Afbeelding

‘Quarantaine’ als bedrijfsvoorwaarde

29 mrt

Wat in deze uitzonderlijke tijden voor veel mensen nu een nieuwe ervaring is, was in vroeger tijden voor de uitbater van onze eendenkooi een essentieel onderdeel van zijn dagelijks werk en leven. Op de kooi sleet de kooiker veel tijd in afzondering en eenzaamheid.

Afpaling

Voor een optimale vangst van wilde eenden was totale rust op de kooiplas van groot belang. De kooiker zorgde er dan ook voor dat binnen een ruime cirkel rond het kooibos geen andere mensen konden komen dan de kooiker zelf. Afzettingen, bosbeplantingen en gegraven sloten hielpen hem daarbij.

Foto van René Decap,
kooiman van Merkem, Vlaanderen, rond 1890

Mysterieuze kooiman

In de hoogtij dagen van de eendenkooi van Ruigoord was deze afgelegen plek alleen per boot bereikbaar en lag het voor de hand dat onze kooiker regelmatig langere tijd achtereen op het eiland verbleef. Dit maakte van hem voor buitenstaanders van de vaste wal een eenzame, maar ook geheimzinnige figuur.

Het gezonde buitenleven

Omdat een kooiker spaarzaam in aanraking kwam met andere mensen uit zijn omgeving, hooguit voor de inkoop van levensmiddelen en materialen en het afleveren van de eendenvangst, was dit weliswaar een afgezonderd, maar ook een relatief gezond buitenleven in de natuur.

Kooibos met kooikershuisje op het eiland Texel,
foto Frans Rodenburg

Op afstand van elkaar

In de beginjaren van de eendenkooi van Ruigoord werd het nabij gelegen Amsterdam geplaagd door verschillende besmettelijke ziekten, ook wel meegenomen door de handelsschepen van de VOC. Malaria, de gele koorts en de pest hielden het meest huis in de drukst bevolkte delen van de hoofdstad. Veelal ontvluchtten de rijkste Amsterdamse kooplieden de stank en de ziekten en verbleven hiertoe in hun riante buitenverblijven, op enige afstand buiten de stad. Een soort van luxueuze quarantaine. Aldaar lieten zij hun gebraden eendenboutje alsnog goed smaken!

Landhuis Elswout, Overveen

Deense Duck

28 jan

IMG_1200Afgelopen kerstvakantie een bezoek gebracht aan het Deense eiland Fanø. Denemarken, samen met Noorwegen en Zweden, was in de 10e en 11e eeuw een thuishaven van de roemruchte Vikingen en hun vDSC07770ermaarde leider Sven Gaffelbaard (960-1014). Van deze Noormannen is bekend dat naast het vlees van hun eigen vee, ook ganzen en eendenbout als proviand in hun schepen op rooftocht werden meegenomen. Het zou echter nog ruim 800 jaar duren voordat de effectieve vangtechniek met eendenkooien in Denemarken bekend werd.

Ook een Waddeneiland
In 1741 verkocht de Deense koning Christiaan de VI het eiland Fanø aan haar bewoners. Deze bewoners, boeren en zeelui, verdienden veelal hun geld in de handelsscheepvaart en visserij. Zodoende deden zij ook havenplaatsen in Holland en Vlaanderen aan, waar zij bekend raakten met het vernuftige vangprincipe van eendenkooien, en deze introduceerden op Fanø.

DSC07583DSC07584

Boerderij in het dorp Sonderho

Boerderij in Sønderho

Eendenbout voor havenwerkers
Een van de fraaiste dorpjes op het eiland Fanø is Sønderho. Door de Denen zelf recent verkozen tot een van de mooiste dorpjes van heel het land. In de 18e en 19e eeuw was Sønderho een belangrijke haven voor de Denen.

Niet langer voor consumptie
In 1931 kwam er in Fanø een verbod op het vangen van wilde eenden in de eendenkooien. Er werden daarna nog wel eenden gevangen om te ringen, de vogelstand te inventariseren en in kaart te brengen. Dit was nodig, omdat de wilde eend het in onze tijd in haar bestaan het een stuk moeilijker heeft gekregen.DSC07594

DSC07596

Op zes verschillende windrichtingenDSC07581
Het eiland heeft in totaal vier eendenkooien gehad, waarvan de belangrijkste nu nog bestaat en op enige afstand van het rustieke dorp Sønderho ligt. Deze gerestaureerde kooi had in het verleden wel zes verschillende vangpijpen in gebruik en is lokaal bekend onder de naam: Sønderho Gamble Fuglekøje. DSC07578

Net als de eendenkooi van Ruigoord is deze kooi het gehele jaar voor bezoekers toegankelijk en wordt er ter plaatse veel publieksinformatie gegeven. Een houten uitkijktoren biedt daarbij een fraai uitzicht over de kooiplas en de aanpalende Waddenzee.

DSC07598

Rondje Ruigoord, deel 3 het Zand van Joop

15 nov

De beleefbaarheid van de gelaagdheid van een stukje cultuurlandschap in tijd en ruimte.

Voorspel

Dit verhaal begint ten tijde van de Amerikaanse Beurskrach van 1929. De economische crisis die de daaropvolgende jaren zich over de wereld verspreidde trof ook Nederland en Amsterdam hard. In 1935 telde de beroepsbevolking van ons land maar liefst 600.000 werklozen op in totaal 8 miljoen inwoners.

Havenarbeider – Gemeente Amsterdam Stadsarchief

In Europa voedde deze crisis de opkomst van een aantal dictoriale bewegingen zoals het fascisme in Italië en het nationaalsocialisme in Duitsland, de NSDAP, en in Nederland de NSB.

Tijdig voortschrijdend inzicht

Als middelbare scholier koesterde een jonge Joop den Uyl (1919-1987) sympathie voor sommige nationaalsocialistische denkbeelden, maar uitte tegelijkertijd in diverse opstellen zijn afkeer tegen de rassenleer en derhalve de Jodenvervolging. Echter, bij de Duitse inval in Nederland mei 1940 sloeg zijn eerdere visie geheel om en ontpopte hij zich in korte tijd tot een bevlogen sociaaldemocraat.

Foto: ingang van het Vondelpark

Joop zijn afkeer van het nazisme werd extra versterkt toen een goede Joodse vriendin op transport naar Oost-Europa werd gesteld.

Econoom en journalist

Foto: een jonge Joop den Uyl

Gedurende de eerste bezettingsjaren studeerde Joop economie aan de Universiteit van Amsterdam en wist hier in 1942 alsnog zijn doctoraalexamen te behalen. De rest van de oorlog werkte hij als ambtenaar bij het departement voor Economische Zaken in Den Haag en had tegelijkertijd contact met de illegale groep achter de Amsterdamse verzetskrant ‘het Parool’. Ook was hij journalistiek medewerker van het illegale blad ‘De Nieuwe Vrijheid’.

Havenstad in verzet

Monument De Dokwerker,
Jonas Daniël Meijerplein,
Amsterdam

Tot het begin van de Tweede Wereldoorlog speelde de grote Joodse gemeenschap van Amsterdam een belangrijke rol in de handel en economie van de stad. Driekwart van alle Nederlandse Joden woonden en werkten in de hoofdstad. In februari 1941 organiseerde de communistische arbeidersbeweging een algemene staking tegen de Jodenvervolging en de eerste razzia’s in Amsterdam.

Jaarlijks wordt deze gebeurtenis herdacht bij het monument de Dokwerker. Dit imposante monument verbeeldt een havenarbeider en is in 1952 vervaardigd en onthuld.

Zwaar getroffen haven

Enorme schade aan alle haveninstallaties, Amsterdam

Gedurende de Duitse bezetting van Nederland stond de Amsterdamse haven onder bevel van een Duitse ‘Hafencommandant’. Deze liet aan het begin van de oorlog de toegang van de haven bij IJmuiden met afgezonken schepen blokkeren. Waar de haven in 1939 nog 22 miljoen kubieke meter goederen loste, was dit in 1941 tot praktisch nul gedaald. Toen duidelijk werd dat de oorlog voor de Duitsers verloren was, werd door het Duitse opperbevel het zogenaamde Nero-befehl voor de haven gegeven. Systematisch werden alle haveninstallaties, kranen, loodsen, kademuren en andere faciliteiten opgeblazen met springstof. De tactiek van de verschroeide aarde door een terugtrekkende partij. Dit werd dusdanig grondig uitgevoerd, zodat bij de heropbouw van Nederland na 1945 het herstel van de Amsterdamse haven veel middelen en langere tijd kostte. Het duurde tot ver in de jaren ’50.

Persoonlijk gedreven

Lokaal betrokken

In 1953 werd Joop den Uyl lid van de gemeenteraad van Amsterdam en daaropvolgend van 1962 tot 1965 wethouder van Economische Zaken. Gezien zijn persoonlijke achtergrond en geschiedenis is goed te verklaren waarom hij gedreven en uiterst gemotiveerd was de Amsterdamse haven weer op te bouwen en leven in te blazen. Met name een uitbreiding van het grondgebied in westelijke richting voor de huisvesting van nieuwe petrochemische industrie was een grootschalig project waar hij zich persoonlijk zeer sterk voor maakte.

In zand verzonken eiland

Vanaf 1968 werd begonnen met het opspuiten van grote hoeveelheden kalkhoudend (schelpjes) zand over de akkers van de Groote IJpolder en de Houtrakpolder. Hierdoor werd het gebied op kadehoogte gemaakt en gereed voor nieuwe havenindustrie. In 1973 hadden deze zandopspuitingen de grens van de kern van het dorp Ruigoord benaderd. Het dorp dat voorheen als een verhoging in het polderlandschap had gelegen, lag vanaf dat moment als een groene, verzonken oase in een totaal nieuwe omgeving. Hevige, lokale protesten samengaande met het uitbreken van de oliecrisis, zorgden ervoor dat Joops plannen voor dát moment en op díe plaats tot stilstand kwamen.

Zandopspuitingen rond Ruigoord, 1973.
Foto: Kees Nevenzel, Zwanenburg
Zandopspuitingen rond de kern van het dorp Ruigoord, met in het zuidoostelijke kwadrant het vandaag de dag nu nog bestaande restant van ’t Zand van Joop.

Monumentwaardig voor dorp, stad én haven

Een deel van het originele, ruw opgespoten Zand van Joop is vandaag de dag als een historisch landmark nog voor eenieder in Ruigoord-Zuidoost te ontdekken en te ervaren. De tijd heeft ondertussen haar sporen achtergelaten en hierbij voor een hoge natuurwaarde gezorgd. Dit uitzonderlijke stukje industrieel erfgoed, belichaamd vandaag de dag een potentiële dubbele monumentale waarde. Dit niet alleen als beeldbepalend voor de strijd voor het behoud van het dorp Ruigoord, maar ook als belichaming van het doorzettingsvermogen en bevlogenheid voor de Haven van een van de meest bijzondere staatsmannen die ons land heeft gekend.

Elise van Melis, directrice van het Historisch Museum Haarlemmermeer, bezoekt ’t Zand van Joop, 2018

Medewerkers van de natuurorganisaties Floron, Ravon, de Vlinderstichting en de Amsterdamse organisaties Hortus Botanicus en Artis bezoeken de bijzondere natuurwaarden van ’t Zand van Joop in het kader van het project ‘Achter de Zalmhuisjes’. Een project ter bescherming en bevordering van bedreigde inheemse planten, insecten en amfibieën, 2018.

Werken en leren op ’t Zand van Joop.

Foto: deelnemers uit het sociaal-educatief programma van Stichting Het Eiland, 2011

Naar aanleiding van de oliecrisis, twee opmerkelijke politiek-muzikale uitingen gerelateerd aan (haven) arbeiders / volkscultuur:

De mannen van Farce Majeure bieden bij hun bezoek
bij consul Mahmoud Rabbani
het eerste singeltje aan van lied Kiele, kiele koeweit.

Rondje Ruigoord, deel 2 het assenkruisdorp

25 okt

Sommige historische kaarten, van nu nog bestaande wegen in de Houtrakpolder en in Ruigoord, laten zien hoe doordacht en zorgvuldig het plan voor de inpoldering van dit deel van het IJ destijds over de ruimtelijke kaders van het oude eiland zijn gelegd.

Zicht op het begin van de vorming assenkruisdorp Ruigoord

Symbiose als uitgangspunt voor inrichting

Zorgvuldigheid met het uiteindelijke doel het hoogstgelegen deel van het eiland – waar al in de 17e eeuw bebouwing, dijken en waterhuishouding waren aangelegd – met nieuwe wegen te verbinden teneinde een klassiek assenkruisdorp te laten ontstaan. Een uniek voorbeeld hoe met een natuurlijk gevormd oer-landschap als uitgangspunt een versmelting met een 19e-eeuws polderontwerp samen kan gaan. Door deze versmelting kon hier een assenkruis ontstaan, deels op oude grond, deels op nieuwe. We praten hier over de periode vanaf 1872.

Tekentafel uit de oudheid

17e eeuws inpolderings- en verkavelingsplan Beemster

Naast veel Hollandse polders hebben sommige steden en dorpen in binnen- en buitenland een rechthoekig stratenpatroon, het zogenaamde dam- of schaakbordpatroon. In ons land is dit patroon geïntroduceerd door de Romeinen. Zij hadden het weer afgekeken van de Grieken (het hippodamisch systeem) die het op hun beurt weer hebben overgenomen uit de Chinese oudheid. Het patroon, ook wel gridstructuur genoemd, wil zeggen dat straten loodrecht op elkaar zijn aangelegd. Tot de verbeelding sprekende voorbeelden zijn de stad New York, het Unesco erfgoed De Beemster, de stadsuitbreiding van Pompeï en het bijzondere Belgische plaatsje Doel.

Praktische benaming

Met de windrichtingen als uitgangspunt, en tevens overgenomen van andere polders, kregen de nieuwe wegen in de Houtrakpolder eenvoudige namen die direct onttrokken waren aan een praktisch tekentafelontwerp. Namen zoals Noorderweg, Middenweg en Zuiderweg werden horizontaal in het planontwerp ingetekend.

Doordachte precisie

Detail uit kaart van Ruigoord uit 1666 met de oostelijke uitstroom van de bansloot. Bron: archief Hoogheemraadschap van Rijnland

Vanwege haar centrale ligging in het plangebied van de inpoldering werd het hoogstgelegen deel van Ruigoord, precies waar ooit het water van de oude ban(scheidings)sloot van het eiland in het getijdenwater van het IJ uitmondde, hét ontmoetingspunt van een oude zeedijk en een nieuwe polderweg. Er ontstond een bijzondere wegverbinding, en wel een T-splitsing waar naar toevoeging van het erfpad van een bestaand melkhuisje een klassiek assenkruisdorp kon groeien. Dit, met de bestaande kavel van het melkhuisje uit 1666 als inspiratie en uitgangspunt voor de latere bebouwingen.

Luchtfoto van de oude, oorspronkelijke verkaveling van Ruigoord met rondom de nieuwe verkaveling van de Houtrakpolder van na 1872.

Een rondje door de polder

In verticale richting, haaks op de horizontale wegen, werd ten westen van het eiland de Machineweg aangelegd (een verwijzing naar het nieuwe poldergemaal). En aan de oostelijke dijk van Ruigoord, aansluitend op het zuidelijkste puntje van het eiland, de roemruchte Bauduinlaan richting Halfweg. Op het grondgebied van het oude eiland bleef de oorspronkelijke agrarische grondverkaveling op hoofdlijnen onveranderd met een duidelijk onderscheid tussen het noordelijke en zuidelijke deel van het eiland. De oude zeedijk die eerder rond het gehele eiland was aangelegd, werd geschikt gemaakt als weg voor gangbare agrarische vervoersmiddelen. Aan de westzijde van het eiland werd aansluitend op deze dijk een vervolg op de Middenweg gemaakt, bedoeld als ontsluiting richting Spaarndam.

De essentie bewaard gebleven

Wat het grondgebied van Ruigoord vandaag de dag bijzonder maakt, is dat het ter zake doende, essentiële deel van het landschap bewaard is gebleven en zodoende ter plaatse het verhaal kan vertellen, en voor eenieder inzichtelijk en beleefbaar kan zijn hoe dit assenkruisdorp tot stand is gekomen. De nu nog bestaande wegen en paden vormen nog altijd het oorspronkelijke assenkruis en verdelen tegelijkertijd het huidige grondgebied van Ruigoord in vier kwadranten. Volgens wiskundig principe, tegen de klok in:

kwadrant 1 Ruigoord-Noordoost: polder

kwadrant 2 Ruigoord-Noordwest: eiland boven de banslootscheiding

kwadrant 3 Ruigoord-Zuidwest: eiland onder de banslootscheiding

kwadrant 4 Ruigoord-Zuidoost: polder inclusief kavel met ’t zand van Joop

De Verhalenpaal RUIG geplaatst aan het assenkruis van Ruigoord, behorende bij de Schakels aan de Ketting. Op de achtergrond een hedendaagse impressie van het oorspronkelijke ‘melckhuijfgen’ anno 1666 gelegen op het eiland Ruigoord

Recreatieve fietsroute

De belangstelling voor de geschiedenis van Ruigoord en omgeving is de laatste jaren sterk toegenomen. De fietspaden van de Ruigoordroute van Havenfietsen wordt door recreanten en bezoekers intensief gebruikt. En voor de mensen die specifiek geïnteresseerd zijn in historie en landschap, is recent de vaste fietsroute genaamd Schakels aan de Ketting in gebruik genomen. Deze laatstgenoemde route loopt onder meer vanuit de gemeente Haarlemmermeer via Halfweg over een nog bestaand deel van de Zuiderweg (Recreatiegebied Spaarnwoude) naar de Middenweg in Ruigoord en vervolgens via de Noorderweg (Staatsbosbeheer) richting Inlaagpolder. Een bijzonder aantrekkelijke fietstocht door tijd en ruimte met vele verrassende contrasten!

Rondje Ruigoord

29 sep
Polderwegen vinden aansluiting op de rondweg van Ruigoord

In het nieuwste deel van het Westelijk Havengebied van Amsterdam, het Atlaspark, is het vandaag de dag lastig om een goede voorstelling te maken hoe het oude eiland Ruigoord hier voorheen heeft gelegen en hoe groot het was. Het eiland werd tot in de 19e eeuw in de volksmond ook wel het ‘kooien-eiland’ genoemd.

Cornelis Anthonisz., Gezicht op Amsterdam in vogelvlucht, 1538

De moeite waard

Het eiland was van een aanzienlijke oppervlakte en daarom enerzijds al vroeg de moeite waard dit voor agrarisch gebruik te verkavelen en anderzijds een eendenkooi aan te leggen. Ter vergelijking: in de periode tussen het einde van de Late Middeleeuwen en de tijd voor de eerste grote uitleg van Amsterdam (circa 1500 – 1578) was de grondoppervlakte van het eiland vergelijkbaar met het aantal vierkante meters binnen de toenmalige eerste stadsmuren van Amsterdam. Dit was ook de tijd dat het stadsbestuur in 1551 voor het eerst van een lokale boer een kavel grond op Ruigoord aankocht (lees ook onze eerdere blog een bijzondere aankoop).

Beleefbaar, gelaagd landschap

In onze tijd zijn er in het Atlaspark nog twee stukjes van het oude eiland in het landschap terug te vinden. Een deel is de locatie van de oude eendenkooi en een andere deel is het hoogstgelegen deel van het eiland waar ook de eerste bebouwing op het eiland is ontstaan, Ruigoord-kerkdorp. Het grootste, meest westelijke deel van het eiland is vanwege de uitbreiding van het havengebied in de jaren ’70 van de vorige eeuw onder een dikke laag zand gespoten en nu bebouwd met distributieloodsen en opslagtanks voor brandstof. De meest noordelijke punt van het eiland is rond het jaar 2000 afgegraven voor de aanleg van het waterbekken van de nieuwe Afrikahaven.

Weg over dijk en oever

De zwarte, dikke lijn is de rondweg

Direct na de inpoldering van al het getijdewater rond het eiland in 1872 werd een nieuwe rondweg om Ruigoord aangelegd. Deze weg volgde globaal de buitenste contouren van het eiland, daar waar ongeveer de lage dijk, maar overwegend haar oeverbescherming heeft gelegen. Het was een smalle eenvoudig verharde weg, in eerste instantie bedoeld voor toenmalige agrarische voertuigen. In de begin jaren paard en wagen, later de eerste tractoren. Aan de oost- en westzijde van het eiland vond de rondweg aansluiting op de Middenweg, een nieuwe polderweg. Maar de belangrijkste toegangsweg en ontsluiting richting het dorp Halfweg lag in het uiterste zuidelijke puntje van het eiland. Hier vond de rondweg van Ruigoord een directe aansluiting op de imposante nieuwe Bauduinlaan (lees hierover meer op onze eerdere blog een-pittig-gekruid-verhaal).

19e over 17e eeuwse infrastatuur gelegd

Over het punt in de weg en de aansluiting van de Bauduinlaan op de rondweg ontstond een T-splitsing. Op deze splitsing was het dus mogelijk te kiezen voor de westelijke of de oostelijke route rondom het gehele eiland. Deze T-splitsing was tevens het exacte punt in het landschap van het eiland, waar in de 17e eeuw de eendenkooi van Ruigoord was gesticht. Echter, na het inpolderen van het omliggende gebied in 1872, het maken van nieuwe wegen, het bouwen van boerderijen, een paar kleine winkels en woningen, werd er op de kavel van de kooi een drie-onder-een-kap arbeidswoning gebouwd. Met hier Ruigoord 1 als eerste, nieuwe adres en huisnummer!

T-splitsing Bauduinlaan rondweg Ruigoord (1976).
Schilderij Kees Nevenzel, beeldend kunstenaar Zwanenburg

Woonhuis Ruigoord 1 (links)

Fietsen over een stukje oostelijke rondweg

Recent is de aansluiting Bauduinlaan – Ruigoord 1 in het huidige landschap weer goed te herkennen. Naast de opbouw van een impressie van de eendenkooi eindigt hier in noordelijke richting als vanouds de Bauduinlaan en gaat de weg over in een fietspad. Het is hier nog steeds goed zichtbaar en beleefbaar dat deze weg in hoogte iets oploopt, en je hier dus feitelijk het eiland op fietst richting Ruigoord-kerkdorp.

De Middenweg gezien in westelijke richting naar Ruigoord-dorp.

Dorp Ruigoord.

Theo Knook en Bram Spruit
(grootvader Frans Rodenburg)
op tractor met korenmaaier bij Ruigoord

Oostelijke rondweg in zuidelijke richting.
Foto Kees Nevenzel

Passage naar het eiland

Dit stukje cultuurlandschap en landmark markeert nauwkeurig de plek waar deze maand september een fraai en robuust uitgevoerd eikenhouten bermhek is geplaatst. Dit hek is hier in samenspraak met Haven Amsterdam N.V. vervaardigd en aangebracht door van oudsher lokale bouwers in samenwerking met de sociale organisatie Paswerk, arbeidsintegratie ten behoeve van mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking.

Van oudsher Ruig

28 aug

De eerste gevonden sporen van menselijke activiteiten op Ruigoord dateren uit de 11e eeuw. In de eeuwen die daarop volgden, tot aan de droogmaking in 1872 van al het omringende brakke water, bleek het eiland een moeilijk bewerkbare en weerbarstige plek om een bestaan op te bouwen. Al vroeg in haar geschiedenis ontstond er haast als vanzelfsprekend een passende en welluidende naam voor deze onherbergzame plek: T’ Aeylandt Ruygenoort.

Het hoofd boven water
Door ontveening en afkalving van grond vanaf het jaar 1250 groeide de oppervlakte van het water van het IJ, voorheen het Oer-IJ, zeer snel. Het eiland Ruigoord kwam hierdoor ook steeds verder van de vaste wal te liggen.

Eendenvangst met treknetten en musketten
Eendenvangst met treknetten en musketten

Haar lager gelegen deel bleek alleen geschikt te zijn voor het oogsten van riet en wilgentenen, waarbij in de natste delen watervogels gevangen konden worden. Er zijn aanwijzingen dat er ruim voor de formele oprichting van de eendenkooi van Ruigoord in 1652 hier al niet formeel geregistreerde opstallen zijn gebouwd en erfjes ingericht om vanuit hier kleine gemengde boerenbedrijfjes op te zetten aanvullend met vis- en eendenvangst. Slechts het hoge en droger gelegen delen van het eiland waren geschikt als hooi- en weidegrond voor vee.

Schapen melken

Schaapjes op het droge
Op oude kaarten uit de 16e eeuw zijn onder de noemer ‘werff’ opstallen en kavelomgrenzingen ingetekend, en op afbeeldingen uit de 17e eeuw wordt er melding gedaan van een fysiek weergegeven ‘melckhuyfgen’ op het eiland. Dit melkhuisje is het begin van een kleine boerderij met melkvee. Omdat dit vee in de eerste periode van het zomerseizoen in eenvoudige schuiten vanaf de vaste wal overgevaren moest worden, zullen deze dieren niet groot van stuk zijn geweest. Naast klein rundvee werden er in die tijd ook schapen en geiten gemolken.

Pionieren
Pas na de inpoldering van al het water rondom het eiland, kon de oude kavel van het melkhuisje uitgroeien tot een volwaardig agrarisch bedrijf, en wel een imposante boerderij genaamd Hoeve Ruigoord, centraal gelegen op het hoogste punt van het oorspronkelijke eiland. De kavel van het melkhuisje is hiermee de eerste inrichting van wat later tot het bebouwingslint van het dorp Ruigoord zou uitgroeien.

Kavel van Hoeve Ruigoord en het Melkhuisje, ookwel de ‘Smaele Strenge’

Terug van weggeweest
De laatste geiten, schapen en koeien zijn rond de millenniumwissel in 2000 geleidelijk uit het groene landschap van Ruigoord verdwenen. Bijzonder is het dus dat recent weer een grote schaapskudde in de groene omranding van Ruigoord te zien is! Weliswaar niet voor de productie van melk, zoals hier in de 17e eeuw, maar in onze tijd door begrazing voor ecologisch verantwoord groenonderhoud. Lees meer over dit bijzondere schaaphoudersbedrijf op Rinnegom Landschapsbeheer.

Bij-de-tijd

31 jul

Bij een tegenvallende vangst van wilde eenden, en om toch nog wat geld te kunnen verdienen konden Hollandse en Vlaamse kooimannen ook wel terugvallen op zogenaamde neveninkomsten. Een van de mogelijkheden was het winnen en doorverkopen van bijenhoning.

Duitse bijenklos. Foto: Alfred Schade

Monkey see is monkey do

Al vele eeuwen is honing zeer geliefd bij mens en dier. De eerste mensen keken de kunst van plunderen van wilde bijennesten af van onder andere apen, beren en andere dieren. Maar al snel maakten deze prehistorische honingjagers zelf handmatig nestruimten in vervoerbare holle stukken boomstam; de zogenaamde bijenklossen. De mensen die deze klossen maakten waren in wezen de eerste imkers.

Levende vliegenstrip

Egyptische imker

De oude Egyptenaren hielden al 6000 jaar geleden hun bijen in langwerpige keramieken buizen, waar zij complete muurtjes van stapelden. Naast de voedingswaarde was ook de antibacteriële en conserverende werking van honing in Egypte goed bekend. Verschillende typen verwondingen werden door hen met honing behandeld. En farao Pepi II liet slaven die in zijn directe nabijheid waren met honing insmeren, als ware het levende vliegen- en muggenvangers (!).  In hermetisch afgesloten honingpotten die duizenden jaren later in de graven van de farao’s werden gevonden, bleek in onze tijd de inhoud nog onbedorven bewaard te zijn gebleven.

Verloren ambachten

In Noord/West-Europa komt de hand gevlochten strokorf al vanaf 1300 voor. In de tweede helft van de 19e eeuw, gelijktijdig met het verdwijnen van veel Vlaamse en Hollandse eendenkooien, werd deze traditionele korf geleidelijk vervangen voor meer functionele vierkante houten kasten met uitneembare ramen.

Korf op de eendenkooi Maaspoort bij Den Bosch

Uitgezwermd bijenvolk eendenkooi Ruigoord

Gaat heen en …

Dit jaar, 2020, is ons bijenvolk op de eendenkooi van Ruigoord zeer actief. In het voorjaar deelde het volk zich twee keer en deze zwermden vervolgens uit op zoek naar nieuwe nestplaatsen. Bij de start van de verkenningstocht verbleven zij ter oriëntatie voor twee dagen buiten de korf aan enkele boomtakken op korte afstand van het vaste bijenhuis. Het deel van het oorspronkelijke volk dat in de korf achterbleef, ging dadelijk aan het werk om, ter voorbereiding op de komende winter, weer nieuw voedsel te vinden.

Minder voedsel voor veel verschillende soorten

De meest ideale afstand tussen korf of nest en het voedsel van bijen bevindt zich binnen 150 meter vliegafstand. Het voedsel bestaat uit nectar wat te vinden is in bomen en bloemen van planten, maar bestaat ook uit eiwit en vitaminerijk stuifmeel van berm- en veldbloemen. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat er in Amsterdam en omgeving wel meer als 50 verschillende soorten bijen in het wild leven. De bijensoorten die met name in de tweede helft van het seizoen vliegactief zijn, zijn nu in toenemende mate afhankelijk van voedsel dat zij kunnen vinden in verstedelijkt gebied. Op dát moment zijn er in natuurgebieden en met name agrarisch gebied minder bloemen te vinden.

Havenbermen als foerageergebied

Iedereen die wel eens in het havengebied van Amsterdam komt, is het vast wel opgevallen dat er de laatste jaren veel meer wilde bloemen te zien zijn langs wegbermen en slootkanten. Een belangrijke voedselbron voor de nu noodlijdende insecten zoals, naast wilde bijen, ook hommels, zweefvliegen en vlinders. Daarbij komt ook dat zo’n 80% van alle Nederlandse gewassen in haar voortbestaan weer afhankelijk zijn van deze bestuivers. Zonder deze insecten zou bijvoorbeeld de fruitschaal bij ons thuis er treurig leeg bij staan …

Om een steentje bij te dragen hebben wij dit voorjaar bij de eendenkooi van Ruigoord en haar directe omgeving een meerjarig bloemenbijenmengsel ingezaaid. Onder andere bestaande uit: Dille, Duizendblad, Salie, Gele kamille, Margriet, Goudsbloem, Groot kaasjeskruid, Grote teunisbloem, Hopklaver, Juffertje-in-het-groen, Klaproos, Kleine pimpernel, Knoopkruid, Korenbloem, Koriander, Mariadistel en Rode Klaver.

Wilde bloemen in berm Westpoortweg, Haven Amsterdam

Normaal Amsterdams Peil

26 jun

Veel fietsers van de historisch, recreatieve route Schakels aan de Ketting zijn verrast door de informatie die zij aantreffen op de verhalenpaal RUIG in Ruigoord. Hoe is het mogelijk dat de oorspronkelijke restanten van een eiland vandaag de dag zover en zo diep onder Normaal Amsterdams Peil liggen?

Verhalenpaal nr. 17 RUIG

IJkpunt aan het IJ

Het gemiddelde zeewaterniveau tussen eb en vloed in Nederland en rond Ruigoord, toen dit nog een eiland was omringd door brak getijde water, is het vaste punt nul en heet Normaal Amsterdams Peil (NAP). Dit vaste punt wordt bewaard en fysiek weergegeven – als het ware ‘vastgespijkerd’ – in het gemeentehuis van Amsterdam. Zo kan je dus, overgenomen vanaf dit vaste punt ‘nul’, grondhoogte en waterstanden meten en vastleggen die bóven NAP of ónder NAP zijn.

Het NAP monument in het gemeentehuis Amsterdam

Scholieren krijgen rondleiding en uitleg bij NAP monument

Hoog en droog in oost

De plek waar nu de verhalenpaal RUIG staat behoorde voorheen tot het hogere, oostelijke deel van het oorspronkelijke oude veeneiland in het Oer-IJ. Deze plek, waar door de vroegere bewoners in de 16e en 17e eeuw ook een stukje oeverbescherming en zeedijk was aangebracht, lag toen ongeveer 1,5 meter boven NAP. Het westelijke deel van het eiland lag aflopend wat lager en liep bij eb en vloed en sterke wind uit westelijke richting regelmatig onder water. Zo ook de eendenkooi gelegen in het meest zuidelijke punt van het eiland, die ook nog eens buitendijks lag.

De verhalenpaal van Ruigoord met Melkhuisje op achtergrond

Bronzen NAP hoogte-bout van Ruigoord

Eiland aan het droge

Na de inpoldering rond 1872 en het hierbij wegpompen van al het getijdenwater rond het eiland, is Ruigoord flink gaan zakken en inklinken. Door opvolgende aanpassingen in nieuwe slootwaterstanden is het eiland eveneens flink gedaald. Ook in de periode 1970 tot ongeveer 2005 hebben druk en settingen veroorzaakt door omliggende terreinophogingen en vergraving tot nog verdere inklinking geleid.

In nieuw landschap verzonken

Lag het hoogste deel van het veeneiland Ruigoord voor 1872 nog +1,5 meter boven NAP, vandaag de dag is dat -1,90 meter onder NAP. Een verschil van 3,40 meter! Dus als je vandaag de dag bij de verhalenpaal van Ruigoord staat, dan is de hoogte van de grond onder je voeten nu ónder -1,90 NAP, echter stonden je voeten hier zo’n 150 jaar geleden, dan stond je hier zo’n 3,40 meter hoger en wel bóven +1,50 NAP !

Nat houden is het devies

Het is bekend dat geheel westelijk Nederland geleidelijk zakt. Veelal door veeninklinking veroorzaakt vanwege verdroging door klimaatverandering of ondoordachte bemaling en afwateringen. Maar er zullen maar weinig plaatsen zijn waar dit nu zo spectaculair is verlopen en beleefbaar is als in Ruigoord.

Krantenartikel

Afbeelding

De ‘goeie’ onder de ‘kwaaie’ …

24 mei

Onterecht hebben ook de vleermuizen die in Nederland voorkomen een aanzienlijke deuk in hun reputatie opgelopen. Dit mede als mogelijke verspreider van het COVID-19 virus ook wel coronavirus genaamd. Echter, de soorten die in ons land en de rest van Europa leven zijn de afgelopen jaren uitgebreid onderzocht en hierbij zijn alle eerdere en huidige varianten van het coronavirus niet aangetroffen.

Klassieke schoolplaat

Zo nuttig als bijen
Vleermuizen spelen in het Westen een cruciale rol bij het wegvangen van voor de landbouw schadelijke insecten. En in de tropen helpen zij bij het bestuiven van bloemen en het verspreiden van zaden en vruchten.

bestuivende vleermuis

Zonder vleermuizen zouden er geen bananen, avocado’s, vanille en mango’s zijn. En zonder deze dieren zou er dus ook geen cacao voor chocolade in de Amsterdamse havenpakhuizen liggen. Amsterdam heeft de grootste cacaohaven ter wereld.

Vleermuiskasten ophangen aan de ‘poortwachters’ bij de eendenkooi.

Hulp bij huisvesting
Vleermuizen zijn echte nachtdieren en verbergen zich bij daglicht graag onder oud-Hollandse dakpannen, verlaten gewelven of in een opening van een spouwmuur van een oude woning. Zij verblijven bij voorkeur in boomholtes waar zij hun winterslaap houden. Bij gebrek aan deze holtes in een boom kan een hier opgehangen vleermuiskast prima uitkomst bieden. Ter gelegenheid van de Nationale Vleermuistuintelling 2020 zijn er op de eendenkooi van Ruigoord dit weekend twee nieuwe vleermuiskasten opgehangen.

binnenzijde vleermuiskast met drie compartimenten

Een door de tijd beproefde werkwijze

1 mei

Eendenbout is traditioneel op vele manieren als hoofdgerecht te bereiden, maar de oudste en interessantste wijze is misschien wel gekonfijt in eigen vet.

Wie wat bewaart, die heeft wat

Konfijten in eenden- of ganzenvet is een bereidingswijze die van oudsher ook bedoeld was om vlees en gevogelte langer houdbaar te maken. Dit veelal om eendenbout op voorraad te hebben in tijden dat er buiten het seizoen geen vogels gevangen konden worden, en er geen verse aanvoer was. Of om als proviand mee te nemen op een lange reis. Al in het oude Egypte was men goed bekend met het op deze manier conserveren van voedsel.

Egyptische vogelhoeder

Confit de Canard

Ondanks dat alle eendenkooien hier al lange tijd buiten werking zijn gesteld en wilde watervogels hier niet meer op deze wijze gevangen worden, is Frankrijk het land bij uitstek voor traditionele gerechten met eend. Op speciale eendenboerderijen worden vandaag de dag nog wel veel tamme eenden gehouden voor consumptie. Het dierenwelzijn krijgt hierbij de laatste jaren veel aandacht en publiciteit.

Met name de Zuid-Franse streek Gascogne is nu bekend om de productie en export van eendenvlees, veelal in blik.

Le bon roi Henri

Een vermaarde inwoner van Gascogne in de 16e eeuw was Hendrik de IV, geboren in het plaatsje Pau in 1553. Hendrik was een groot liefhebber van zijn confit de canard, en het verhaal gaat dat hij in zijn regeerperiode (1589-1610) als koning van Frankrijk veelvuldig gekonfijte eendenbout uit zijn geboortestreek naar Parijs liet overbrengen.

Hendrik IV van Frankrijk

De houdbaarheid van het gevogelte was gedurende de reis natuurlijk essentieel, maar met deze bereidingswijze gewaarborgd. Hendrik stond bekend als een sociaal betrokken, kundige koning en een kleurrijk figuur. Dat het welzijn van het ‘lagere’ volk hem sterk ter harte ging, blijkt uit zijn opmerking dat hij zou wensen dat elke boerenfamilie elke zondag een kip (of eend) in de pot kon hebben!

Geduld wordt beloond

Door eendenvlees heel langzaam in een stevig gietijzeren pan ruim gevuld met vogelvet, heet maar niet kokend, te garen wordt dit vlees geleidelijk zeer zacht en mals. Dit proces kan wel zo’n 4 a 5 uur duren. Hieraan voorafgaande wordt het vlees goed gezouten en gekruid. Na het garen en ruim ondergedompeld in koud gestold vet kan het, mits donker en bij een temperatuur van tussen de 1 en 6 graden, vele weken bewaard worden. De dikke vetlaag, die het vlees in de pan omringd, functioneert hierbij als een natuurlijke afsluiter tegen bederf. Uit recent onderzoek is gebleken dat eendenbout onder deze condities zelfs wel jaren goed kan blijven en daarom destijds als proviand kon worden meegenomen op bijvoorbeeld een verre zeereis.

gietijzeren pan gevuld met eendenbouten in eendenvet, jeneverbes en laurierblad

Een pittig gekruid verhaal

23 apr

Het stichtingsjaar van de eendenkooi van Ruigoord is 1652. Dit viel in de succesvolle en rijke hoogtijjaren van Holland in de Gouden Eeuw. In Amsterdam werd in 1602 de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht, gerechten met vlees en gebraden eendenbout konden vanaf dat moment ook heerlijk op smaak gebracht worden met nieuw ingevoerde, exotische kruiden zoals foelie, kruidnagel en peper.

Verloren Onder Corruptie

Veel van deze nieuwe kruiden en specerijen kwamen uit het toenmalige ‘Nederlandsch-India’, met haar VOC-hoofdkwartier de handelsstad Batavia.

Batavia in de 18e eeuw

Tegenwoordig is deze stad bekend onder de naam Jakarta. Echter, na 1784 trad bij dit eerste en grootste handelsbedrijf ter wereld sterk het verval in, en bij het begin van de 19e eeuw stond de afkorting VOC in de volksmond ook wel voor ‘Verloren Onder Corruptie’.

Kaart van Ruigoord uit de 18e eeuw van het Hoogheemraadschap van Rijnland met de vermelding ‘vervallen eendenkooi’

De handel via Amsterdam liep sterk terug en de leverantie van vers gevangen eenden aan de stad en omgeving stagneerde. De eendenkooi van Ruigoord raakte enigszins in verval.

Nieuw leven

In een poging de handel in onder andere landbouwproducten weer nieuw leven in te blazen, werd in 1824 in Den Haag de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM) opgericht. Echter, haar praktische werkgebied lag nog steeds in Indië waar deze hernieuwde activiteiten vanaf 1826 vanuit het kantoor, de Factorij, te Batavia werden gecoördineerd. Deze handel bestond naast kruiden en specerijen ook uit tabak, koffie en rietsuiker. Een van de invloedrijkste ambtenaren in dienst van en NHM in Batavia werd later de heer D.F.A. Bauduin (1827-1909).

In het centrum van de macht

De heer Bauduin, telg van een van oorsprong Franse-Ardense patriciërsfamilie, en zeer deskundig op het gebied van handel en landbouw, zag tijdig in dat een belangrijk deel van de toekomstige productie van nieuwe landbouwproducten, zoals suikerbieten en aardappelen, in Nederland zélf zou komen te gaan liggen. In 1871 was Bauduin terug in Nederland en had zich opgewerkt als President van het hoofdbestuur der Hollandsche Maatschappij van Landbouw, gehuisvest en goed connected met landelijke machtshebbers in Den Haag.

Initiatief uit onverwachte richting

Het oorspronkelijke voorstel en initiatief voor de inpoldering van het water van het Amsterdamse IJ en het Houtrak, om met de grondverkoop hiervan de aanleg van het Noordzeekanaal te kunnen bekostigen, kwam van het toenmalig landsbestuur uit Den Haag, en reeds voor het eerst in 1859. Opmerkelijk is dat dit voorstel bij het toenmalige Amsterdamse stadsbestuur direct op veel weerstand stuitte, wat ervoor zorgde dat dit formele wetsvoorstel in eerste instantie al snel werd verworpen. Echter, Den Haag hield de opvolgende jaren vast aan haar initiatief en op 8 maart 1865 ging alsnog ‘de eerste schep’ in de grond voor de aanleg van het Noordzeekanaal en de droogmakerij van het water van het IJ en het Houtrak. In 1874 vielen de nieuwe polders droog, en het eiland Ruigoord en haar eendenkooi waren vanaf dat moment niet langer meer omringd door water. Dit had wel direct tot gevolg dat hier veel minder watervogels naar toe kwamen.

Op het juiste moment op de juiste plaats

Ondertussen had Bauduin in Halfweg, aan de rand van de nieuwe Houtrakpolder, een indrukwekkende villa laten bouwen, geheel in Indische stijl, en trad hij aan als lokale dijkgraaf, en wel benoemd door de Kroon.

De uit hout opgetrokken Indische Villa van de familie Bauduin aan de Houtrakkerweg in Halfweg. Afgebroken in 1911.

Vervolgens kocht hij in de periode oktober 1874 – februari 1875 van de noodlijdende Kanaalmaatschappij op diverse grondveilingen zo’n 257 hectare van de ‘vruchtbaarste landbouwgrond van Europa’. Bauduin liet daarbij op verschillende plaatsen in de nieuwe Houtrakpolder grote boerderijen bouwen met klinkende namen zoals de Borneo, de Java en de Sumatra-hoeve. Aardappelen werden verbouwd en geoogste suikerbieten konden logistiek gunstig verwerkt worden in de nieuwgebouwde suikerfabriek genaamd ‘Holland’ direct gelegen tegenover zijn villa in Halfweg.

Jan Meekel als ‘voorrijder’ en Bram Spruit (grootvader van Frans Rodenburg) ploegen op het land van de Borneo Hoeve.

Laan naar Ruigoord, het hart van de polder

De heer Bauduin overleed in 1909 en zijn nalatenschap in de Houtrakpolder werd in augustus 1910 publiekelijk in café Copee in Halfweg verkocht. Wat vandaag de dag van de naam Bauduin nog zichtbaar herinnerd is een deel van een polderweg die begint op korte afstand van de plek waar ooit zijn villa heeft gestaan, nu deels onderbroken door de aanleg van Recreatiegebied Spaarnwoude, en vervolgens doorloopt in noordelijke richting en eindigt daar waar het eiland Ruigoord ooit begon. Precies op de plek waar een impressie van de eendenkooi van Ruigoord nu in aanleg is. Deze weg heet sinds mensenheugenis en ter nagedachtenis: De Bauduinlaan.

Daar waar de laan in noordelijke richting eindigt en overgaat in het fietspad is een lichte verhoging in het wegdek merkbaar. Daar ligt de eendenkooi en begint het eiland Ruigoord.

De Bauduinlaan anno 2020

Een gepeperde herdenking

Het is dit jaar precies 110 jaar geleden dat de van oorsprong Frans-Ardense familie Bauduin afstand deed van al haar bezittingen in de Houtrakpolder. Dit voorjaar zullen wij dit passend gedenken met het bereiden van een oud traditioneel Frans gerecht: confit de canard, oftewel gekonfijte eendenbout van poelier Ruig uit Oostzaan. Natuurlijk historisch passend; Indisch gekruid!