Een fietstocht door landschap en tijd

2 Dec

Wim (vooraan, groene jas) en Gerard (oranje hesje) geven uitleg Spaarndammerdijk en Geuzenbos

Afgelopen maand november organiseerden Wim Jansen, voormalig wijkagent uit Halfweg en Gerard van Houwelingen, prominent lid van de Stichting Historisch Halfweg, een weliswaar frisse maar ook zonovergoten herfstfietstocht door het overgangsgebied van het Westelijk Havengebied naar de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Op deze robuuste tocht vol cultuurhistorische wetenswaardigheden werd de eendenkooi van Ruigoord natuurlijk ook even aangedaan.

Kennismaken met het verleden
Een actuele aanleiding om deze fietstocht te organiseren is de ophanden zijnde gemeentelijke fusie tussen de gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude en de gemeente Haarlemmermeer. Voor met name de inwoners uit de Haarlemmermeer was deze fietstocht vol met oude verhalen over de geschiedenis en het ontstaan van het gebied een ideale gelegenheid om kennis te maken met de omgeving van hun nieuwe fusiepartner. Route Groene Buffer

Zicht op de Afrikahaven vanaf Ruigoord

Lossen van zeereuzen met torenspits kerk Ruigoord op achtergrond

De geschiedenis voelbaar
Bijzonder voor deze door Wim en Gerard zorgvuldig uitgestippelde route was de voelbare beleving van de bodemgelaagdheid van het landschap en haar bijhorende historie. Al fietsend door de verschillende niveaus van het landschap waarbij hoge dijken en diepe polders elkaar snel afwisselden en elke grondhoogte haar eigen verhaal en hierbij haar eigen tijdslijn kon vertellen. Zo is de oude Spaarndammerdijk aangelegd in de 12e eeuw, het nabijgelegen Geuzenbos in 2003, de Houtrakpolder in 1872, de zandopspuitingen van het havengebied rond het dorpje Ruigoord in 1968, de eendenkooi van Ruigoord in 1652, de Afrikahaven in 1997, Spaanse troepenverplaatsingen ten tijde van de 80-jarige oorlog in 1572, en de eerste vorming van de strandwal onder Spaarnwoude en de Inlaag dateert zelfs van 4000 v.Chr. Allemaal en meer te beleven binnen een fietstocht van 2 à 3 uur!

Rembrandts blikveld en verder in de tijd

Schets van Rembrandt, tweede obelisk bij voormalig Spieringhorn-Spaarndammerdijk

Banpaal op de Spaarndammerdijk

Langs de route waren verschillende stoppunten opgenomen waar onze gids Gerard uitvoerig kon vertellen over imposante historische gebeurtenissen en landmarkeringen, zoals de oude banpaal op de beroemde wandel- en tekenroute van Rembrandt van Rijn. Maar ook over het bijzondere natuurbeheerprogramma van de organisatie Free Nature in het Geuzenbos en over de aanleg van de havens met het opgespoten zandpakket, ‘het zand van Joop’(Den Uyl) met haar hoge natuurwaarde, naar de bijzondere middeleeuwse veenweideverkaveling van Spaarnwoude en de Inlaag, de bijzonder vruchtbare akkers van de Houtrakpolder, het Lancaster oorlogsmonument, en natuurlijk het bijzondere verhaal van de reconstructie van de eendenkooi van Ruigoord.

Verbinding voor de toekomst
Een deel van de reeds bestaande fietsroute vanuit Amsterdam naar Ruigoord, de zogeheten Ruigoordroute, werd hierbij in onze fietstocht meegenomen. Wellicht zullen toekomstige vaste fietsrouten vanuit de Haarlemmermeer straks een permanente aansluiting vinden op deze Ruigoordroute en wordt hiermee een interessante nieuwe fietsverbinding Haarlemmermeer – haven – Amsterdam tot stand gebracht.

eendenkooiplas in herfstsfeer

vangpijp eendenkooi in opbouw

 

Obelisk als banpaal (stadsgrens Amsterdam)

 

 

 

 

 

 

 

 

Het kalkhoudend ‘schelpjeszand’ van Joop den Uyl (wethouder A’dam 1963 tot 1965)

spuitpijpen voor de aanvoer van ‘het zand van Joop’

Britse Avro Lancaster heavy bomber

Spaarnwoude gelegen op een oude strandwal, een aardkundig monument

de oude strandwal, vanuit het duingebied tot in het hart van de Inlaag

Middeleeuwse weideverkavelingen

impressie van de oevers van het Oer-IJ nabij de Inlaag

oude afstandmarkering van RIjnland op de Spaarndammerdijk

de Machinewegtocht doet recent zijn oorspronkelijke naam ‘Molentocht’ weer eer aan

Advertenties

Westfriezen! ‘Een harde noot om te kraken’

11 Nov

De eendenkooi van Ruigoord is opgericht in het jaar 1652. In die periode tot 1872 was Ruigoord een veenkusseneiland in het toen uitgestrekte water van het IJ. Maar dit is vóór die tijd niet altijd zo geweest.

Strandwallen langs de kustlijn

Strandwallen en veengronden
In het begin van onze jaartelling was de omgeving rond het Oer-IJ voor een belangrijk deel veengebied. In deze periode waren er minder grote open waterpartijen in deze omgeving zoals dat later in de 17e eeuw wel het geval was, het Houtrak en het Spieringermeer.
De meest toegankelijke delen van deze streek waren de strandwallen, die in banen vanuit de Noordzeekust oostwaarts het veengebied in liepen.

’t Aeylandt Ruygenoort

Een van deze strandwallen loopt nu nog zichtbaar door het maaiveld van het oude Spaarnwoude tot in het grondgebied van de Inlaag, waar in de middeleeuwen een veeweideverkaveling kon worden aangelegd.

Het grondgebied wat later ‘t Aeylandt Ruygenoort is gaan heten, was rond het begin van onze jaartelling nog verbonden aan de vaste wal en voor mensen goed te bereiken. Opgegraven scherven tonen aan dat hier ruim voor 1200 al mensen verbleven.

Een eerste haven in het gebied
Castellum Flevum Rond het begin van onze jaartelling was het gebied ten zuiden en ten noorden van het Oer-IJ het pioniersgebied van wat wel gezegd wordt ‘de eerste projectontwikkelaars in Holland’, de Romeinen. Ter hoogte van de huidig bestaande woonplaats Velsen-Zuid, bouwden de Romeinen hun meest noordelijk gelegen verdedigingsfort in Holland: Castellum Flevum, dit inclusief verdedigingswallen, strandwalpaden en een eigen scheepshaven, die toen nog enerzijds een natuurlijke waterverbinding en toegang tot de Noordzee bood, en anderzijds via het Oer-IJ langs het grondgebied van Ruigoord naar de rivier de Vecht, vaarrichting Utrecht.

Castellum Flevum

Door deze nieuwe activiteit kwam een groot deel van de lokale inheemse productie in dienst te staan van de markteconomie die rond dit leger functioneerde. De Romeinen namen bij hun veroveringstochten ook olijven, dadels en kippen uit het zuiden mee. Dit was voor de inheemse bevolking weer eens iets anders als peen, knollen, duinkonijn of eendenbout! Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat in deze castra (kampen) de Romeinse legionairs ook intensief samenleefden met inheemse vrouwen en kinderen. Onder lokale jonge mannen werd intensief gerecruteerd. En wie als lokale veteraan na zijn lange diensttijd naar huis terugkeerde was sterk ‘geromaniseerd’ en drukte daarmee een stempel of het functioneren en inrichten van zijn directe omgeving ten aanzien van bouw en vechttechnieken, maar ook qua voedselvoorziening en bereiding.

Boompje groot …
Een hevig meningsverschil over een belastingverhoging voor de lokale bevolking, die in natura werd betaald in ossenhuiden, leidde in het jaar 28 n.C. tot een hevige opstand van de inheemse bevolking. Hierbij werd het fort bij Velsen geheel verwoest. Na deze aanval trokken de Romeinen zich definitief terug uit onze streek, tot achter de oude Rijn. Om deze gebeurtenis in onze regio te herdenken, hebben wij in deze maand november 2018, nu exact 1990 jaar later, een bescheiden herdenkingsboom op de eendenkooi van Ruigoord aangepoot. We hebben hier gekozen voor een boomsoort die ook door de Romeinen vanuit het Middellandse zeegebied sterk verspreid werd in de rest van West-Europa, en wel de Okkernoot of Walnotenboom. Over 10 jaar zal onze notenboom op deze oude plek vast een flink formaat bereikt hebben, welke passend is bij een mogelijke 2000-jarige herdenking in 2028!

Boom van het jaar
De boom was bij zijn toenmalige introductie in onze omgeving direct populair bij de inheemse bevolking. Dit vanwege de hoge economische waarde van het hout voor het maken van meubels en andere gebruiksvoorwerpen en natuurlijk vanwege de smakelijke, eetbare noten. Naast dat in de Griekse mythologie de Walnotenboom symbool staat voor wijsheid, zijn in streeknamen de ‘wal’ in walnoot terug te vinden in toenmalig door de Romeinen veroverd gebied zoals Wallonië in België en Wales in Engeland. Dit jaar is tijdens LTO-kwekersdag in Echteld, de Okker- of Walnotenboom uitgeroepen tot boom van het jaar 2018!

Okkernoot

Herdenkingswalnotenboom op eendenkooi met dank aan kwekers uit Heiloo

2018, de droogste zomer

30 Sep

Kooibos met palmen en cactussen (?!)

Zicht op het kooibos van de eendenkooi in Vijfhuizen met daarbij publieksinfo.

Het eerste, aantrekkelijkste herkenningspunt van oude eendenkooien in het open Hollandse en Vlaamse landschap is het omringende groene kooibos. Belangrijk voor de rust voor eenden op de centraal gelegen kooiplas en van oudsher ook onmisbaar voor de kooiker voor het oogsten van wilgentenen, fruit en hakhout; een rijke en vaak oude biotoop. Heeft klimaatverandering ook gevolgen voor dit type bos?

‘Pas’ 313 jaar
We kijken even terug op de afgelopen zomer. De warmste zomer ooit gemeten door het KNMI met gemiddeld 19 graden,    2 graden warmer als normaal. Daarbij was 2018 door de geringe hoeveelheid gevallen neerslag ook de droogste zomer ooit gemeten sinds begin 18e eeuw.

Herdenkingsraam Cruquius in Oude Kerk, Spaarndam

In de stad Delft nam kaartenmaker en waterbouwkundige Nicolaus Samuelis Cruquius in december 1705 als eerste Hollander het initiatief voor registratie van temperatuur, luchtdruk, vocht en neerslag. Uit dit initiatief van destijds is later het Koninklijk Nederlands Meteorologische Instituut (KNMI), ontstaan.

Exoten op de kooi?
Klimaatdeskundigen van nu geven aan dat in Nederland specifieke inheemse planten en boomsoorten de huidige klimaatveranderingen op termijn niet zullen overleven, maar dat deze zelfde verandering tegelijkertijd ook weer kansen biedt voor nieuwe, thans mediterrane soorten. Enkele deskundigen dringen er zelfs op aan om de ontwikkelingen voor te zijn en op voorhand deze nieuwe soorten nu al in Nederland aan te planten, maar het kan zeker ook interessant zijn om te ervaren hoe natuurlijke, organische processen zich in deze nieuwe warmere setting zich zullen manifesteren.

Afgraving naar ondergrond eendenkooi met inpassing bestaande bomen.

Aan komen waaien…
Bij de start van de reconstructie van de eendenkooi van Ruigoord is het beschikbare terrein eerst dieper afgegraven, naar een hoogte die correspondeert met enerzijds de oorspronkelijke ligging van het eiland Ruigoord en anderzijds met het hier nu geldende plan voor de waterhuishouding van het omliggende Atlaspark. Bij het afgraven is een tiental bestaande grote bomen gehandhaafd en ingepast in het ruimtelijk-inrichtelijk plan voor de kooi. Het betreft hier onder andere een eik, essen en wilgen.

Vervolgens is door ons op slechts 20% van het totale lege grondgebied nieuw groen beperkt
aangepoot, waaronder schietwilgen, roos, meidoorn, vlier, els, iep, berk, beuk en diverse soorten fruitbomen. Op de resterende 80% van deze kale grond, met een diversiteit in verschillende hoogten, grondsoorten en vochtgehalten, heeft veel groen hier de afgelopen jaren de kans gekregen spontaan zich te settelen en te groeien. Na een paar jaar is hier de diversiteit, ondanks de recente droge zomer, al zeer verrassend.

Terug naar 1652 …
Mogelijk komt met deze natuurlijk gegroeide vegetatie, de huidige flora en fauna wel het dichtst bij het soort groen zoals het hier ook groeide in de hoogtijdagen van de eendenkooi in de 17e en de 18e eeuw. Daarbij zullen de zomers uit die tijd vast ook wel eens zeer warm en droog zijn geweest!

Onderstaand een eerste inventarisatie spontaan groen, nazomer 2018:

* Zwarte en Grauwe els * Zwarte populier * vlier * dubbelkelk * hazelaar * Gewone hondsroos * Eenstijlige meidoorn * Rode esdoorn *  haagwinde * schietwilg * katwilg * Rossige wilg

Harig wilgenroosje * Grote lisdodde *  Mattenbies * Grote waterweegbree *

Jacobskruiskruid * boerenwormkruid * boterbloem * Gewoon speenkruid * zijdeplant * Gestreepte witbol * Zwarte nachtschade * ridderzuring * smeerwortel *  *Gewone Guldenroede * Smalle weegbree * Klein hoefblad * zevenblad * Gewone brunel * teunisbloem * koninginnekruid * hondsdraf * speerdistel * braam *

Foto’s Frans Rodenburg

Vespula Vulgaris, de terras-terrorist

19 Sep

Nu voor de meesten van ons de zomervakantie er toch wel op zit en de herfst in aantocht lijkt, laat onze beruchte ‘terras-terrorist’ oftewel de gewone Hollandse wesp zich bij deze laatste zonnige dagen van het jaar toch nog even nadrukkelijk zien.

Rottend fruit in boom

De nood aan de wesp
Omdat de natuurlijke voedselbronnen voor de wesp aan het einde van de zomer geleidelijk aan ‘opdrogen’, neemt zij uit pure hongersnood steeds vaker haar toevlucht tot overvolle vuilnisbakken, gebakschoteltjes en limonadeglazen. Ook wordt zij geleidelijk aan en naar mate de zomer op haar einde loopt, steeds fanatieker bij het vinden van haar eten.

Rottend fruit op de grond

Onbekend nuttig
Ook dit jaar zijn er weer enkele wespennesten te vinden op onze eendenkooi van Ruigoord. Zo ongewenst wespen kunnen zijn bij mensen in de stad, des te nuttiger kunnen zij zijn in de vrije natuur. Want naast de voeding van de rottende appels, peren, bramen en pruimen uit de boomgaard op de eendenkooi, zij vangen hier ook rupsen en andere insecten. Na het afbijten van de kop van hun prooi, worden deze insecten veelal direct gevoerd aan de wespenlarven in hun nest.

Wespennest in brievenbus

Per luchtpost
Dit jaar is er een fraai wespennest gebouwd in de houten brievenbus van de eendenkooi. Deze bus hangt bij onze entree aan de Bauduinlaan. Het nest is opgebouwd uit zeer licht materiaal wat veel overeenkomsten heeft met papier-maché. Wespen maken deze bouwstof van door hen zelf gekauwde houtvezels. ’t Is nu wel even oppassen voor onze postbode! Het tweede nest bevindt zich ondergronds in de boomgaard van de eendenkooi in een verlate konijnenhol. Een volledig uitgebouwd wespennest kan wel tot 20.000 wespen huisvesten.

Ingang ondergronds nest

Doorsnede ondergronds wespennest

 

 

 

 

 

 

 

Wie wat bewaart ….
Vele inspanningen ten spijt zullen de ‘werkster-wespen’ deze herfst de hongerdood sterven. Dit komt omdat, in tegenstelling tot onze wilde bijen op de kooi, wespen geen wintervoedselvoorraad aanleggen, maar alle voedsel die zij vinden direct consumeren. Ook de allerlaatste wespen uit deze nesten zullen de eerstkomende nachtvorst niet overleven. Alleen de sterke koningin kan overwinteren en zal volgende zomer 2019 zeker weer voor nakomelingen zorgen.

Over een bijzondere boom, bliksem en elbow grease

1 Aug

De oude oorspronkelijke vangtechniek van wilde eenden op eendenkooien mag voor haar tijd zeker zeer vernuftig en inventief genoemd worden, maar daarbij waren kooien van oudsher ook een duurzame en energie-neutrale voedselleverancier.

Uit KEARTON R. 1898 with nature and camera

Waar gehakt wordt ….
In de beginjaren van de eerste eendenkooien in de 16e en 17e eeuw was een directe en efficiënte energiebron het houtkacheltje in het kooikershuisje. Voor brandstof werd vanaf de Late Middeleeuwen lokaal boomhout in de omgeving van Amsterdam steeds schaarser en nam het gebruik van turf toe. Maar voor onze kooiker bleef hakhout de belangrijkste brandstof, dit dankzij de terugkerende opbrengsten uit zijn eigen omliggende kooibos. Naast warmte uit hout en turf, de oudste vorm van biomassa, waren de belangrijkste energiebronnen uit die tijd dierkracht, windkracht, zonnewarmte en …. menselijke spierkracht (met durf en doorzettingsvermogen). Of zoals een Engelse collega-kooiker anno 1620 uit Waxham in Norfolk gezegd zou hebben ‘elbow grease’.

Hakhout verzamelen in het kooibos

Potkachel in het kooikerhuisje van Warmond

Spannende spanning
Het praktische huishoudelijke en bedrijfsmatige gebruik van elektriciteit, zoals wij dit nu kennen, was in de tijd van de eerste Vlaamse en Hollandse eendenkooien nog totaal onbekend. Maar in de 16e en 17e eeuw gold voor het bestaan van een berucht aanverwant fenomeen: ‘ Het Weerlicht’, het tegenovergestelde. Echter, pas halverwege de 18e eeuw wees een gedurfd experiment van Benjamin Franklin uit dat weerlicht bij onweer een belangrijke natuurlijke oervorm van spontane energieontlading was en werd door hem, na een experiment door geleiding en sturing via een vliegerlijn, voor het eerst ook elektriciteit genoemd.

Hoge bomen vangen ….
Met name de heftige gevolgen van een blikseminslag waren bij onze kooiker zeer bekend, berucht en gevreesd. Een van de oorzaken van veelvuldige inslag was hier de aanwezigheid van enkele hoge bomen in het kooibos. En met name van een specifieke solitaire boom die op een eendenkooi bekend staat als de ‘vlaggeboom’ of ‘bakenboom’, de door de kooiker met zorg beheerde landmarkering, bedoeld als herkenningspunt voor door de lucht aanvliegende eenden. De waterrijke ondergrond waar deze bomen in geworteld zijn zorgde hierbij voor extra geleiding en aantrekking voor blikseminslag.

Bakenboom en windmolens eendenkooi Ruigoord

Oude duurzaamheid in een nieuw jasje
Aardig om te zien dat de nu overgebleven actieve eendenkooien in Holland in onze huidige tijd vaak in de nabijheid een aansluiting hebben gekregen op het reguliere elektranet en deze energie ook gebruikt bij allerhande hedendaagse werkzaamheden op deze kooien. Zo ook onze kooi van Ruigoord die, van origine hier gevestigd als het oudste ‘bedrijf’ in dit deel van het havengebied van Amsterdam, haar elektriciteit uiteindelijk weer afneemt van en opgewekt krijgt door nabijgelegen moderne windturbines. Een variant op haar oorspronkelijke 16e en 17e eeuwse duurzaamheid wordt hier nu weer op een eigentijdse manier een stukje teruggewonnen!

 

 

 

Centrale moderne elektrakast omtimmerd in 17e eeuwse stijl, eendenkooi van Ruigoord

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Materiaalgebruik door de eeuwen heen

19 Jun

Zolang er eendenkooien bestaan, hebben de stichters en bouwers van deze kooien altijd voor die materialen gekozen die het goedkoopst en het meest direct voor handen zijn.

Levend bouwmateriaal
Vanaf de 15e en het begin van de 16e eeuw gebruikten de kooimannen veelal ter plaatse te oogsten materiaal zoals boomtakken, wilgentenen en riet. Vaak gebruikten zij ook blijvend levend groenmateriaal.

Afbeelding van een groene levende vangpijp

De constructie van een levende vangpijp

‘Wie appelen vaart, die appelen eet’
De 17e eeuw was een tijd van grote economische voorspoed, ook wel de Gouden Eeuw genoemd. In deze periode werden in de groeiende Hollandse dorpen en steden veel robuuste bouwmaterialen gebruikt voor boerderijen en grachtenpanden, maar ook voor de bouw van handels- en vissersschepen. De eerste massaal geproduceerde bakstenen, handgeboete visnetten en geïmporteerd grenen- en eikenhout waren dan ook terug te vinden op de Hollandse eendenkooien uit die tijd.

Stalen vangpijpenbeugels op de kooi van Meetkerke

De IJzeren Eeuw
Ten tijde van de industriële revolutie, begin 19e eeuw, werden eerder uitgevonden materialen grootschaliger en goedkoper geproduceerd. Stalen buizen werden voor het eerst gebruikt voor vangpijpbeugels en vanaf 1870 werd er in Nederland voor het eerst gewapend beton gemaakt met Portlandcement.

 

 

Vangpijp gemaakt van metaal en geplastificeerd gaas

De nieuwste materialen

Schermen op de kooi van Bornem gemaakt van eternitplaten

Op de laatste eendenkooien, waar in de 20e eeuw nog actief eenden gevangen werden voor handel en consumptie, werd met toenemende mate geplastificeerd gaas en nylonnetten over de vangpijpbeugels gespannen. Na de Tweede Wereldoorlog werden op sommige kooien zelfs rietmatten vervangen voor golfplaten gemaakt van eternit (!), met asbestsaneringen hier in onze tijd tot gevolg (totaalverbod in Nederland op asbestdaken en plaatmateriaal in open ruimten verwacht in 2024!).

Onze materialen
De eendenkooi van Ruigoord heeft zijn oorsprong in de 17e eeuw en heeft hier gelegen tot de aanloop naar de inpoldering van het omliggende IJ-water in de 2e helft van de 19e eeuw. Eiken- en grenenhout waren in deze tussenliggende perioden rondom het eiland en in de nabijheid van Amsterdam ruim voorhanden en wilgentenen en riet konden zelfs ter plaatse geoogst worden. Dit zijn dus de passende basismaterialen die voor nu gebruikt worden bij de opbouw van onze eerste vangpijp.

Vangpijpbeugels van gebogen grenenhout t.p.v. de 1e vangpijp van de eendenkooi van Ruigoord

Schalk in ’t ooverleggen, stout in ‘t uitvoeren

27 Apr

De eendenkooi van Ruigoord is gesticht in 1652, maar er zijn aanwijzingen dat al voor die tijd eenden gevangen en gedood werden op het oude eiland. Het bleef hier echter niet altijd bij watervogels … (!).

Fuiken, strikken en vishaken
Een beschrijving van het eiland Ruigoord rond 1573, ver voor de drooglegging van de omliggende wateren van het IJ, opgetekend onder auspiciën van het Nederlands Volkskundig Genootschap vertelt:

‘Ver genoeg van de vaste wal gelegen om rustig te zijn, was het met zijn ruige rietboorden en slikkerige uitlopers, zijn inhammen en kleiplaten buiten af in zijn kreken en poelen naar binnen een welkom oord voor vele waterbewoners.
Menigmaal werden zij er belaagd door listige vogelaars. Voorzichtig in het riet gedoken of op andere wijze de argeloze dieren verschalkend, hielden de jongens in de hand een lang touw met wat drijvend aas aan het eind, zo ver mogelijk in het water geworpen.
Liet nu een hongerige vogel zich verlokken, hapte hij gretig toe en slikte hij, niet minder gulzig, het verraderlijk aas in, dan sprong de vogelaar toe, na eerst de lijn naar zich te hebben toegehaald, en het eind was… een omgedraaide hals.

Geuzenstrijder

Hier was het ook, dat tegen het einde van het Spaanse beleg van Haarlem in 1573 Spaanse verversingstroepen aanlandden om eenden te vangen, terwijl Kennemer vrijbuiters in de herberg aan de Westsaner Overtoom zaten. Geen enkele der Spaanse krijgslieden was het ontkomen. Ruigoord, het water van het Houtrak tot aan de Spaarndammerdijk, was het einde van hun loopbaan.’

Roeiers op het IJ nabij Ruigoord.
Kaart Joost Jansz 1608

Spaans benauwd
Een van de indrukwekkendste overvallen op de Spaanse bezetter hier werd na 1628 beschreven door de befaamde historicus P.C. Hooft die het optekende volgens het verhaal van hen die het daadwerkelijk hier beleefd hebben.

Te deeze tydt hield zich op ’t Y een vrybuiter der Geuzen, geheeten ’t Hoen, die, schalk in ’t ooverleggen, stout in ’t uitvoeren, met onvoorziene aanslaaghen de waateren onveiligh maakte. Deez’, verspiedt hebbende, hoe een’ bende speerruiteren van Amsterdam naa Haarlem trok, liet zich voorstaan, datze zijne waaren, indien hy hen op een rak¹ dyx, daar ter zyde geen’ uitvlucht was, betrappen konde. Twee roeyjaghten had hy bij zich en booven achtien man’ niet, en wild’ het echter waaghen met dus een’ vuist vol volx. Ziende hen ter gewenschte plaatse, spreiden zy zich en koomen ten deel van vooren, ten deel van achteren opklimmen. ’T Weeke weeder had ook den dyk geweikt, en de paarden het noch quaadt genoegh zonder andere belemmering, alzou zoo zy dikwijls door de korst heen stapten en ten buik toe in de modder schooten. Versmaadende nochtans de weenighte, die hun ’t hoofd bood, vorderden zy hunnen wegh, maar konden geen veirt maaken. Toen leggen de vrybuiters aan en naauwelyx een’ scheut, oft ze deed eenen man sneuvelen. Voort vellen de voorsten hunne spietsen zonder schroomte voor de speeren, die daarby in lengte niet haalen moghten, en dryven hen den achtersten toe. Daar worden zy eeven oevel gegroet en echter ² gedwongen, toom te wenden. Binnenwyle hadden de voorsten herlaaden, en gingen hunn’ eersten gang. ‘Thel ³, gekneedt van de hoofslaagden, werd hoe langher hoe murwer en ’t eene ros by ’t ander bleef steeken in ’t klamme slyk oft slibberde op het gladde, in zyn eyghen en zyns meesters bloedt en schudde hem uit het zadel. Dit vallen en opstaan, gins en weeder jaaghen, duurde, tot de gantche kornet 4, geschat op anderhalfhonderd koppen, ter neer geworpen was.

1 een recht stuk weg, vgl. Damrak, Vuilrak en Houtrak
2 opnieuw
3 nieuw=Nederlands hal = bevroren grond
4 afdeling ruiterij

 

De Spaarndammerdijk tussen Halfweg en Spaarndam, plaats van de overval.

’t Hoens glorie

De voorjaarszon straalt warmer glans

En smelt de sneeuw tot slijk,

Het water zwelt in sloot en kreek,

Maakt velden dras en weiden week,

En sijpelt in den dijk.

 

Maar dat keert Spanjes heirmacht niet

Van Haarlems muren af.

Al heet haar slinkend krijgertal,

In wreevlen moed, den fieren wal

Hun kerkhof en hun graf.

 

Weêr rukt een nieuwe speermansstoet

Van driemaal vijftig aan;

Het weemlend licht van d’uchtendglans

Weêrkaatst op pantser, helm en lans,

En op Sing Jagoos vaan.

 

Hij rukt, gelijk een donderwolk

Van bliksemvuur doorgloeid.

In stilte voort naar de oorlogsmacht,

Die hunkerend naar versterking smacht,

Door langen strijd vermoeid.

 

Wie doet dien dichtgesloten drom

Van ijzren mannen staan?

Wie keert hen van de vege stad?

Wie rukt hen tegen op hun pad,

En vangt den kampstrijd aan?

 

Niet één verschijnt, niet één daagt op,

Waar ’t hoopvolle oog ook staar’;

Dan wat vermocht een held toch ook

Op die doorweekte, smalle strook,

Beheerst door zulk een schaar?

 

Alleen langs ’t plassend stroomnat drijft

Een tweetal jachten voort,

Met tweemaal negen maats bemand,

Verjaagd van ploeg en akkerland,

En ’t hart door wraak gespoord.

 

Maar wat zou tegen de ijzren speer

Die boerenkiel bestaan?

En wat dit enkle handmusket

Ook tegen borsten, gants omzet

Met stalen harnasblaân?

 

En toch van dáár, van dáár alleen

Genaakt de tegenstand: –

Naauw ziet het Hoofd der wakkre maats

De ruiters ter gewenster plaats.

Of ’t jachtpaar steekt naar land.

 

Een bood ontlaadt zich in ’t gezicht

Van ’t Spaanse ruitertal,

Dat meesmuilt om den overmoed

Der manschap, die hen tegenspoedt,

Maar ’t waagstuk boeten zal.

 

Zo toch, zo meent de Hopman meê,

Die ’t handvol volks versmaadt,

Zijn weg vervolgt, naar krijgsmansaard,

Maar vruchtloos voort wil met een vaart,

Waar ’t ros door modder waadt.

 

Het bootsvolk biedt hem d’eersten groet

In negen kogels aan,

En negen ruiters storten neer –

‘Wraak!’gilt de Spanjaard, en zijn speer

Zal ’t negental verslaan.

 

Maar ’t Hoen verheft zijn koopren stem:

‘Voort, makkers, velt uw spies!

Geen Spanjaard die den dood ontsnapp’,

Of zelfs, gewond, zal val verklapp’,

Zo hij de vlucht verkiez’!

 

En op den vijand ingestormd,

Als waar’ ’t geen ijzren wand,

Koelt nu de huisman ₁ , uitgetart

Door Alvaas plunderschaar, het hart

Aan dat verderf van ’t land.

 

De dijk weêrgalmt van ’t strijdgerucht

En ’t klettren van de speer;

’t Rinkinken van de stalen dos:

Het briesen van ’t gewonde ros,

En ’t buldren van ’t geweer.

 

Hij vangt des Spanjaards vloekkreet op.

Die vruchtloos weerstand biedt,

Waar hem de Geus tot wijken dwingt,

En telkens verder rugwaarts dringt,

Of velt in poel en riet.

 

Intussen heeft de tweede boot,

Geroeid door ’t golvend wed,

Niet minder stout, niet minder vlug,

Verrassend in des vijands rug

Zijn manschap uitgezet.

 

En als de Spanjaard wijken wil,

Zo ver, de drasse grond,

Nog murwer door de hoef gekneed,

Doorweekt tot greppel, poel en spleet,

Aan ’t wagglend ros vergont –

 

Jaagt ook van daar de Geus hem voort

Met handspaak, lans of roer,

En ploft hem, als hij rugwaart wil,

Naar onder in den waterkil,

Of trapt hem onder ’t moer ₂.

 

De schrik stormt met de maats van ’t Hoen

Op Spanjes krijgers neer:

Hier vlug en los, daar zwaar in ’t staal,

Toch kampt men feller telken maal,

Maar Spanje dunt al meer.

 

Wie voorwaart rukt – wordt neêrgeveld,

Wie rugwaart dringt – doorboord,

Wie zijwaart wijkt = stort in den plas,

Wie staan blijft – slibbert in ’t moeras,

Of wordt in ’t slijk gesmoord.

 

De kleppers wentlen in hun bloed

En ’s meesters bloed meteen,

Of schudden dien van ’t wagglend zaâlm

Of kneuzen hem in eigen staal,

Bij ’t plettren van hun leên.

Wie rijst, valt neêr; wie valt, verzinkt:

’t Is of de modder groeit,

En zich de Geus verdubblen kan:

De Kastieljaan vindt staâg zijn man,

Zo lang de strijd maar loeit.

 

In ’t eind wordt van den speermansstoet

Geen ruiter meer ontwaard,

Maar op den dam ligt nu een dijk

Verhoogd van bloedend lijk bij lijk,

En stervend paard bij paard.

 

Don Freedrik, die voor Haarlems vest

Naar hun versterking smacht,

Tuurt vruchtloos uit en haakt om niet,

En zucht, dat hij geen scheemring ziet

Van ’t krijgsvolk, dat hij wacht.

 

Dus werd des huismans woord vervuld,

In fieren trots geslaakt:

‘Zo waar ik vrijbuit op den vloed,

Zo waar wordt heel die speermansstoet

Mijn, eer bij ’t leger naakt!’

 

En als de vijand hoort van ’t feit,

Zo vlug bestaan als stout,

Roept Liques: ‘k Wil dien krijgsheld zien,’

En om dees daad een gift hem biên,

Een rijk geschenk in goud!’

 

Maar needrig slaat de huisman ’t af,

En zegt met edel vuur:

‘Dank, Veldheer, dank: maar heeft ooit ’t Hoen

In later dag uw gunst van doen,

Gedenk dan aan dit uur!’

 

De nieuwe Hoge Boom (herdenkingsboom) op de plaats van de overval aan de Spaarndammerdijk. Foto Frans Rodenburg

 

En Hollands faam blies overluid

Zijn lof in ’t zegelied;

En zolang maar een dijkstrook rest,

Die Haarlem hecht aan Amstels vest,

Vergaat ’t Hoens glorie niet.

 

En ieder roeijacht dat de plecht

Doet spieglen in het IJ,

Herroept zijn daad voor elk gemoed,

Dat liefde voor ’s lands Vaadren voedt,

Door wie ons erf, van God behoed,

Den naam verwierf van vrij!

 

₁  huisman = boer

₂ moer = veen

 

Aldus S.J. van den Bergh in zijn Balladen en gedichten, Schiedam 1852.

Lees ook ons facebookbericht voor meer achtergrondinformatie en foto’s.