Archive by Author
Afbeelding

‘Quarantaine’ als bedrijfsvoorwaarde

29 mrt

Wat in deze uitzonderlijke tijden voor veel mensen nu een nieuwe ervaring is, was in vroeger tijden voor de uitbater van onze eendenkooi een essentieel onderdeel van zijn dagelijks werk en leven. Op de kooi sleet de kooiker veel tijd in afzondering en eenzaamheid.

Afpaling

Voor een optimale vangst van wilde eenden was totale rust op de kooiplas van groot belang. De kooiker zorgde er dan ook voor dat binnen een ruime cirkel rond het kooibos geen andere mensen konden komen dan de kooiker zelf. Afzettingen, bosbeplantingen en gegraven sloten hielpen hem daarbij.

Foto van René Decap,
kooiman van Merkem, Vlaanderen, rond 1890

Mysterieuze kooiman

In de hoogtij dagen van de eendenkooi van Ruigoord was deze afgelegen plek alleen per boot bereikbaar en lag het voor de hand dat onze kooiker regelmatig langere tijd achtereen op het eiland verbleef. Dit maakte van hem voor buitenstaanders van de vaste wal een eenzame, maar ook geheimzinnige figuur.

Het gezonde buitenleven

Omdat een kooiker spaarzaam in aanraking kwam met andere mensen uit zijn omgeving, hooguit voor de inkoop van levensmiddelen en materialen en het afleveren van de eendenvangst, was dit weliswaar een afgezonderd, maar ook een relatief gezond buitenleven in de natuur.

Kooibos met kooikershuisje op het eiland Texel,
foto Frans Rodenburg

Op afstand van elkaar

In de beginjaren van de eendenkooi van Ruigoord werd het nabij gelegen Amsterdam geplaagd door verschillende besmettelijke ziekten, ook wel meegenomen door de handelsschepen van de VOC. Malaria, de gele koorts en de pest hielden het meest huis in de drukst bevolkte delen van de hoofdstad. Veelal ontvluchtten de rijkste Amsterdamse kooplieden de stank en de ziekten en verbleven hiertoe in hun riante buitenverblijven, op enige afstand buiten de stad. Een soort van luxueuze quarantaine. Aldaar lieten zij hun gebraden eendenboutje alsnog goed smaken!

Landhuis Elswout, Overveen

De wilde eend gaat kopje onder

29 feb

Van oudsher was de wilde eend bij uitstek de favoriete ‘vette’ vogel om te vangen op de Hollandse en Vlaamse eendenkooien. Was dit vroeger voor menselijke consumptie, vandaag de dag zijn kooien een belangrijke en veilige rustplaats geworden voor deze meest gangbare watervogel van Nederland. En dit is nu niet zonder noodzaak.

Noodklok

Al vanaf 1990 monitort Vogelbescherming Nederland en de organisatie Sovon Vogelonderzoek het sterk afnemende aantal broedpopulaties en brengt dit statistisch in kaart. Hieruit is gebleken dat in de afgelopen 30 jaar het aantal populaties met 30% is afgenomen. Tot op heden tasten onderzoekers in het duister over de oorzaak …

Het jaar van de wilde eend

Een nog onbekend onderzoeksgebied is de overlevingskansen van eendenkuikens tussen het moment dat zij uit het ei komen en het moment dat zij vliegvlug worden. Met het broedseizoen 2020 nu in aantocht is dit specifiek gerichte onderzoek deze winter gestart en is in het teken daarvan het jaar 2020 door de Vogelbescherming uitgeroepen tot het Jaar van de Wilde Eend.

Vogelspothut ‘Houcky Nes’

Meervoudige functie

Reeds eerder was duidelijk dat de wilde eend een zeer opportunistische vogel is. Daar waar water, groen-beschutting en voedsel samenkomt, kun je hem al snel aantreffen. Zo ook in de recent aangelegde waterbergingen in het Atlaspark van het Amsterdamse havengebied. Mogelijk kunnen deze waterbergingen een bijdrage gaan leveren in het voortbestaan van onze wilde eend!

Waterbergingen t.p.v. Kaapstadweg, Westpoortweg – Casablancaweg, Westpoortweg – Ruigoord-Zuid (initiatief Stichting Het Eiland, 2004) en Abidjanweg – Machineweg

Een tuin heb je nooit alleen

16 feb

Winterkoninkje

Vanwege het grote totaaloppervlak van alle tuinen die Nederland heeft, kan iedereen die een tuin aanlegt of onderhoudt een bijdrage leveren de biodiversiteit te vergroten. Hierbij draag je direct bij aan de zorg en verantwoording voor tijdelijke en permanente nieuwe bewoners.

Een praktisch voorstel
Voor wie tijdig wat zichtlijnen in zijn of haar tuin op orde wil hebben en daartoe nog flink wat snoeiwerk aan bomen en struiken wil aanpakken, is dit hét jaargetijde bij uitstek. Maar wat te doen met al die takken? Het bouwen van een fraaie takkenril biedt uitkomst. Een takkenril of houtril is een smalle takkenhaag die wordt gemaakt van in de lengte en in verband opgestapelde boomtakken. Zo’n takkenril heeft een hoge natuurwaarde.

  • Voor vogels en kleine zoogdieren biedt een takkenril een goed nest, voedsel en schuilgelegenheid.
  • Amfibieën en reptielen vinden er een beschutte plek om te overwinteren.
  • Paddenstoelen, varens, bramen en anderen plantensoorten vinden er een uitstekend onderkomen.
  • Ook enkele vlindersoorten zetten hun eitjes af op het dode hout van de ril.
  • Veel insecten maken gebruik van beschermde plekjes om in de ril te schuilen.

Onderdeel van Hollands cultuurlandschap
Maar zo’n takkenril kan ook nog een andere functie hebben. Van oudsher zijn er op eendenkooien kleine stukjes terrein ingericht om naast de soms schrale eendenvangst, aanvullend voor wat extra inkomsten voor de vaak armlastige kooiman te kunnen genereren. Dit kan een kleine boomgaard zijn, een stukje grond voor het oogsten van riet, wilgentenen of voor een moestuintje. Een strak en stevig gebouwde takkenril kan hierbij als natuurlijke afsluiting of begrenzing van zo’n akkertje dienen.

Een groene constructie
Op de eendenkooi van Ruigoord is de afgelopen tijd een gesloten ovaalvormige takkenril opgebouwd, waarbinnen later een moestuintje
kan worden aangelegd. Om de ril enige stevigheid te geven zijn aan de buitenkanten staande houten palen in de grond aangebracht, verbonden door koppellatten. Deze latten kunnen bij het inklinken van de takken geleidelijk mee zakken en verteren. Bij het onderhoud en jaarlijks op hoogte brengen van de ril kan, wanneer nodig, nieuwe koppellatten worden aangebracht. Onze ril is opgebouwd uit diverse soorten takken van onder andere wilg, eik, els, iep en esdoorn.

Hermelijn in zijn witte wintervacht

Waar en wanneer
Een zorgvuldig uitgekozen locatie voor het opbouwen van de takkenril kan nog een extra meerwaarde opleveren. Onze ril is aangelegd nabij een sloot, de kooiplas en het houten info-huisje. Hierdoor kunnen we in de takken ook nog andere inwoners verwachten, zoals de hermelijn, de egel, de kamsalamander en de waterspitsmuis. Formeel begint het broedseizoen op 15 maart 2020 en is het tot 15 juli 2020 wettelijk niet toegestaan vogels te verstoren. Echter, door onze zachter wordende winters beginnen veel vogels al eerder met het bouwen van hun nest. Het is daarom aan te raden om iets eerder te stoppen met snoeiwerk en je takkenril voor eind februari te hebben afgebouwd.

Ronald, Remco en Sietze, onze snoeihulpen van Paswerk

Snoeiwerk door Paswerk in kooibos van onze eendenkooi

Deense Duck

28 jan

IMG_1200Afgelopen kerstvakantie een bezoek gebracht aan het Deense eiland Fanø. Denemarken, samen met Noorwegen en Zweden, was in de 10e en 11e eeuw een thuishaven van de roemruchte Vikingen en hun vDSC07770ermaarde leider Sven Gaffelbaard (960-1014). Van deze Noormannen is bekend dat naast het vlees van hun eigen vee, ook ganzen en eendenbout als proviand in hun schepen op rooftocht werden meegenomen. Het zou echter nog ruim 800 jaar duren voordat de effectieve vangtechniek met eendenkooien in Denemarken bekend werd.

Ook een Waddeneiland
In 1741 verkocht de Deense koning Christiaan de VI het eiland Fanø aan haar bewoners. Deze bewoners, boeren en zeelui, verdienden veelal hun geld in de handelsscheepvaart en visserij. Zodoende deden zij ook havenplaatsen in Holland en Vlaanderen aan, waar zij bekend raakten met het vernuftige vangprincipe van eendenkooien, en deze introduceerden op Fanø.

DSC07583DSC07584

Boerderij in het dorp Sonderho

Boerderij in Sønderho

Eendenbout voor havenwerkers
Een van de fraaiste dorpjes op het eiland Fanø is Sønderho. Door de Denen zelf recent verkozen tot een van de mooiste dorpjes van heel het land. In de 18e en 19e eeuw was Sønderho een belangrijke haven voor de Denen.

Niet langer voor consumptie
In 1931 kwam er in Fanø een verbod op het vangen van wilde eenden in de eendenkooien. Er werden daarna nog wel eenden gevangen om te ringen, de vogelstand te inventariseren en in kaart te brengen. Dit was nodig, omdat de wilde eend het in onze tijd in haar bestaan het een stuk moeilijker heeft gekregen.DSC07594

DSC07596

Op zes verschillende windrichtingenDSC07581
Het eiland heeft in totaal vier eendenkooien gehad, waarvan de belangrijkste nu nog bestaat en op enige afstand van het rustieke dorp Sønderho ligt. Deze gerestaureerde kooi had in het verleden wel zes verschillende vangpijpen in gebruik en is lokaal bekend onder de naam: Sønderho Gamble Fuglekøje. DSC07578

Net als de eendenkooi van Ruigoord is deze kooi het gehele jaar voor bezoekers toegankelijk en wordt er ter plaatse veel publieksinformatie gegeven. Een houten uitkijktoren biedt daarbij een fraai uitzicht over de kooiplas en de aanpalende Waddenzee.

DSC07598

De pijp uit

4 nov

De eerste vangpijp van de eendenkooi van Ruigoord is van het oude, originele Vlaamse type. Een ontwerp dat in de 14e en 15e eeuw in Vlaanderen is ontstaan en later, ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog, met de vele Vlaamse vluchtelingen naar Holland is mee verhuisd.

Simone Stokman

Een oud ontwerp
Een opvallend kenmerk van dit originele type is de halfcirkelvormige bogen die over de gehele lengte van de vangpijpsloot zijn aangebracht. Deze bogen, of beugels, steunen bij dit ontwerp niet op de rietschermen, maar staan op de grond tussen de sloot en de schermen in. Een ander deel van dit originele ontwerp betreft het einde van de vangpijp. Dit is het deel waar de eenden uiteindelijk bij het vangen in terechtkomen en door de kooiker gepakt kunnen worden. Bij dit oude type is dit veelal een afneembare fuik die ook wel in de visserij wordt gebruikt. Slechts bij één Nederlandse eendenkooi wordt van oudsher nog zo’n vangfuiknet gebruikt.  Dit betreft de eendenkooi van de familie Stokman in Vijfhuizen.

Beeldende beschrijvingen
In Oost-Vlaams dialect uit 1621 wordt het vangfuiknet beschreven als: “En wert dan in een sack haer dolle vlucht gestut’’ (sack = fuiknet). Twee jaar na de formele oprichting van de eendenkooi van Ruigoord, in 1652, wordt in Holland de werking van de fuik als volgt beschreven: “…. ende jaeghtse in het Net, op het eynde van de Pijp, op het ’t Landt gespannen, die dan het Net oprukt ende toetrekt, ende dese gevangen vogelen doot”.

Kooikerhuisje op Terschelling

Achter het net
Dit afneembare net werd, als er door de kooiman niet gevangen werd, meegenomen en in het kooihuisje bewaard. Dit, om vernieling, diefstal of het vangen van eenden door andere personen te voorkomen. Daarnaast was het niet alleen een essentieel, maar ook een kostbaar onderdeel van de vangpijp, dat niet op de vangplek werd achter gelaten.

Impressie
Om vandaag de dag de bezoekers van de eendenkooi van Ruigoord het jaar rond een indruk van zo’n vangfuiknet te kunnen bieden, hebben wij ervoor gekozen een vaste, niet afneembare impressie van dit net te maken. Afgelopen maand hebben wij hiertoe een weer en windbestendige versie van het origineel ter plaatse gemaakt. Vervaardigd op eikenhouten sloffen, visnet uit het havengebied uit IJmuiden en met stalen beugels gemaakt door de smid.

Elke kooi uniek
Omdat in de jaren na de oorspronkelijke introductie van dit Vlaamse ontwerp van de vangpijp de Hollandse kooimannen dit type geleidelijk gingen aanpassen en verbeteren, werd het vangfuiknet ook wel vervangen door een vangkistje met sluitklep. Deze geleidelijke evolutie in de 17e en 18e eeuw hebben wij ter plaatse bij onze eerste vangpijp van de eendenkooi van Ruigoord in beeld gebracht door het aanbrengen van een houten valdeurtje, door middel van een lang touw op afstand te bedienen. Elke Hollandse kooiker paste destijds zo zijn eigen persoonlijke vindingen toe. Dit maakte alle eendenkooien afzonderlijk uniek en geen twee hetzelfde.

Vandaag de dag worden er op eendenkooien geen eenden meer gevangen voor consumptie, maar uitsluitend voor het ringen om de vogelstand te bestuderen.

Vangfuiknet met valdeurtje, eendenkooi Ruigoord

Een bijzondere aankoop

27 okt

In 1652 legden Simon Claese en Claes Cornelissen, opzichters van het Hoogheemraadschap van Rijnland, hun inspectieschuit aan op het meest zuidelijke deel van het eiland Ruigoord. Maar deze twee opzichters, en tevens de oprichters van de eendenkooi van Ruigoord, zie ook onze eerdere blog De cost gaet voor de baet uyt, waren zeker niet de eerste ondernemers op dit weerbarstige eiland. Het was het toenmalige stadsbestuur van Amsterdam dat al eerder haar oog had laten vallen op dit eiland in het IJ. Formeel om hier riet te laten oogsten, maar mogelijk speelde hier ook nog strategische motieven.

Slechts 400 roeden
Het zal ongeveer begin van het jaar 1551 zijn geweest dat Cornelis Buijck Zijbrantsz, de ambachtsheer van Sloten, aanmeerde bij een van de landinhammen, ook wel zijlen genoemd, ten oosten van Ruigoord. Sloten, van origine een terpdorp, maakte vanaf 1529 onderdeel uit van de stad Amsterdam. In opdracht van de Thesaurie, een financieel onderdeel van het stadsbestuur, vond de ervaren Buijck Zijbrantsz op Ruigoord een specifiek stuk grond gelegen direct ten zuiden van de banslootscheiding, op de hoger gelegen oostzijde van het eiland. Op 20 april 1551 werd hier de aankoop van een klein kavel van ‘slechts’ 400 roeden* beslecht. Vertaald uit de orginele beschrijving van de aankoop: ’ Een madt lants genoempt die Smaele Strenge gelegen over IJe op Ruijgenoort inden ban van Houdtrijck‘.

* Amsterdamse roede (= 13 voet) is 3,68 m

(Be)Sloten
De stad heeft deze grond op het eiland in haar bezit gehouden tot 1677. Opvallend is dat de Amsterdam na 1677 geen grond meer op Ruigoord in eigendom heeft gehad tot aan begin jaren ’60 van onze vorige eeuw. Het betreffende kavel, de Smaele Strenge, bestaat vandaag de dag nog steeds in groene, ongerepte staat en is lokaal bekend als Ruigoord-Zuid (West). Het is momenteel in bruikleen gegeven aan Stichting Het Eiland (die deze maand haar 20 jarig bestaan viert). Vernoemd naar de herkomst van Buijck Zijbrantsz staat in de bruikleenovereenkomst van dit bijzondere kavel, 468 jaar na dato, de kadastrale duiding ‘Sloten’ nog steeds vermeld.

Zicht op Ruigoord-Zuid anno 2019 oftewel ‘de Smaele Strenge’

De wederdopers bezetten de dam (1535)

Reden voor aankoop
De tijd van aankoop in 1551 van het bewuste kavel was een onrustige periode voor de overwegend katholieke stad Amsterdam. Dit was de periode in de aanloop naar de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) waarbij fanatieke wederdopers, vaak traditionele ambachtslieden veelal afkomstig vanuit het buitengebied, de stad onveilig maakten, en de Geuzen uit de Zaanstreek zich op het water van het oude IJ begonnen te roeren. Van oudsher hoorde het noordelijke deel van het eiland Ruigoord bij Westzanen. De aankoop van een buitenpost gelegen in Ruigoord-Zuid, direct aan de grens met het ‘geuzenland’ kon voor de stad wellicht strategisch van belang zijn (!). Ruim na het einde van de Tachtigjarige Oorlog, toen de rust weer was wedergekeerd, verkocht de stad dit kavel aan het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het had waarschijnlijk voor dat moment zijn doel gediend.

Bovenstaande informatie is samengesteld met medewerking van het Stadsarchief Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam.

De oude boomgaard van Ruigoord-Zuid

De cost gaet voor de baet uyt

30 jul

de-strijd-tegen-het-water-bij-de-spaarndammerdijk-ver

de strijd tegen het water bij de Spaarndammerdijk verbeeld door Hansje Brinker

De eerste tastbare sporen van menselijke activiteiten op het eiland Ruigoord dateren vanaf de 11e eeuw. Door hevige stormen en overstromingen rond de wateren nabij de Spaarndammerdijk, bleek dit al vanaf het begin een barre en weerbarstige plek voor haar bewoners. Voor allen die hier letterlijk ‘het hoofd boven water’ probeerden te houden was echter professionele hulp onderweg, al duurde dit best nog wel even …

de Morswaal, in de volksmond ‘de Kleine Braak’, Verenigde Binnenpolder

Van dijkdoorbraak tot wiel in het landschap
Met name in de periode 1453 tot 1508 teisterden meerdere zware stormen de omgeving van het Oer-IJ. De fysieke sporen in het landschap bij Halfweg en Spaarnwoude, veroorzaakt door doorbraken van de hoge Spaarndammerdijk, zijn vandaag de dag nog zichtbaar. Door de vaak draaiende, kolkende beweging van het water bij zo’n doorbraak worden deze plassen ook wel ‘wielen’ genoemd.

kaart van bovenaanzicht Gemeenlandshuis Halfweg met aanlegsteiger voor scheepjes in het IJ

Baas boven baas
Lokale dijkdoorbraken genereerde enorme schade voor een nog groter achterliggend grondgebied. Dit te voorkomen was mede de reden dat vanaf 1578 het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland het beheer en onderhoud van de verwaarloosde Spaarndammerdijk overnam van de sterk verarmde inwoners van Spaarnwoude, Hofambacht en Houtrijk & Polanen.

het Gemeenlandshuis te Halfweg kort voor haar transformatie tot onderdeel Suikerfabriek

Vanaf dat moment werd er weer flink geïnvesteerd in kades, sluizen en dijken met als meest in het oog springende bouwwerken het Rijnlandshuis in Spaarndam (1641) en in Halfweg (± 1648). Vanuit deze ‘gemeenlandshuizen’ van Rijnland werd de veiligheid rond het gebied van de Spaarndammerdijk georganiseerd en bewaakt.

Wie appelen vaart, die appelen eet
Het zal rond de eerste maanden van het jaar 1652 zijn geweest dat twee opzichters van Rijnland zich per bootje voor een inspectieronde verplaatsten over enkele plaatselijke uitlopers van het IJ, genaamd het Smael Diep en Het Groote Koegat. Bij het passeren van het zuidelijkste puntje van het oude eiland Ruigoord troffen zij hier, wellicht per toeval, de meest ideale en natuurlijke omstandigheden aan voor het bouwen van een ‘entvoghelkoye’.

impressie eendenkooi met kooibos in aanleg 1652, Kees Nevenzel

De geschiedenis weer even voelbaar
Deze maand juli 2019, ruim 367 jaar na dato vond Frans Rodenburg de originele registratie van de eendenkooi van Ruigoord terug in de oude boeken van de Gravelijksrekenkamer uit 1652, zorgvuldig gearchiveerd in het Nationaal Archief in Den Haag. Een bijzonder ogenblik om zo’n oud origineel boek een moment vast te mogen houden en daarmee weer heel even zeer dicht bij de oorsprong van de eendenkooi van Ruigoord te kunnen komen. Enkele dagen later, met enkele kopieën van deze registratie en met behulp van medewerkers van het Noord-Hollands Archief in Haarlem, kon Frans een vertaling maken van dit Oudhollandse handschrift:

Consent om een vogelkoy te mogen stichten op seeckeren landen gelegen buyten dycx op het eij-landt genaemt Ruychoort. Door Symon Claesse ende Claes Cornelisse van Assendelft, beijde geeerde toezieners ’s landts van Rhijnlandt aan den Sparendamsche dijck.

Oftewel, vrij vertaald:
Vergunning verleend om een eendenkooi te mogen bouwen op het geregistreerde kavel (zuidelijk) buitendijks op het eiland Ruigoord. Aangevraagd door Simon Claese en Claes Cornelissen van Assendelft. Beiden erkende opzichters in dienst van het Hoogheemraadschap van Rijnland, verbonden en werkzaam aan de Spaarndammerdijk.

Still going strong

verkaveld zuidelijk deel eiland Ruigoord met daarbuiten de nieuw aangelegde eendenkooi

Interessant om te ervaren dat een van deze eerste praktische interventies van Rijnland in 1652 richting Ruigoord nog buitendijks bleef, maar daarna geleidelijk over een langere periode van meer dan 120 jaar, tot 1775, de zorg en verantwoording voor de waterhuishouding, dijk en oeveronderhoud en daarbij alle verkavelde grond van heel het eiland Ruigoord van al haar oorspronkelijke eigenaren overnam (!). Dit was tevens het moment dat Ruigoord in de volksmond ook wel het ‘Kooijen eiland’ is gaan heten. Het was vervolgens voor boeren mogelijk hier van Rijnland grond te pachten en tegelijkertijd een beperkt stukje zorg voor de waterhuishouding namens Rijnland uit te blijven voeren. Een van de laatste boeren die op deze wijze op het eiland werkzaam was, heette Simon Rijss. Je kunt over Simon lezen op onze facebookpagina bericht d.d. 22 april 2019. In onze tijd, is het zeker opmerkelijk dat ruim 360 jaar na deze actie, deze organisatie nog steeds een bepalende rol speelt bij de huidige inrichting en functioneren van wat nu het Haven Atlaspark e.o. heet. De eendenkooi van Ruigoord is vandaag de dag op last van Rijnland ook een waterberging voor het gebied.