Afbeelding

‘Quarantaine’ als bedrijfsvoorwaarde

29 mrt

Wat in deze uitzonderlijke tijden voor veel mensen nu een nieuwe ervaring is, was in vroeger tijden voor de uitbater van onze eendenkooi een essentieel onderdeel van zijn dagelijks werk en leven. Op de kooi sleet de kooiker veel tijd in afzondering en eenzaamheid.

Afpaling

Voor een optimale vangst van wilde eenden was totale rust op de kooiplas van groot belang. De kooiker zorgde er dan ook voor dat binnen een ruime cirkel rond het kooibos geen andere mensen konden komen dan de kooiker zelf. Afzettingen, bosbeplantingen en gegraven sloten hielpen hem daarbij.

Foto van René Decap,
kooiman van Merkem, Vlaanderen, rond 1890

Mysterieuze kooiman

In de hoogtij dagen van de eendenkooi van Ruigoord was deze afgelegen plek alleen per boot bereikbaar en lag het voor de hand dat onze kooiker regelmatig langere tijd achtereen op het eiland verbleef. Dit maakte van hem voor buitenstaanders van de vaste wal een eenzame, maar ook geheimzinnige figuur.

Het gezonde buitenleven

Omdat een kooiker spaarzaam in aanraking kwam met andere mensen uit zijn omgeving, hooguit voor de inkoop van levensmiddelen en materialen en het afleveren van de eendenvangst, was dit weliswaar een afgezonderd, maar ook een relatief gezond buitenleven in de natuur.

Kooibos met kooikershuisje op het eiland Texel,
foto Frans Rodenburg

Op afstand van elkaar

In de beginjaren van de eendenkooi van Ruigoord werd het nabij gelegen Amsterdam geplaagd door verschillende besmettelijke ziekten, ook wel meegenomen door de handelsschepen van de VOC. Malaria, de gele koorts en de pest hielden het meest huis in de drukst bevolkte delen van de hoofdstad. Veelal ontvluchtten de rijkste Amsterdamse kooplieden de stank en de ziekten en verbleven hiertoe in hun riante buitenverblijven, op enige afstand buiten de stad. Een soort van luxueuze quarantaine. Aldaar lieten zij hun gebraden eendenboutje alsnog goed smaken!

Landhuis Elswout, Overveen

Deense Duck

28 jan

IMG_1200Afgelopen kerstvakantie een bezoek gebracht aan het Deense eiland Fanø. Denemarken, samen met Noorwegen en Zweden, was in de 10e en 11e eeuw een thuishaven van de roemruchte Vikingen en hun vDSC07770ermaarde leider Sven Gaffelbaard (960-1014). Van deze Noormannen is bekend dat naast het vlees van hun eigen vee, ook ganzen en eendenbout als proviand in hun schepen op rooftocht werden meegenomen. Het zou echter nog ruim 800 jaar duren voordat de effectieve vangtechniek met eendenkooien in Denemarken bekend werd.

Ook een Waddeneiland
In 1741 verkocht de Deense koning Christiaan de VI het eiland Fanø aan haar bewoners. Deze bewoners, boeren en zeelui, verdienden veelal hun geld in de handelsscheepvaart en visserij. Zodoende deden zij ook havenplaatsen in Holland en Vlaanderen aan, waar zij bekend raakten met het vernuftige vangprincipe van eendenkooien, en deze introduceerden op Fanø.

DSC07583DSC07584

Boerderij in het dorp Sonderho

Boerderij in Sønderho

Eendenbout voor havenwerkers
Een van de fraaiste dorpjes op het eiland Fanø is Sønderho. Door de Denen zelf recent verkozen tot een van de mooiste dorpjes van heel het land. In de 18e en 19e eeuw was Sønderho een belangrijke haven voor de Denen.

Niet langer voor consumptie
In 1931 kwam er in Fanø een verbod op het vangen van wilde eenden in de eendenkooien. Er werden daarna nog wel eenden gevangen om te ringen, de vogelstand te inventariseren en in kaart te brengen. Dit was nodig, omdat de wilde eend het in onze tijd in haar bestaan het een stuk moeilijker heeft gekregen.DSC07594

DSC07596

Op zes verschillende windrichtingenDSC07581
Het eiland heeft in totaal vier eendenkooien gehad, waarvan de belangrijkste nu nog bestaat en op enige afstand van het rustieke dorp Sønderho ligt. Deze gerestaureerde kooi had in het verleden wel zes verschillende vangpijpen in gebruik en is lokaal bekend onder de naam: Sønderho Gamble Fuglekøje. DSC07578

Net als de eendenkooi van Ruigoord is deze kooi het gehele jaar voor bezoekers toegankelijk en wordt er ter plaatse veel publieksinformatie gegeven. Een houten uitkijktoren biedt daarbij een fraai uitzicht over de kooiplas en de aanpalende Waddenzee.

DSC07598

Van oudsher Ruig

28 aug

De eerste gevonden sporen van menselijke activiteiten op Ruigoord dateren uit de 11e eeuw. In de eeuwen die daarop volgden, tot aan de droogmaking in 1872 van al het omringende brakke water, bleek het eiland een moeilijk bewerkbare en weerbarstige plek om een bestaan op te bouwen. Al vroeg in haar geschiedenis ontstond er haast als vanzelfsprekend een passende en welluidende naam voor deze onherbergzame plek: T’ Aeylandt Ruygenoort.

Het hoofd boven water
Door ontveening en afkalving van grond vanaf het jaar 1250 groeide de oppervlakte van het water van het IJ, voorheen het Oer-IJ, zeer snel. Het eiland Ruigoord kwam hierdoor ook steeds verder van de vaste wal te liggen.

Eendenvangst met treknetten en musketten
Eendenvangst met treknetten en musketten

Haar lager gelegen deel bleek alleen geschikt te zijn voor het oogsten van riet en wilgentenen, waarbij in de natste delen watervogels gevangen konden worden. Er zijn aanwijzingen dat er ruim voor de formele oprichting van de eendenkooi van Ruigoord in 1652 hier al niet formeel geregistreerde opstallen zijn gebouwd en erfjes ingericht om vanuit hier kleine gemengde boerenbedrijfjes op te zetten aanvullend met vis- en eendenvangst. Slechts het hoge en droger gelegen delen van het eiland waren geschikt als hooi- en weidegrond voor vee.

Schapen melken

Schaapjes op het droge
Op oude kaarten uit de 16e eeuw zijn onder de noemer ‘werff’ opstallen en kavelomgrenzingen ingetekend, en op afbeeldingen uit de 17e eeuw wordt er melding gedaan van een fysiek weergegeven ‘melckhuyfgen’ op het eiland. Dit melkhuisje is het begin van een kleine boerderij met melkvee. Omdat dit vee in de eerste periode van het zomerseizoen in eenvoudige schuiten vanaf de vaste wal overgevaren moest worden, zullen deze dieren niet groot van stuk zijn geweest. Naast klein rundvee werden er in die tijd ook schapen en geiten gemolken.

Pionieren
Pas na de inpoldering van al het water rondom het eiland, kon de oude kavel van het melkhuisje uitgroeien tot een volwaardig agrarisch bedrijf, en wel een imposante boerderij genaamd Hoeve Ruigoord, centraal gelegen op het hoogste punt van het oorspronkelijke eiland. De kavel van het melkhuisje is hiermee de eerste inrichting van wat later tot het bebouwingslint van het dorp Ruigoord zou uitgroeien.

Kavel van Hoeve Ruigoord en het Melkhuisje, ookwel de ‘Smaele Strenge’

Terug van weggeweest
De laatste geiten, schapen en koeien zijn rond de millenniumwissel in 2000 geleidelijk uit het groene landschap van Ruigoord verdwenen. Bijzonder is het dus dat recent weer een grote schaapskudde in de groene omranding van Ruigoord te zien is! Weliswaar niet voor de productie van melk, zoals hier in de 17e eeuw, maar in onze tijd door begrazing voor ecologisch verantwoord groenonderhoud. Lees meer over dit bijzondere schaaphoudersbedrijf op Rinnegom Landschapsbeheer.

Bij-de-tijd

31 jul

Bij een tegenvallende vangst van wilde eenden, en om toch nog wat geld te kunnen verdienen konden Hollandse en Vlaamse kooimannen ook wel terugvallen op zogenaamde neveninkomsten. Een van de mogelijkheden was het winnen en doorverkopen van bijenhoning.

Duitse bijenklos. Foto: Alfred Schade

Monkey see is monkey do

Al vele eeuwen is honing zeer geliefd bij mens en dier. De eerste mensen keken de kunst van plunderen van wilde bijennesten af van onder andere apen, beren en andere dieren. Maar al snel maakten deze prehistorische honingjagers zelf handmatig nestruimten in vervoerbare holle stukken boomstam; de zogenaamde bijenklossen. De mensen die deze klossen maakten waren in wezen de eerste imkers.

Levende vliegenstrip

Egyptische imker

De oude Egyptenaren hielden al 6000 jaar geleden hun bijen in langwerpige keramieken buizen, waar zij complete muurtjes van stapelden. Naast de voedingswaarde was ook de antibacteriële en conserverende werking van honing in Egypte goed bekend. Verschillende typen verwondingen werden door hen met honing behandeld. En farao Pepi II liet slaven die in zijn directe nabijheid waren met honing insmeren, als ware het levende vliegen- en muggenvangers (!).  In hermetisch afgesloten honingpotten die duizenden jaren later in de graven van de farao’s werden gevonden, bleek in onze tijd de inhoud nog onbedorven bewaard te zijn gebleven.

Verloren ambachten

In Noord/West-Europa komt de hand gevlochten strokorf al vanaf 1300 voor. In de tweede helft van de 19e eeuw, gelijktijdig met het verdwijnen van veel Vlaamse en Hollandse eendenkooien, werd deze traditionele korf geleidelijk vervangen voor meer functionele vierkante houten kasten met uitneembare ramen.

Korf op de eendenkooi Maaspoort bij Den Bosch

Uitgezwermd bijenvolk eendenkooi Ruigoord

Gaat heen en …

Dit jaar, 2020, is ons bijenvolk op de eendenkooi van Ruigoord zeer actief. In het voorjaar deelde het volk zich twee keer en deze zwermden vervolgens uit op zoek naar nieuwe nestplaatsen. Bij de start van de verkenningstocht verbleven zij ter oriëntatie voor twee dagen buiten de korf aan enkele boomtakken op korte afstand van het vaste bijenhuis. Het deel van het oorspronkelijke volk dat in de korf achterbleef, ging dadelijk aan het werk om, ter voorbereiding op de komende winter, weer nieuw voedsel te vinden.

Minder voedsel voor veel verschillende soorten

De meest ideale afstand tussen korf of nest en het voedsel van bijen bevindt zich binnen 150 meter vliegafstand. Het voedsel bestaat uit nectar wat te vinden is in bomen en bloemen van planten, maar bestaat ook uit eiwit en vitaminerijk stuifmeel van berm- en veldbloemen. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat er in Amsterdam en omgeving wel meer als 50 verschillende soorten bijen in het wild leven. De bijensoorten die met name in de tweede helft van het seizoen vliegactief zijn, zijn nu in toenemende mate afhankelijk van voedsel dat zij kunnen vinden in verstedelijkt gebied. Op dát moment zijn er in natuurgebieden en met name agrarisch gebied minder bloemen te vinden.

Havenbermen als foerageergebied

Iedereen die wel eens in het havengebied van Amsterdam komt, is het vast wel opgevallen dat er de laatste jaren veel meer wilde bloemen te zien zijn langs wegbermen en slootkanten. Een belangrijke voedselbron voor de nu noodlijdende insecten zoals, naast wilde bijen, ook hommels, zweefvliegen en vlinders. Daarbij komt ook dat zo’n 80% van alle Nederlandse gewassen in haar voortbestaan weer afhankelijk zijn van deze bestuivers. Zonder deze insecten zou bijvoorbeeld de fruitschaal bij ons thuis er treurig leeg bij staan …

Om een steentje bij te dragen hebben wij dit voorjaar bij de eendenkooi van Ruigoord en haar directe omgeving een meerjarig bloemenbijenmengsel ingezaaid. Onder andere bestaande uit: Dille, Duizendblad, Salie, Gele kamille, Margriet, Goudsbloem, Groot kaasjeskruid, Grote teunisbloem, Hopklaver, Juffertje-in-het-groen, Klaproos, Kleine pimpernel, Knoopkruid, Korenbloem, Koriander, Mariadistel en Rode Klaver.

Wilde bloemen in berm Westpoortweg, Haven Amsterdam

Normaal Amsterdams Peil

26 jun

Veel fietsers van de historisch, recreatieve route Schakels aan de Ketting zijn verrast door de informatie die zij aantreffen op de verhalenpaal RUIG in Ruigoord. Hoe is het mogelijk dat de oorspronkelijke restanten van een eiland vandaag de dag zover en zo diep onder Normaal Amsterdams Peil liggen?

Verhalenpaal nr. 17 RUIG

IJkpunt aan het IJ

Het gemiddelde zeewaterniveau tussen eb en vloed in Nederland en rond Ruigoord, toen dit nog een eiland was omringd door brak getijde water, is het vaste punt nul en heet Normaal Amsterdams Peil (NAP). Dit vaste punt wordt bewaard en fysiek weergegeven – als het ware ‘vastgespijkerd’ – in het gemeentehuis van Amsterdam. Zo kan je dus, overgenomen vanaf dit vaste punt ‘nul’, grondhoogte en waterstanden meten en vastleggen die bóven NAP of ónder NAP zijn.

Het NAP monument in het gemeentehuis Amsterdam

Scholieren krijgen rondleiding en uitleg bij NAP monument

Hoog en droog in oost

De plek waar nu de verhalenpaal RUIG staat behoorde voorheen tot het hogere, oostelijke deel van het oorspronkelijke oude veeneiland in het Oer-IJ. Deze plek, waar door de vroegere bewoners in de 16e en 17e eeuw ook een stukje oeverbescherming en zeedijk was aangebracht, lag toen ongeveer 1,5 meter boven NAP. Het westelijke deel van het eiland lag aflopend wat lager en liep bij eb en vloed en sterke wind uit westelijke richting regelmatig onder water. Zo ook de eendenkooi gelegen in het meest zuidelijke punt van het eiland, die ook nog eens buitendijks lag.

De verhalenpaal van Ruigoord met Melkhuisje op achtergrond

Bronzen NAP hoogte-bout van Ruigoord

Eiland aan het droge

Na de inpoldering rond 1872 en het hierbij wegpompen van al het getijdenwater rond het eiland, is Ruigoord flink gaan zakken en inklinken. Door opvolgende aanpassingen in nieuwe slootwaterstanden is het eiland eveneens flink gedaald. Ook in de periode 1970 tot ongeveer 2005 hebben druk en settingen veroorzaakt door omliggende terreinophogingen en vergraving tot nog verdere inklinking geleid.

In nieuw landschap verzonken

Lag het hoogste deel van het veeneiland Ruigoord voor 1872 nog +1,5 meter boven NAP, vandaag de dag is dat -1,90 meter onder NAP. Een verschil van 3,40 meter! Dus als je vandaag de dag bij de verhalenpaal van Ruigoord staat, dan is de hoogte van de grond onder je voeten nu ónder -1,90 NAP, echter stonden je voeten hier zo’n 150 jaar geleden, dan stond je hier zo’n 3,40 meter hoger en wel bóven +1,50 NAP !

Nat houden is het devies

Het is bekend dat geheel westelijk Nederland geleidelijk zakt. Veelal door veeninklinking veroorzaakt vanwege verdroging door klimaatverandering of ondoordachte bemaling en afwateringen. Maar er zullen maar weinig plaatsen zijn waar dit nu zo spectaculair is verlopen en beleefbaar is als in Ruigoord.

Krantenartikel

Afbeelding

De ‘goeie’ onder de ‘kwaaie’ …

24 mei

Onterecht hebben ook de vleermuizen die in Nederland voorkomen een aanzienlijke deuk in hun reputatie opgelopen. Dit mede als mogelijke verspreider van het COVID-19 virus ook wel coronavirus genaamd. Echter, de soorten die in ons land en de rest van Europa leven zijn de afgelopen jaren uitgebreid onderzocht en hierbij zijn alle eerdere en huidige varianten van het coronavirus niet aangetroffen.

Klassieke schoolplaat

Zo nuttig als bijen
Vleermuizen spelen in het Westen een cruciale rol bij het wegvangen van voor de landbouw schadelijke insecten. En in de tropen helpen zij bij het bestuiven van bloemen en het verspreiden van zaden en vruchten.

bestuivende vleermuis

Zonder vleermuizen zouden er geen bananen, avocado’s, vanille en mango’s zijn. En zonder deze dieren zou er dus ook geen cacao voor chocolade in de Amsterdamse havenpakhuizen liggen. Amsterdam heeft de grootste cacaohaven ter wereld.

Vleermuiskasten ophangen aan de ‘poortwachters’ bij de eendenkooi.

Hulp bij huisvesting
Vleermuizen zijn echte nachtdieren en verbergen zich bij daglicht graag onder oud-Hollandse dakpannen, verlaten gewelven of in een opening van een spouwmuur van een oude woning. Zij verblijven bij voorkeur in boomholtes waar zij hun winterslaap houden. Bij gebrek aan deze holtes in een boom kan een hier opgehangen vleermuiskast prima uitkomst bieden. Ter gelegenheid van de Nationale Vleermuistuintelling 2020 zijn er op de eendenkooi van Ruigoord dit weekend twee nieuwe vleermuiskasten opgehangen.

binnenzijde vleermuiskast met drie compartimenten

Een door de tijd beproefde werkwijze

1 mei

Eendenbout is traditioneel op vele manieren als hoofdgerecht te bereiden, maar de oudste en interessantste wijze is misschien wel gekonfijt in eigen vet.

Wie wat bewaart, die heeft wat

Konfijten in eenden- of ganzenvet is een bereidingswijze die van oudsher ook bedoeld was om vlees en gevogelte langer houdbaar te maken. Dit veelal om eendenbout op voorraad te hebben in tijden dat er buiten het seizoen geen vogels gevangen konden worden, en er geen verse aanvoer was. Of om als proviand mee te nemen op een lange reis. Al in het oude Egypte was men goed bekend met het op deze manier conserveren van voedsel.

Egyptische vogelhoeder

Confit de Canard

Ondanks dat alle eendenkooien hier al lange tijd buiten werking zijn gesteld en wilde watervogels hier niet meer op deze wijze gevangen worden, is Frankrijk het land bij uitstek voor traditionele gerechten met eend. Op speciale eendenboerderijen worden vandaag de dag nog wel veel tamme eenden gehouden voor consumptie. Het dierenwelzijn krijgt hierbij de laatste jaren veel aandacht en publiciteit.

Met name de Zuid-Franse streek Gascogne is nu bekend om de productie en export van eendenvlees, veelal in blik.

Le bon roi Henri

Een vermaarde inwoner van Gascogne in de 16e eeuw was Hendrik de IV, geboren in het plaatsje Pau in 1553. Hendrik was een groot liefhebber van zijn confit de canard, en het verhaal gaat dat hij in zijn regeerperiode (1589-1610) als koning van Frankrijk veelvuldig gekonfijte eendenbout uit zijn geboortestreek naar Parijs liet overbrengen.

Hendrik IV van Frankrijk

De houdbaarheid van het gevogelte was gedurende de reis natuurlijk essentieel, maar met deze bereidingswijze gewaarborgd. Hendrik stond bekend als een sociaal betrokken, kundige koning en een kleurrijk figuur. Dat het welzijn van het ‘lagere’ volk hem sterk ter harte ging, blijkt uit zijn opmerking dat hij zou wensen dat elke boerenfamilie elke zondag een kip (of eend) in de pot kon hebben!

Geduld wordt beloond

Door eendenvlees heel langzaam in een stevig gietijzeren pan ruim gevuld met vogelvet, heet maar niet kokend, te garen wordt dit vlees geleidelijk zeer zacht en mals. Dit proces kan wel zo’n 4 a 5 uur duren. Hieraan voorafgaande wordt het vlees goed gezouten en gekruid. Na het garen en ruim ondergedompeld in koud gestold vet kan het, mits donker en bij een temperatuur van tussen de 1 en 6 graden, vele weken bewaard worden. De dikke vetlaag, die het vlees in de pan omringd, functioneert hierbij als een natuurlijke afsluiter tegen bederf. Uit recent onderzoek is gebleken dat eendenbout onder deze condities zelfs wel jaren goed kan blijven en daarom destijds als proviand kon worden meegenomen op bijvoorbeeld een verre zeereis.

gietijzeren pan gevuld met eendenbouten in eendenvet, jeneverbes en laurierblad

Een pittig gekruid verhaal

23 apr

Het stichtingsjaar van de eendenkooi van Ruigoord is 1652. Dit viel in de succesvolle en rijke hoogtijjaren van Holland in de Gouden Eeuw. In Amsterdam werd in 1602 de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht, gerechten met vlees en gebraden eendenbout konden vanaf dat moment ook heerlijk op smaak gebracht worden met nieuw ingevoerde, exotische kruiden zoals foelie, kruidnagel en peper.

Verloren Onder Corruptie

Veel van deze nieuwe kruiden en specerijen kwamen uit het toenmalige ‘Nederlandsch-India’, met haar VOC-hoofdkwartier de handelsstad Batavia.

Batavia in de 18e eeuw

Tegenwoordig is deze stad bekend onder de naam Jakarta. Echter, na 1784 trad bij dit eerste en grootste handelsbedrijf ter wereld sterk het verval in, en bij het begin van de 19e eeuw stond de afkorting VOC in de volksmond ook wel voor ‘Verloren Onder Corruptie’.

Kaart van Ruigoord uit de 18e eeuw van het Hoogheemraadschap van Rijnland met de vermelding ‘vervallen eendenkooi’

De handel via Amsterdam liep sterk terug en de leverantie van vers gevangen eenden aan de stad en omgeving stagneerde. De eendenkooi van Ruigoord raakte enigszins in verval.

Nieuw leven

In een poging de handel in onder andere landbouwproducten weer nieuw leven in te blazen, werd in 1824 in Den Haag de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM) opgericht. Echter, haar praktische werkgebied lag nog steeds in Indië waar deze hernieuwde activiteiten vanaf 1826 vanuit het kantoor, de Factorij, te Batavia werden gecoördineerd. Deze handel bestond naast kruiden en specerijen ook uit tabak, koffie en rietsuiker. Een van de invloedrijkste ambtenaren in dienst van en NHM in Batavia werd later de heer D.F.A. Bauduin (1827-1909).

In het centrum van de macht

De heer Bauduin, telg van een van oorsprong Franse-Ardense patriciërsfamilie, en zeer deskundig op het gebied van handel en landbouw, zag tijdig in dat een belangrijk deel van de toekomstige productie van nieuwe landbouwproducten, zoals suikerbieten en aardappelen, in Nederland zélf zou komen te gaan liggen. In 1871 was Bauduin terug in Nederland en had zich opgewerkt als President van het hoofdbestuur der Hollandsche Maatschappij van Landbouw, gehuisvest en goed connected met landelijke machtshebbers in Den Haag.

Initiatief uit onverwachte richting

Het oorspronkelijke voorstel en initiatief voor de inpoldering van het water van het Amsterdamse IJ en het Houtrak, om met de grondverkoop hiervan de aanleg van het Noordzeekanaal te kunnen bekostigen, kwam van het toenmalig landsbestuur uit Den Haag, en reeds voor het eerst in 1859. Opmerkelijk is dat dit voorstel bij het toenmalige Amsterdamse stadsbestuur direct op veel weerstand stuitte, wat ervoor zorgde dat dit formele wetsvoorstel in eerste instantie al snel werd verworpen. Echter, Den Haag hield de opvolgende jaren vast aan haar initiatief en op 8 maart 1865 ging alsnog ‘de eerste schep’ in de grond voor de aanleg van het Noordzeekanaal en de droogmakerij van het water van het IJ en het Houtrak. In 1874 vielen de nieuwe polders droog, en het eiland Ruigoord en haar eendenkooi waren vanaf dat moment niet langer meer omringd door water. Dit had wel direct tot gevolg dat hier veel minder watervogels naar toe kwamen.

Op het juiste moment op de juiste plaats

Ondertussen had Bauduin in Halfweg, aan de rand van de nieuwe Houtrakpolder, een indrukwekkende villa laten bouwen, geheel in Indische stijl, en trad hij aan als lokale dijkgraaf, en wel benoemd door de Kroon.

De uit hout opgetrokken Indische Villa van de familie Bauduin aan de Houtrakkerweg in Halfweg. Afgebroken in 1911.

Vervolgens kocht hij in de periode oktober 1874 – februari 1875 van de noodlijdende Kanaalmaatschappij op diverse grondveilingen zo’n 257 hectare van de ‘vruchtbaarste landbouwgrond van Europa’. Bauduin liet daarbij op verschillende plaatsen in de nieuwe Houtrakpolder grote boerderijen bouwen met klinkende namen zoals de Borneo, de Java en de Sumatra-hoeve. Aardappelen werden verbouwd en geoogste suikerbieten konden logistiek gunstig verwerkt worden in de nieuwgebouwde suikerfabriek genaamd ‘Holland’ direct gelegen tegenover zijn villa in Halfweg.

Jan Meekel als ‘voorrijder’ en Bram Spruit (grootvader van Frans Rodenburg) ploegen op het land van de Borneo Hoeve.

Laan naar Ruigoord, het hart van de polder

De heer Bauduin overleed in 1909 en zijn nalatenschap in de Houtrakpolder werd in augustus 1910 publiekelijk in café Copee in Halfweg verkocht. Wat vandaag de dag van de naam Bauduin nog zichtbaar herinnerd is een deel van een polderweg die begint op korte afstand van de plek waar ooit zijn villa heeft gestaan, nu deels onderbroken door de aanleg van Recreatiegebied Spaarnwoude, en vervolgens doorloopt in noordelijke richting en eindigt daar waar het eiland Ruigoord ooit begon. Precies op de plek waar een impressie van de eendenkooi van Ruigoord nu in aanleg is. Deze weg heet sinds mensenheugenis en ter nagedachtenis: De Bauduinlaan.

Daar waar de laan in noordelijke richting eindigt en overgaat in het fietspad is een lichte verhoging in het wegdek merkbaar. Daar ligt de eendenkooi en begint het eiland Ruigoord.

De Bauduinlaan anno 2020

Een gepeperde herdenking

Het is dit jaar precies 110 jaar geleden dat de van oorsprong Frans-Ardense familie Bauduin afstand deed van al haar bezittingen in de Houtrakpolder. Dit voorjaar zullen wij dit passend gedenken met het bereiden van een oud traditioneel Frans gerecht: confit de canard, oftewel gekonfijte eendenbout van poelier Ruig uit Oostzaan. Natuurlijk historisch passend; Indisch gekruid!

De wilde eend gaat kopje onder

29 feb

Van oudsher was de wilde eend bij uitstek de favoriete ‘vette’ vogel om te vangen op de Hollandse en Vlaamse eendenkooien. Was dit vroeger voor menselijke consumptie, vandaag de dag zijn kooien een belangrijke en veilige rustplaats geworden voor deze meest gangbare watervogel van Nederland. En dit is nu niet zonder noodzaak.

Noodklok

Al vanaf 1990 monitort Vogelbescherming Nederland en de organisatie Sovon Vogelonderzoek het sterk afnemende aantal broedpopulaties en brengt dit statistisch in kaart. Hieruit is gebleken dat in de afgelopen 30 jaar het aantal populaties met 30% is afgenomen. Tot op heden tasten onderzoekers in het duister over de oorzaak …

Het jaar van de wilde eend

Een nog onbekend onderzoeksgebied is de overlevingskansen van eendenkuikens tussen het moment dat zij uit het ei komen en het moment dat zij vliegvlug worden. Met het broedseizoen 2020 nu in aantocht is dit specifiek gerichte onderzoek deze winter gestart en is in het teken daarvan het jaar 2020 door de Vogelbescherming uitgeroepen tot het Jaar van de Wilde Eend.

Vogelspothut ‘Houcky Nes’

Meervoudige functie

Reeds eerder was duidelijk dat de wilde eend een zeer opportunistische vogel is. Daar waar water, groen-beschutting en voedsel samenkomt, kun je hem al snel aantreffen. Zo ook in de recent aangelegde waterbergingen in het Atlaspark van het Amsterdamse havengebied. Mogelijk kunnen deze waterbergingen een bijdrage gaan leveren in het voortbestaan van onze wilde eend!

Waterbergingen t.p.v. Kaapstadweg, Westpoortweg – Casablancaweg, Westpoortweg – Ruigoord-Zuid (initiatief Stichting Het Eiland, 2004) en Abidjanweg – Machineweg

Een tuin heb je nooit alleen

16 feb

Winterkoninkje

Vanwege het grote totaaloppervlak van alle tuinen die Nederland heeft, kan iedereen die een tuin aanlegt of onderhoudt een bijdrage leveren de biodiversiteit te vergroten. Hierbij draag je direct bij aan de zorg en verantwoording voor tijdelijke en permanente nieuwe bewoners.

Een praktisch voorstel
Voor wie tijdig wat zichtlijnen in zijn of haar tuin op orde wil hebben en daartoe nog flink wat snoeiwerk aan bomen en struiken wil aanpakken, is dit hét jaargetijde bij uitstek. Maar wat te doen met al die takken? Het bouwen van een fraaie takkenril biedt uitkomst. Een takkenril of houtril is een smalle takkenhaag die wordt gemaakt van in de lengte en in verband opgestapelde boomtakken. Zo’n takkenril heeft een hoge natuurwaarde.

  • Voor vogels en kleine zoogdieren biedt een takkenril een goed nest, voedsel en schuilgelegenheid.
  • Amfibieën en reptielen vinden er een beschutte plek om te overwinteren.
  • Paddenstoelen, varens, bramen en anderen plantensoorten vinden er een uitstekend onderkomen.
  • Ook enkele vlindersoorten zetten hun eitjes af op het dode hout van de ril.
  • Veel insecten maken gebruik van beschermde plekjes om in de ril te schuilen.

Onderdeel van Hollands cultuurlandschap
Maar zo’n takkenril kan ook nog een andere functie hebben. Van oudsher zijn er op eendenkooien kleine stukjes terrein ingericht om naast de soms schrale eendenvangst, aanvullend voor wat extra inkomsten voor de vaak armlastige kooiman te kunnen genereren. Dit kan een kleine boomgaard zijn, een stukje grond voor het oogsten van riet, wilgentenen of voor een moestuintje. Een strak en stevig gebouwde takkenril kan hierbij als natuurlijke afsluiting of begrenzing van zo’n akkertje dienen.

Een groene constructie
Op de eendenkooi van Ruigoord is de afgelopen tijd een gesloten ovaalvormige takkenril opgebouwd, waarbinnen later een moestuintje
kan worden aangelegd. Om de ril enige stevigheid te geven zijn aan de buitenkanten staande houten palen in de grond aangebracht, verbonden door koppellatten. Deze latten kunnen bij het inklinken van de takken geleidelijk mee zakken en verteren. Bij het onderhoud en jaarlijks op hoogte brengen van de ril kan, wanneer nodig, nieuwe koppellatten worden aangebracht. Onze ril is opgebouwd uit diverse soorten takken van onder andere wilg, eik, els, iep en esdoorn.

Hermelijn in zijn witte wintervacht

Waar en wanneer
Een zorgvuldig uitgekozen locatie voor het opbouwen van de takkenril kan nog een extra meerwaarde opleveren. Onze ril is aangelegd nabij een sloot, de kooiplas en het houten info-huisje. Hierdoor kunnen we in de takken ook nog andere inwoners verwachten, zoals de hermelijn, de egel, de kamsalamander en de waterspitsmuis. Formeel begint het broedseizoen op 15 maart 2020 en is het tot 15 juli 2020 wettelijk niet toegestaan vogels te verstoren. Echter, door onze zachter wordende winters beginnen veel vogels al eerder met het bouwen van hun nest. Het is daarom aan te raden om iets eerder te stoppen met snoeiwerk en je takkenril voor eind februari te hebben afgebouwd.

Ronald, Remco en Sietze, onze snoeihulpen van Paswerk

Snoeiwerk door Paswerk in kooibos van onze eendenkooi