor boeren mogelijk hier van Rijnland grond te pachten en tegelijkertijd een beperkt stukje zorg voor de waterhuishouding namens Rijnland uit te blijven voeren. Een van de laatste boeren die op deze wijze op het eiland werkzaam was, heette Simon Rijss. Je kunt over Simon lezen op onze facebookpagina bericht d.d. 22 april 2019. In onze tijd, is het zeker opmerkelijk dat ruim 360 jaar na deze actie, deze organisatie nog steeds een bepalende rol speelt bij de huidige inrichting en functioneren van wat nu het Haven Atlaspark e.o. heet. De eendenkooi van Ruigoord is vandaag de dag op last van Rijnland ook een waterberging voor het gebied.

Geen eend gevangen? Vis is ook lekker!

23 jun

Van alle neveninkomsten van een kooiker, de uitbater van een eendenkooi, liggen die vanuit de visserij het meest voor de hand.

Multifunctioneel materiaal
Echter, een kooiker zit niet te wachten op al te grote vissen in zijn kooiplas. Wilde karpers beschadigen de oeverbescherming en grote vissende vogels, zoals aalscholvers, zorgen voor te veel onrust onder de eenden. Toch zijn er wel andere geschikte onderdelen uit de beroepsvisserij binnen een eendenkooi te vinden.

De netten die over de vangpijpbeugels werden gespannen, waren vaak gebruikte visnetten en aan het einde van een vangpijp werd ook wel een afneembare visfuik gebruikt.

Holland op z’n smalst
Voor onze kooiker van Ruigoord was contact en samengaan met de lokale visserij haast onvermijdelijk. Om in de 17e en 18e eeuw vanuit de aanlegsteiger van het Gemeenlandshuis van Rijnland in Halfweg naar het eiland Ruigoord te varen, voer onze kooiker hier over een van de rijkste viswateren van heel Holland! Hier lagen de oude sluisjes van Halfweg, een krappe doorgang van het zoete water van de grote Haarlemmermeer naar het zoute water van het onstuimige IJ. Een overgang, waar onder andere trekkende paling naar op zoek is. Hier werd in de nazomer en in de herfst door lokale vissers massaal het zogenaamde ‘wintergoed’ gevangen.

Vis-vernuft
Waren sluizen in vroegere tijden voor paling een wat moeilijke barrière om te passeren, in onze tijd zijn moderne gemalen een nog lastigere hindernis. Vandaag de dag is in onze omgeving de doorstroming van zoet naar brak water onder andere terug te vinden bij het Boezemgemaal Halfweg, gelegen in het Westelijk Havengebied van Amsterdam. Bij een aan het gemaal vast gebouwde vernuftige machine, een zogenaamde vispassage, houden Geert Timmermans, de Amsterdamse stadsecoloog, en Piet Ruijter, de laatste beroepsvisser uit de omgeving, een intensieve vistelling bij. Om de bedreigde palingstand goed te kunnen monitoren en bewaken, is dit een uitgelezen plek voor wetenschappelijk onderzoek. Frans Rodenburg mocht deze maand hier een ochtend met Geert en Piet meelopen (en varen!).

Daad bij het woord

9 mei

In onze vorige blog van 22 april jl. ‘Alle beestjes helpen’ vertelden wij over het veldbezoek van Universiteit Wageningen aan Ruigoord en de eendenkooi. Met het adviesrapport van 10 januari 2018 in de hand is Stichting Het Eiland adequaat aan de slag gegaan om de leefomstandigheden van wilde bijen te verbeteren. Hier kun je lezen over de eerste acties en ervaringen. Onderaan deze blog vind je diverse foto’s van ons werk.

Blije bijen op de kooi
Jeroen Scheper en Fabrice Ottburg van Universiteit Wageningen constateerden bij hun veldbezoek aan de eendenkooi van Ruigoord direct al een aantal natuurlijke en zeer gunstige leefomstandigheden voor wilde bijen, zweefvliegen en dagvlinders. Vanaf het begin van de inrichting en reconstructie van deze eendenkooi heeft initiatiefnemer Stichting Het Eiland ruimte gegeven aan spontane begroeiing, zoals wilg en braam. De holle stengels van afgestorven bramen en riet vormen een geschikte nestlocatie voor verschillende soorten bijen. Wilgen en bramen vormen ook een belangrijke voedselbron in bepaalde perioden van het jaar.

De een zijn dood …
Een extra meerwaarde wordt vertegenwoordigd door een grote afgestorven staande wilg. Rechtopstaand, maar ook liggend dood hout is voor veel insecten een waardevolle aanwinst in het landschap van Ruigoord. Eieren kunnen worden afgezet, voedsel kan worden gevonden en onder de schorslaag kunnen kleine dieren schuilen en overwinteren. Belangrijk aandachtspunt is de door School2Work handgemaakte houten insectenhotels op niet beschaduwde plekken te plaatsen en bij voorkeur met de vliegopeningen op het zonnige zuiden te richten. Wilde bijensoorten zijn nu eenmaal warmte minnende insectensoorten.

Licht en ruimte
Een belangrijk advies van Jeroen en Fabrice is vooral op en rond de kooi gefaseerd te snoeien en te maaien, de takken te verwerken in takkenrillen en het maaisel zoveel mogelijk weg te harken. Wilde bloemen worden zo niet in een keer allemaal weggemaaid en krijgen de kans om zaad af te zetten en voedsel te bieden aan bijen en andere insecten. Met het afvoeren van het maaisel wordt voorkomen dat het achtergebleven gras voor vermesting zorgt en de onderliggende vegetatie, waaronder voedselplanten voor bijen, verstikt. Deze zelfde werkwijze geldt voor het schoonmaken van de omringende sloten en watergangen van de eendenkooi. Door afwisselend het ene jaar de ene zijde van een sloot uit te baggeren en het opvolgende jaar de andere zijde, krijgen de waterplanten en het dierenleven, zoals kikkers en andere amfibieën, een grotere kans op overleven. Klik hier voor meer informatie over deze werkwijze.

Amfibievoertuig respecteert naamgenoten
Bij het verwijderen van overtollig riet uit de kooiplas is begin dit jaar door Stichting Het Eiland een bijzonder stukje materieel ingezet. Een voor deze klus toegerust amfibievoertuig kon zonder het dierenleven in de modderige bodem van de kooiplas te veel te verstoren, het overtollige riet afknippen en op de kant leggen. Vervolgens is dit riet afgevoerd naar het zuidelijk deel van de groene kern van Ruigoord. Daar is van dit materiaal een broeihoop gemaakt, een ideaal onderkomen voor ringslangen.

Ten noorden van de kooi
Jeroen en Fabrice brachten ook een bezoek aan het deel van Ruigoord waar tot begin jaren ’70 van de vorige eeuw Hoeve Ruigoord heeft gestaan en eerder, in de 17e eeuw, het oude Melkhuisje. Veel zwerfstenen en funderingsresten van de hoeve zijn vandaag de dag nog in de bodem en aan de oppervlakte van Ruigoord Zuid terug te vinden. Deze groene plek is van oudsher een hoger gelegen veengrondgebied en een belangrijk nog zichtbaar deel van het oude eiland. Hier zijn ook de restanten van een oude boeren hoogstamboomgaard en een veendobbe te zien. Deze veendobbe is een door mensen gegraven kom in het veld waar, toen Ruigoord nog een eiland was en omringd werd door het brakke getijde water van het IJ, het hier naar toe overgevaren vee het opgevangen zoete regenwater kon drinken. In dit landschap zijn naast fragmenten van de oorspronkelijke zeedijk van het eiland ook nog enkele grote bomen, sloten en kavelomgrenzingen te ontdekken, waarmee dit van origine zeer oude boerenerf was ingericht. Wij schreven hierover meer in onze vorige blog ‘Alle beestjes helpen’.

Interessant maaimotief met meerwaarde
Een belangrijk advies voor het deel van de open weilandgrond van Ruigoord Zuidwest is om hier maaiwerk uit te voeren volgens het zogeheten SINUS-beheer. Een uitgebreidere en planmatige manier van gefaseerd maaien met een grote voedselopbrengst voor insecten en andere dieren door betere groeikansen voor bloem- en kruidenrijke plantensoorten. Om dit specifieke maaiwerk ook in Ruigoord-Zuidwest mogelijk te maken is Stichting Het Eiland gestart met het opruimen van de vele achter gebleven bebouwingsrestanten van Hoeve Ruigoord zoals puin, oud hekwerk en hout.

Brood en bed
Andere, goede adviezen van onze vrienden uit Wageningen zijn het nieuw aanplanten van de inheemse bomen, zoete kers, lijsterbes, winterlinde en struiken zoals sleedoorn, meidoorn, Gelderse roos en vuilboom/sporkehout. Ook het inzaaien van fluitenkruid en grote ratelaar zullen hier een bron van onderkomen van voedsel gaan bieden voor wilde bijen. Ondertussen zijn deelnemers van School2Work druk bezig geweest om voor deze plek diverse nieuwe insectenhotels te maken. De mannen van de Werkbrigade, gemeente Amsterdam, hebben al veel puin en zwerfafval afgevoerd. Medewerkers uit de sociale werkvoorziening van  de organisatie Paswerk Haarlemmermeer zijn gestart met het wegmaaien van het overschot aan exotisch groen, zoals de reuzenberenklauw en de fluweelboom. Deze woekeraars kunnen zonder enige beteugeling een dusdanige eenzijdige vegetatie vormen, waarbij andere inheemse plantensoorten volledig worden verdrongen.

Proef op de som
Het resultaat van ons werk zal straks goed zichtbaar kunnen worden in de toename van de hoeveelheid fruit in oude boomgaard van Hoeve Ruigoord. Om dit rendement straks nog beter in beeld te brengen, is door Stichting Het Eiland eerder een aantal nieuwe fruitbomen, naast de bestaande oude hoogstambomen, aangepoot. Een fraaie centrale plek met een verhaal waar wilde bijen zich nu al kunnen uitleven!

Afgeknipt riet op de kant zetten

Afvoeren riet voor broeihoop in Ruigoord-Zuid

Amfibievoertuig te water in kooiplas

Bezoekers op de kooi

Bijen in invlieggat vogelnestkastje

Bijenhuis eendenkooi

Dovenetel favoriet wilde bijen

Directrice Haarlemmermeer Museum Elise van Melis bezoekt Ruigoord-Zuid

Directrice Haarlemmermeer Museum Elise van Melis bezoekt eendenkooi

diner

Fruitbomen snoeien eendenkooi

Fluweelbomen in Ruigoord-Zuid

Fluitekruid

Gesnoeide fluweelbomen

Gefaseerd maaien proefveld

Gefaseerd maaien eendenkooi, Werkbrigade, gemeente A’dam

Gefaseerd knotten

Insectenhotel aan kooikershuisje

Honingraat in handgevlochten korf

Hippe maaiskelter van Paswerk, Haarlemmermeer

Handmatig sloot schoonmaken eendenkooi

Koffiepauze Paswerk

Insectenkasten, School2Work, AmsterdamWerkt!

Insectenhotel van werkmeester Ron en de jongens van School2Work

Insectenhotel in de maak, School2Work

Maaiskelter

Maaien door Paswerk, Ruigoord-Zuid

Lieveheersbeestje

Opruimen maaisel eendekooi

Natuurorganisaties Hortus, Rafon, Floron, Vlinderstichting en Artis op werkbezoek op de eendenkooi en Ruigoord-Zuid

Natuurorganisaties Floron, Hortus, Rafon, Vlinderstichting en Artis op werkbezoek

Mosafzetting op liggend dood hout

Proefveld gefaseerd maaien Noorderweg

Paddenstoelen op liggend dood hout

Overschot aan bramen wegmaaien

Opruimen zwerfstenen Ruigoord-Zuid

Rietmaaien

Rietknippen op de kooiplas

Restanten Hoeve Ruigoord opruimen

Proefveld gefaseerd maaien

Snoeiinstructie van werkmeester Dick, Werkbrigade

Snoei-instructie proefveld Noorderweg

Rups

Ruigoord-Zuidwest

Takkenril in aanleg Ruigoord-Zuid

Stuwen tegen veeninklinking

Staand dood hout in Ruigoord-Zuid

Spectaculaire rups Ruigoord-Zuid

Vrijmaken liggend dood hout

Voedsel voor bijen in wilgen

Takkenwal in elzensingel

Takkenrillen in Ruigoord-Zuid

Watergangen schoonmaken

Watergangen aan een zijde van de sloot schoonmaken

Watergang schoonmaken

Waterbuffer in Ruigoord-Zuid

Wilgen knotten

Werkschema School2Work,

Werkbrigade in hoogstam boomgaard Ruigoord-Zuid

Wegharken maaisel Nieuwe Grote Koepad, Werkbrigade, gemeente A’dam

Zwerfpuin van Hoeve Ruigoord-Zuid

Zwerfpuin afvoer

Zoek het ijsvogeltje

Wilgenrij om en om knotten

Maaiteam Paswerk

Alle beestjes helpen

22 apr

In de hoogtijdagen van de eendenkooi van Ruigoord, ruim genomen van 1650 tot 1850, waren de toenmalige uitbaters van de kooi en de nabij gelegen riet- en weidegronden van het oude eiland zich nog niet zo bewust en doordrongen van het belang van natuurbehoud, milieu en biodiversiteit. Dat is in onze tijd wel anders geworden!

bedelaars aan de deur,  ets Rembrandt van Rijn 17e eeuw

Niet voor iedereen zo’n Gouden Eeuw
De 17e en de 18e eeuw waren jaren van groeiende welvaart, maar ook jaren van vele misoogsten. Dit was mede de tijd van grote overstromingen, pestepidemieën en  voedselschaarste. In onze regio was 55 jaar al een respectabele leeftijd. Noeste arbeiders werden vaak niet ouder dan gemiddeld 35 jaar. Deze periode werd wel de ‘kleine ijstijd’ genoemd en men leefde overwegend ook ‘in vreeze voor den natuur’.

melkhuisje ten zuiden van de bansloot anno 1666

Varende boeren
De wil en noodzaak om voedsel te vergaren was mede door de explosieve bevolkingsgroei in en rond Amsterdam in de Gouden Eeuw erg groot. Naast het stichten van de eendenkooi op Ruigoord voor de vangst van vogels voor consumptie, waren er veelvuldig dappere pogingen om riet- en hooiland te onderhouden en werd zelfs weidevee naar het weerbarstige eiland overgevaren. Op een kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1666 is naast het beheerdershuisje van de kooiker, even ten zuiden van de nu nog bestaande bansloot, een afbeelding te zien van een ‘melckhuijfgen’. Dit is een weergave van een van de eerste boerderijen van Ruigoord. Lees meer over de laatste varende landbouwer van het eiland Ruigoord, Simon Rijss, op onze facebookpagina.

Hoeve Ruigoord

Het melkhuisje zal later uitgroeien tot een van de fraaiste en welvarendste boerderijen uit de omgeving, genaamd ‘Hoeve Ruigoord’, tot de sloop begin jaren ’70 van de vorige eeuw.

het melkhuisje anno 2019

Een replica en impressie van dit oorspronkelijke melkhuisje van Ruigoord is op dezelfde plaats ruim 30 jaar geleden door Frans Rodenburg gereconstrueerd, en doet thans dienst als onderkomen van Stichting Het Eiland, die in dit jaar 2019 haar 20-jarig bestaan herdenkt.

kleine boerderij nabij Ruigoord, Rembrandt van Rijn

Het kan verkeren
In onze huidige tijd is in het oorspronkelijke boerenlandschap rond Amsterdam en Haarlem veel veranderd en daarmee ook de natuurlijke biotoop. Leefden de mensen in de tijd dat Ruigoord nog een eiland in het IJ was nog in ‘vreezen’ voor de elementen en de natuur, in onze tijd van klimaatverandering en milieubewustzijn moet de natuur nu eerder bevreesd zijn voor de veranderingen die de mens veroorzaakt. Een passende aanleiding om professioneel advies te vragen aan enkele deskundigen op het gebied van behoud van natuurwaarden en biodiversiteit, met daarbij de focus op een van de meest actuele aandachtspunten: de noodlijdende bestuivers zoals wilde bijen en andere insecten.

‘Ingevlogen’ natuureducatie
In 2017 bezochten Fabrice Ottburg en Jeroen Schepers van de Universiteit Wageningen op uitnodiging van Frans Rodenburg de omgeving van Ruigoord en de eendenkooi. Aan deze onderzoekers werd de vraag voorgelegd: hoe kunnen wij de natuurwaarden in enkele van de nog bestaande groengebieden op en rond Ruigoord en de eendenkooi verhogen ten behoeve van bestuivers, zoals wilde bijen, zweefvliegen en dagvlinders?

Na een grondige inventarisatie en inspectie presenteerden Fabrice, Jeroen en Sabine van Rooij, namens Helpdesk Kennisimpuls Bestuivers begin 2018 een uitvoerig rapport met praktische adviezen hoe deze natuurwaarden in het gebied te verhogen. Een belangrijk deel van deze adviezen zijn in navolging van de doelstelling van Stichting Het Eiland voor uitvoering in 2018 door verschillende partijen ter hand genomen. In ons volgend blog een werkverslag van uitvoering en bevindingen.

v.l.n.r. Anita Zandvliet, Jeroen Scheper en Frans Rodenburg, foto Fabrice Ottburg

werkplaats eendenkooi van Ruigoord, foto Fabrice Ottburg

Op zoek naar een ooggetuige, ‘Weest op uw hoede’.

26 mrt

Zijn er vandaag de dag nog tekeningen en geschriften te vinden van mensen die dicht bij de eendenkooi van Ruigoord hebben geleefd en gewerkt, in de tijd dat de eendenkooi werd gebouwd?

Van een oude plattegrondtekening
Tijdens een onderzoek hoe eendenkooien in de 17e eeuw in de regio Haarlem en Amsterdam werden opgebouwd en ingericht, vond Frans Rodenburg al eerder een oude landkaart, gemaakt in opdracht van het waterschap het Hoogheemraadschap van Rijnland. Naast de hoofdvestiging in Leiden was Rijnland destijds ook in onze regio werkzaam vanuit de imposante gemeenlandshuizen in Halfweg en Spaarndam. Op deze kaart, gemaakt door Johan Douw in 1668, is op het zuidelijkste puntje van het oude veeneiland Ruigoord een bovenaanzicht getekend van een kleine, ovaalvormige kooiplas met slechts drie vangpijpen. Een toch wel opvallend en sterk afwijkende vorm voor wat in die tijd voor kooien gangbaar was. Vaker werd het zogenaamde ‘rogge-ei-model’ aangelegd.

Dicht bij huis
Afgelopen winter deed Frans nader onderzoek naar een andere afbeelding van een vangpijp die hij voor het eerst had gezien in een recent uitgegeven Belgisch boekwerk ‘Eendenkooien in Vlaanderen en Nederland’. Het betreft hier een opvallende afbeelding van een uit levend groen-materiaal opgebouwde vangpijp. Lees voor deze materiaalkeuze ook onze eerdere blog van juni 2018, Materiaalgebruik door de eeuwen heen . Navraag leerde dat deze afbeelding is gemaakt door Jan Luyken (1649-1712), een vermaard dichter, schilder en etser die zijn gehele leven werkzaam is geweest in en rond de stad Amsterdam. Zijn tekening van een eendenkooi maakte deel uit van een zogenaamd emblemataboek. Een boek waarin met korte spreuken, teksten en afbeeldingen de lezer een stichtelijke, morele les werd voorgehouden.

Uit eerste hand
Succesvolle publicaties van Luykens hand waren ‘Spiegel van het menselyk bedryf’ en ‘De Byekorf des Gemoeds’. In dit laatste werk is zijn bewuste tekening van een eendenkooi terug te vinden. Jan Luyken is vandaag de dag nog het meest bekend van de vele afbeeldingen van tal van oude ambachten die hij heeft opgetekend in Amsterdam en omgeving ten tijde van de Gouden Eeuw. Dagelijks kon hij in zijn directe woon- en leefomgeving rond de stad en bij de scheepswerven werkplekken bezoeken en vervolgens op papier vastleggen. De kans is dan ook groot dat Luyken zijn afbeelding van de eendenkooi vanuit zijn directe omgeving heeft opgetekend (wellicht in de omgeving van Ruigoord). Mogelijk heeft Luyken als jongeling en beginnend kunstenaar de grote meester Rembrandt van Rijn (1606 tot 1669) nog wel gekend. Het is bekend dat Rembrandt in zijn laatste levensjaren regelmatig buiten de stadsgrenzen zijn tekeningen van het dagelijks leven maakte, en daarvoor in het plaatsje Halfweg dichtbij Ruigoord is geweest. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat eendenkooien in de omgeving van Amsterdam er rond 1700 ongeveer uitzagen zoals Luyken in zijn boek heeft weergegeven. De moeite waard dus om zijn tekening en teksten wat nader te bestuderen.

In het oudste museum
Op zoek naar een originele eerste druk van de afbeelding gemaakt rond 1711 kon Frans Rodenburg begin dit jaar terecht in het depot van Teylers museum in Haarlem, het eerste en het oudste museum van Nederland. Op dinsdagochtend 5 februari jl. werd Frans ontvangen door Celeste Langedijk van het Kabinet der kunstverzamelingen van Teylers. Op een fraai staand tableau werden diverse losse afbeeldingen van Jan Luyken gepresenteerd, waaronder de bewuste zwart-wit tekening van een eendenkooi. Als eerste, en zoals wel vaker met afbeeldingen uit die periode, viel het zeer kleine formaat van papier en tekening direct op. Wat vervolgens weer zeer nieuwsgierig maakte naar het originele boek vanwaar deze afbeeldingen ooit deel uitmaakte …

Judith van Gent, conservator

Wijsheden voor onderweg
Een vervolg zoektocht naar een originele uitgave van het boek eindigde voor Frans in Collectie Centrum van het Amsterdams Historisch Museum in Amsterdam-Noord, een goed bewaakt en indrukwekkend gebouw, een soort ‘kunstgeschiedenis-bunker’. Hier had Judith van Gent, Hoofd Kennis en Informatie en conservator op woensdag 20 februari jl. op zacht witte kussens gepresenteerde verrassing voor Frans klaarliggen. Van het complete originele boekwerk De Byekorf des Gemoeds uit 1711 waren hier twee kleine exemplaren op zakformaat in te zien en een zeer bijzondere derde, iets groter versie, in kleur geïllustreerd.

De verleidingen van de stad, teruggebracht tot een eendenkooi
Wat deze antieke boeken extra bijzonder maakt is dat de afbeeldingen geheel compleet zijn met bijbehorende stichtelijke spreuken en teksten. Onderstaand een in deze voor alle tijden passend moreel getint gedicht van Jan Luyken, voor deze gelegenheid door Frans Rodenburg weer even aan de vergetelheid onttrokken:

Al schynt de Wereld mooi, zy is een Eende-kooi.

Die ’t loos bedrog des vijand wil beschouwe,
bespiegel zich in deze vogel-kouwe.

Die groen en sierlyk overdekt,
het lok vermaak van verse water-plassen,
maar ’t makke tot haar dompelen en wassen
de vlugt der wilden tot zich trekt.

Dat zy verlokt, belustigd, met haar allen
uit d’ open lucht en vlugt daar neder vallen,
en voegen zich maar dichter by. 

Hoewel allengs, met uitzien en met schroomen,
of ergens ook een onheil wierd vernomen,
en maken eind’ling maatschappij.

Die brengen haar, met voorgang, vorder binnen,
in ’t groen gewelf, daar loosheid zit te spinnen,
en maakt den heelen handel vals.

Tot zy verbaast en schichtig opgevloogen,
zich in den strik ellendig zien bedroogen,
dat kost haar altemaal de hals.

Het aards prieel van werelds welbehaagen,
dat trekt ’er veel, wyl zy ’t zo lustig zagen,
en daar ’t gezelschap speeld en queeld,
dat doet haar uit de vrijheid neder daalen,
om ook de vrucht van haare lust te haalen,
in ’t geen de schijn haar mede deeld.

Maar hielden zy den Spiegel klaar voor oogen,
dat schyn bedriegt, en veelen heeft bedroogen,
en dat gezelschap dolen doet,
zy zouden dan geen schoon vertoon betrouwen,
maar haare Ziel van ’s duivels list behouwen,
en blyven eeuwiglyk behoed.