Voedselschuur voor Amsterdam

25 Jun

In de 17e eeuw waren de omliggende polders een onmisbare ‘voedselschuur’ bij de groei en ontwikkeling van de stad Amsterdam. Als specifiek onderdeel van dit polderlandschap leverden de Hollandse eendenkooien hier een belangrijke bijdrage aan.

Hollandse polder als historische replica in Artis

Overdekte Hollandse polder in Artis

Sinds enkele jaren vraagt de oudste dierentuin van Nederland, het Amsterdamse Artis, speciale aandacht voor het buitengebied van de stad met de reconstructie en aanleg van een stukje Hollands polderlandschap in haar dierentuin. Dit stukje Artis, compleet met waterpartij, graszoden en oude knotwilgen die getransplanteerd en overgebracht zijn van buiten de stad, is voor publiek vrij en kosteloos te bezoeken en te bewonderen. Met name buitenlandse toeristen kunnen hier, zonder de grenzen van de stad te hoeven verlaten, kennis maken met onze grutto, lepelaar, tureluur en wilde eend.

School2Work maakt mal voor aanplant in werkplaats eendenkooi

In den olmen

Wat in dit stukje landschap vooralsnog ontbreekt, is een boomsoort die van oudsher ook echt in het Hollandse landschap thuishoort en die in de Gouden Eeuw door vele landschapsschilders, zoals Ruysdael en Avercamp is vereeuwigd, is de weelderige Hollandse iep, in vroegere tijden ook wel olm genoemd. De laatste jaren is bij boomkwekers veel aandacht voor het kweken van die soorten iepen die resistent zijn voor de beruchte iepziekte, een besmettelijke verwelkingsziekte veroorzaakt door een schimmel. Drie van deze resistente soorten zijn in 2016 als proef aangepoot op een braakliggend bermkavel in het Westelijk Havengebied van Amsterdam nabij station Sloterdijk.

Uitzetten en aanplanten

Onderhoud door de gemeentelijke dienst Amsterdam Werkt!

 

 

 

 

 

 

Bukken voor boomblad

Frans Rodenburg biedt lunch aan

Biologen hebben ontdekt dat het blad en de loten van deze iepensoorten ook een goede aanvullende voedingswaarde hebben voor bepaalde diersoorten. Een passend voornemen is dan ook om op 4 juli a.s. voor de eerste keer hier iepenloten te oogsten, naar Artis te brengen en hier aan de dieren te voeren voor meer diversiteit in hun voedselaanbod. De giraffes hebben al als voorproevers gefungeerd en hebben het zeer smakelijk bevonden. Gelukkig maar.

Een verwend nest

4 Jun

Wilde eenden kennen een lange broedperiode die wel van februari tot augustus kan duren. Gedurende die tijd hebben zij geregeld 2 tot 3 legsels, bestaande uit 6 tot 10 eieren.

Reintje op onze kooi (foto Frans Rodenburg)

Toenemende natuurwaarden

De eendenkooi van Ruigoord heeft nog geen vaste zogenaamde ‘staleenden’, maar door onze aanpoot van groen en door het gedoseerd terug laten groeien van spontane inheemse vegetatie begint de kooi elk voorjaar aantrekkelijker te worden als broedplaats voor aanvliegende wilde watervogels. Tegelijkertijd wordt de eendenkooi ook interessanter voor hermelijnen, wezels en vossen, die graag een eendeneitje lusten.

In de werkplaats van de eendenkooi

Beïnvloeding voor broodwinning

Het persoonlijk belang van een kooiker in de 17e was niet direct om biodiversiteit te bevorderen, maar een plek te creëren die zoveel mogelijk eenden en ook eieren opleverden voor consumptie en verkoop. In de Gouden Eeuw werden er meer eendeneieren gegeten dan kippeneieren. Een van de maatregelen die de kooiker kon nemen om beschermende broedplaatsen te creëren was het plaatsen van speciaal gemaakte broedkorven. Deze van wilgentenen gevlochten korven, geplaatst op stokken op enige hoogte boven het oppervlak van het water van de kooiplas, bood al een eerste goede bescherming. Het vullen van de korf met droog nestmateriaal deed de eend hierbij niet zelf, dit moest de kooiker verzorgen. Letterlijk een ‘verwend nest’!

Nieuwe korven op de plas

Onze biezen pakken

De wilgentenen voor deze korven werden in de 17e eeuw gesneden door griendwerkers, een zo goed als verdwenen beroep. De restanten van klassieke griendbossen zijn vandaag de dag nog terug te vinden op de moerasachtige gronden van de Biesbosch in Zuid-Holland. Dus geen passendere plaats uit te kiezen voor de aanschaf van een aantal broedkorven als in de nabij gelegen oudste stad van Holland, Dordrecht.

In Holland beroemder als Donald D.

In Dordrecht aangekomen heeft Frans Rodenburg de gelegenheid aangegrepen hier een van de oudste musea van Nederland te bezoeken. Een van de topstukken van dit Dordrechts museum is een door Aelbert Cuyp (1620-1691) geschilderd portret van wellicht de beroemdste eend van Nederland: Sijctghen, oftewel in de hedendaagse spelling ‘Sijtje’.

Sijtje was op haar hoge respectabele leeftijd van 23 jaren nog goed voor het leggen van 100 eieren per jaar, dus met een zeer gedenkwaardig gedicht als opschrift naast het portret terecht hiermee tot in de eeuwigheid geëerd!

Ik ben gebroet te wercken.dam
k’was jonck en goet. doen ick hier quam
in voogelen borch, sonder te paeren
heb ick geleeft, wel twintich jaren
wel hondert eijers tsjaers geleijt
daerom ben ick geconterfeijt
gebroocken beennen, tooch wt geneesen
gesondt en bont is noch mijn weesen
en als ick sijctghen steruen sal
soo schrijft hoe out, en tjaer getal
1647.

anno vijftich dartich daeghen
in october hoort men claeghen
sijctghen doot, dit is al waer
out zijnde drijentwintich jaer
1650.

Eendenbout met spreeuwensoep vooraf

26 Mei

Als je in de hoogtijdagen van de eendenkooi van Ruigoord in het nabijgelegen dorp Halfweg in een van de vele, bruisende herbergen aldaar een lokaal gevangen eendenboutje bestelde, maakte je goede kans op een vers kommetje spreeuwensoep als voorgerecht!

Pottenkijkers

Amsterdamse gevelsteen ‘in de sprevpot’

Vanaf de 16e tot in de 18e eeuw was het gewoonte roodgebakken aardenwerken spreeuwenpotten aan buitenmuren op te hangen om daarin spreeuwen te laten broeden. Voordat de jonggeboren spreeuwen uitvlogen, werd voor de invliegopening van de pot een houten stokje gestoken. Als de jonge vogels vet genoeg waren, werden ze via een speciale ‘roofopening’ uit de pot gehaald. Mocht men te laat zijn met het plaatsen van het stokje, dan bleek ‘de voghel reeds gevloghen’. Het spreekwoordelijk ‘ergens een stokje voor steken’ en de uitdrukking ‘pottenkijkers’ zijn eveneens afkomstig uit deze culinair georiënteerde interventie uit de Gouden Eeuw.

 

Start broedseizoen

Om de start van het broedseizoen 2017 symbolisch te markeren heeft Frans Rodenburg op 15 maart jl. een replica van een klassieke spreeuwenpot opgehangen aan het kooikerhuisje van de eendenkooi van Ruigoord. Deze pot is opgehangen tussen een aantal hedendaagse houten varianten van het gebakken origineel.

 

Eten en gegeten worden

Deze houten nestkasten voor spreeuwen blijken nu zeer gewild bij onze buren van de kooi, de Amsterdamse Golfclub, Spreeuwen leven graag in groepen bij elkaar en zijn liefhebber van emelten, de larven van de langpootmug. Emelten zijn berucht, omdat zij flinke schade kunnen veroorzaken aan de grasmat.

Rick in actie

Winterwerk

Onze jongens van School2Work hebben daarom afgelopen week, voorafgaande aan de start van het broedseizoen, 10 stuks spreeuwennestkasten opgehangen bij het speelveld van de golfclub. Deze kasten zijn door onze jongens afgelopen winter gemaakt in de werkplaats van de eendenkooi en zijn gemaakt van eikenhout, afkomstig uit het Amsterdamse Bos. 

Spreeuwensoep met jonge spreeuwen is in onze tijd passée. Hier is de delicatesse ‘emeltensoussi’ voor de spreeuw in de plaats gekomen. Zo kunnen de belangen van mens en dier bij het verstrijken van de jaren wel eens verschuiven.

Een vergeten kwaliteit

7 Mei

Een boom die van oudsher op de eendenkooi echt thuishoort is de els. Dit, omdat deze loofboom uitstekend groeit op de vaak vochtige bodem van een kooi, maar ook omdat deze boom prima geschikt is voor het oogsten van hakhout.

Gereedschap boerengebruikshout

Naast de bestemming voor brandhout werd elzenhakhout in de Gouden Eeuw ook veel gebruikt als boerengebruikshout of zoals de kooiker zou zeggen: ‘geriefhout’. Houten lepels, schalen, gereedschappen en eenvoudig meubilair werden veelvuldig gemaakt uit het hout van daartoe aangepote elzensingels. Op 17e eeuwse schilderijen van Jan Steen, Adriaan van Ostade en Adriaan Brouwer zijn deze houten boerengebruiksvoorwerpen veelvuldig afgebeeld.

Bewerken en opslaan van boerengebruikshout

Eenvoudig meubilair, Adriaan Brouwer

Op elzenhout gebouwd

Bovengronds, in aanraking met weer en wind, is elzenhout niet erg duurzaam, maar onder water vrijwel onbeperkt houdbaar. Zo werden de funderingen van houten huizen van middeleeuwse ‘natte’ steden, zoals Amsterdam en ook Venetië, veelal gemaakt van elzenhout.

In het oprichtingsjaar van de eendenkooi van Ruigoord, 1652, brandde in dit zelfde jaar het oude op elzenhouten palen gefundeerde stadhuis van Amsterdam tot de grond toe af. Dit oude stadhuis, gebouwd in de 15e eeuw, was gelegen aan de Voghelsteeg, de plaats waar vanaf 1425 in de eerste gesloten vleeshal lokaal gevangen gevogelte werd verkocht. Ook deze, toenmalige nieuwe ‘handelsplaetse’, werd destijds gebouwd op houten palen.

 

 

Alnus glutinosa

Nieuw aangepote elzensingel

In de afgelopen maand februari hebben Frans Rodenburg en Anita Zandvliet op de noordzijde van de eendenkooi van Ruigoord een begin gemaakt met de aanleg van een echte elzensingel. Hier zijn 250 stuks elzen (Latijnse naam Alnus glutinosa) met een lengte van gemiddeld 1 meter per boompje handmatig aangeplant, wat wel wat spierpijn opleverde, maar als we een oud volksgebruik mogen geloven zal thee getrokken van gedroogde elzenknopjes een effectief middel tegen pijn in de gewrichten zijn (!).

Hommel(e)s op de eendenkooi

16 Apr

Foto Frans Rodenburg

Wie het eerst komt….

Nu de lente voelbaar is begonnen en op de eendenkooi de pruimenbomen als eerste van de fruitbomen haar witte bloesem laat zien, wordt ook de hommel als een van de bestuivers het eerst wakker. Ondanks dat het vroeg in het voorjaar nog flink fris kan zijn, heeft de hommel hier minder last van. Vanwege haar relatief grote lichaamsomvang, houdt ze beter haar warmte vast. Beter als haar kleinere soortgenoot, de bij.

 

Voedzaam bloemenmengsel

Voedselbank voor insecten

In het voorjaar gaat de hommelkoningin op zoek naar een geschikte plek voor haar kolonie. Met het tijdig inzaaien van een voedselrijk mengsel van wilde bloemen en het maken en plaatsen van enkele hommelkastjes helpen wij haar een handje. Al geruime jaren lopen de populaties van bijen, hommels en andere bestuivers sterk terug o.a. door het ontbreken van voldoende geschikt voedsel en het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

 

Hommelkastjes in de maak

Kleurgevoelig

Onze hommelkastjes zijn gemaakt van grenen- en cederhout en elk kastje bestaat uit 2 compartimenten met ventilatiegaten. De kastjes worden gevuld met droog mos en hooi, waarvan de koningin een nestbuidel kan maken. Aan de voorzijde van de kast, waar de vliegingang is gemaakt, zijn de kleuren wit, geel en blauw aangebracht. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat deze kleuren een sterke aantrekkingskracht hebben op de koningin. Deze kasten zijn door Frans Rodenburg op een droge plaats onder het infohuisje van de eendenkooi gezet.

Hommelkastjes vullen

 

Werkmeester Jos Bos, Werkbrigade

De Werkbrigade

De hommelkasten op de eendenkooi zijn gemaakt door de mensen van de Werkbrigade. De Werkbrigade is in 2016 opgericht door de gemeente Amsterdam en biedt langdurig werklozen een baan met een echt salaris. Naast het maken van onze hommelkasten, maakt de Werkbrigade ook vogelnestkasten en voert opruim- en groenwerkzaamheden uit op en rond de kooi.

 

Poperings hommelbier

Lente

Om de start van het voorjaar echt passend te vieren, proosten we hierbij met een honingzoet Poperings hommelbiertje. In het West-Vlaams betekent hommel ook hop.

Eendenbout met spreeuwensoep vooraf

19 Mrt

Wie in de hoogtijdagen van de eendenkooi van Ruigoord in het nabijgelegen dorp Halfweg in een van de vele, bruisende herbergen aldaar een lokaal gevangen eendenboutje bestelde, maakte goede kans op een vers kommetje spreeuwensoep als voorgerecht!

Pottenkijkers

gevelsteen in de sprevpot A'dam

Amsterdamse gevelsteen ‘in de sprevpot’, Rokin 22

Vanaf de 16e tot in de 18e eeuw was het gewoonte roodgebakken aardenwerken spreeuwenpotten aan buitenmuren op te hangen om daarin spreeuwen te laten broeden. Voordat de jonggeboren spreeuwen uitvlogen, werd voor de invliegopening van de pot een houten stokje gestoken. Als de jonge vogels vet genoeg waren, werden ze via een speciale ‘roofopening’ uit de pot gehaald. Mocht men te laat zijn met het plaatsen van het stokje, dan bleek ‘de voghel reeds gevloghen’. Het spreekwoordelijk ergens een stokje voor steken’ en de uitdrukking ‘pottenkijkers’ zijn eveneens afkomstig uit deze culinair georiënteerde vinding uit de Gouden Eeuw.

Start broedseizoen

Om de start van het broedseizoen 2017 symbolisch te markeren heeft Frans Rodenburg op 15 maart jl. een replica van een klassieke spreeuwenpot opgehangen aan het infohuisje van de eendenkooi van Ruigoord. Deze gebakken pot is opgehangen tussen een aantal hedendaagse houten exemplaren.

Emelten in het gras (foto: Silvia Hellingman)

Eten en gegeten worden

Deze houten nestkasten voor spreeuwen blijken nu ook zeer gewild bij onze buren van de kooi, de Amsterdamse Golfclub. Spreeuwen leven graag in groepen bij elkaar en zijn liefhebber van emelten, de larven van de langpootmug. Emelten zijn berucht, omdat zij flinke schade kunnen veroorzaken aan de grasveld.

School2Work deelnemer Rick in actie

Winterwerk

Onze jongens van School2Work hebben daarom afgelopen week, voorafgaande aan de start van het broedseizoen, 10 stuks spreeuwennestkasten opgehangen aan twee bomen op het speelveld van de golfclub. Afgelopen winter zijn deze kasten door onze jongens gemaakt in de werkplaats van de eendenkooi. De kasten zijn van eikenhout, afkomstig uit het Amsterdamse Bos.

Spreeuwensoep met jonge spreeuwen is in onze tijd passée. Hier is de delicatesse emelten ‘sushi’ voor de spreeuw in de plaats gekomen. Zo kunnen de belangen van mens en dier bij het verstrijken van de jaren wel eens verschuiven.

SEIZOENSWERK IN UITVOERING

3 Mrt

de-huismusNu de maand februari is verstreken, is hiermee ook de laatste wintermaand voorbij die het meest geschikt is voor het snoeien van een aantal specifieke boomsoorten. Deze specifieke bomen zijn bijvoorbeeld de wilg, populier, es, eik en els. Bij uitstek die boomsoorten die op de Hollandse eendenkooien te vinden zijn. De snoeiperiode voor deze soorten is mede afhankelijk van de weer- en temperatuuromstandigheden, vanaf november tot februari. In januari en februari van deze winter hebben we dus voor de eerste keer sinds de aanpoot een paar jaar geleden, de knotwilgen langs onze bypass sloot op de kooi geknot.

geknotte-jonge-wilgen

Wilgentenen in vervlogen tijden

In de 17e eeuw werden de wilgentenen gebruikt voor het vlechten van o.a. manden en broedkorven, die ter plaatsMNe werden gebruikt of werden verhandeld voor extra inkomsten. De wilgentenen werden ook als snoeihout verwerkt in takkenrillen en -wallen om de benodigde luwte te bieden voor de kooiplas. Wat destijds voor de kooi op het zuidelijkste puntje van het stormgevoelige oude eiland Ruigoord zeker van toepassing was.

Meerwaarde flora en fauna

Takkenrillen hebben in onze tijd nog een extra waarde. Voor veel vogels en zoogdieren biedt een takkenril een goede plek om te schuilen en te nestelen. Amfibieën en reptielen vinden er een plek om te overwinteren, en daarnaast vormt het voor paddenstoelen, varens en andere plantensoorten een uitstekend verblijf met voldoende voedsel in het dode hout.

kranslatten-maken-in-werkplaatskranslatten-in-takkenrilPraktische vinding

Op onze eendenkooi wordt nabij het kooikers-infohuisje nu de eerste takkenwal aangelegd, wat straks met name voor de huismus en de egel een optimaal verschansplekje zal zijn. De jongens van School2Work helpen mee bij de constructie van deze takkenrillen. Zij maken in de werkplaats van de kooi de houten kranslatten, die ervoor zorgen dat de paalstaanders langs de ril verbonden zijn en niet gaan wijken. Deze kranslatten, die gemaakt zijn van onbeschilderd resthout, zullen bij het verstrijken van de seizoenen mee inklinken en verteren met de takken. Deze ril moet voor het broedseizoen, dat half maart start, klaar zijn. Wanneer nodig kan in een volgend seizoen de ril weer worden aangevuld met wilgensnoeihout en kranslatten een bewegende en organische constructie, bedacht op de eendenkooi van Ruigoord waar wij ook wel een beetje trots op zijn.