Meer ruimte voor ROC-Top

18 Sep

Op 11 september is het nieuwe schooljaar begonnen voor de jongens en meisjes van School2Work in Ruigoord en op de eendenkooi.

Onderwijs op maat
Naast de vaardigheden die geleerd worden op de locatie, zoals onder andere schilder- en timmerwerk, stratenmaken en werkzaamheden in het groen, krijgen de deelnemers hier ook al enkele jaren van maandag tot en met donderdag theorieles ‘op maat’ van de onderwijsinstelling ROC-Top. ROC-Top biedt uitdagend kleinschalig mbo-onderwijs en bereidt leerlingen voor op het bedrijfsleven of een vervolgstudie. Er is hierbij veel ruimte voor persoonlijke aandacht voor jongeren met een leerachterstand.

Een demontabel leslokaal in zelfbouw
Afgelopen zomer is in Ruigoord en op de eendenkooi door docenten, deelnemers en enkele door Stichting Het Eiland ‘ ingevlogen’ technische professionals een tweetal nieuwe onderkomens in houtskeletbouw getimmerd. Hier kan in alle rust gescheiden van de rest van de groep, individueel aan een leerling les worden gegeven in schrijven, rekenen en lezen op niveau 1. Daarnaast is er aandacht voor loopbaanbegeleiding, burgerschap en kunnen hierbij actuele zaken aandacht krijgen, zoals sociale media, klimaat, milieu en arbeidsrecht.

Diversiteit in de haven
De dynamische omgeving van het havengebied biedt hierbij de nodige inspiratie en wellicht kansen voor arbeidsplaatsen voor onze deelnemers. Tegelijkertijd bieden groene plekken zoals Ruigoord en de eendenkooi natuur, ruimte en veiligheid voor onze deelnemers, zodat zij zonder de verleidingen van de stad hier kunnen leren.
Het voornemen is dat aan het einde van dit nieuwe schooljaar elke deelnemer Ruigoord en de eendenkooi zal verlaten met een diploma op zak. Wij gaan ons best doen!

Zelfbouw eendenkooi

Zelfbouw Ruigoord

Advertenties

Culinaire afsluiting vakantie

29 Aug

Voor wie deze laatste zonnige dagen van de zomervakantie gepast af wil sluiten, hierbij van ons een culinaire tip met een lokaal tintje: eendenborst van de barbecue met pruimen-honing-chocoladesaus.

Amsterdamse gevelsteen Keurmeesters

Wat de vinders ervan vonden
Op de eendenkooi van Ruigoord worden vandaag de dag geen wilde eenden meer gevangen, maar in de 17e tot in de 19e eeuw kwam menig Ruigoords eendje na keuring en accijnsinname door de ‘vinders’ (keurmeesters) van het Voghelcoopersgilde in de Amsterdamse marktkraam of poelierswinkel terecht. Om vandaar uit later gebraden op koopmans- of magistratenbord te belanden. Eendenbout was in die tijd meer toebedeeld aan de gegoede burgerij van de stad.

Een exotische eend
De haven van Amsterdam herbergde van oudsher veel Chinese scheepslieden, die vaak voordat zij weer aan boord konden voor korte tijd onderdak vonden in het zogenaamde ‘Boarding House’ gelegen aan de Binnen Bantammerstraat in het oude centrum van de stad. Hier werd tweemaal per dag voor de zeelui gekookt en waar Pekingeend, een van de meest bekende Chinese gerechten, naar oud oosters 15e eeuws recept, op speciale dagen vast niet heeft ontbroken. Omdat er bij andere stadsbewoners met toenemende mate vanuit nieuwsgierigheid meer belangstelling ontstond voor deze exotische keuken, werd door de toenmalige uitbater dit Boarding House in 1928 omgebouwd tot het eerste, voor iedereen toegankelijke, Chinese restaurant in Amsterdam, genaamd Kong-Hing. Het was in diezelfde Binnen Bantammerstraat dat nu meer dan 100 jaar geleden de thans befaamde poelierswinkel van de familie Ruig zijn deuren openden.

Van Ruigoord naar poelier Ruig
Vandaag de dag bevindt de poelierswinkel van het familiebedrijf Ruig zich in Oostzaan en naast een uitgebreid assortiment in vers wild en gevogelte, wordt er hier in eigen keuken wild en gevogeltegerechten klaargemaakt. Om zo kant en klaar om door de klant mee te nemen en thuis op te eten. Vaak minder bekende gerechten in wild en gevogelte wordt op deze manier nog iets toegankelijker gemaakt voor een groter publiek. Voor Frans Rodenburg was deze firma Ruig bij uitstek het adres om twee verse eendenborstjes te gaan kopen, weliswaar wel om zelf te gaan bereiden.

Met pruimen-honing-chocolade saus
Voor het ultieme vakantiegevoel heeft Frans deze eendenborst op de BBQ gegrild en gerookt op deels houtskoolbriketten met een toevoeging van gewelde eikenhoutsnippers uit het kooibos. Om aan het gerecht nog een extra lokaal tintje mee te geven, wordt een saus toegevoegd gemaakt van pruimen, honing en cacao. De pruimen zijn eigen oogst uit de boomgaard van de eendenkooi, de bijenhoning is van imkers Vereniging Haarlemmermeer. De toevoeging van cacao is geïnspireerd op het feit dat Haven Amsterdam vandaag de dag de grootste cacao-overslag van de wereld huisvest. Deze cacao-industrie is een overblijfsel uit het Hollands Koloniaal verleden. Toen VOC-schepen de wereldzeeën overvoeren was cacao een van de producten die de Hollandse kooplieden uit exotische oorden meenamen en in Amsterdam verhandelden.

Cacaovervoer VOC

 

BIJ-vangst

29 Jul

In de 17e en 18e eeuw waren de hoeveelheden gevangen eenden, en dus de inkomsten voor een kooiker, veelal ongewis. Het was dus van levensbelang er zorg voor te dragen dat er voldoende neveninkomsten waren.

Rijpe pruimen in de boomgaard van de eendenkooi

 

Eend en pruimen
Het verbouwen en verhandelen van riet voor daken, het aanplanten van hazelaars voor de oogst van hazelnoten en het kweken van groenten en fruit boden een welkome aanvulling op een soms slechte eendenvangst.

Meneer Clutius

Meneer Clutius
Al in 1578 had Dirck Outgaertzn Cluyt, de in Haarlem geboren apotheker, een succesvolle, productieve tuin met kruiden, fruit en een bijenstal voor de noodzakelijke bestuiving. Dit succes en de deskundigheid van Cluyt bleef niet ongemerkt bij het bestuur van de Leidse Universiteit, en in 1594 kreeg ‘meneer Clutius’ een eervolle aanstelling om naast het universiteitsgebouw de nieuwe aanleg van de Hortus Botanicus ter hand te nemen.

Uitdragen van bij-zondere kennis
Clutius was de eerste Hollander die een boek over het belang van het houden van bijen schreef: ‘Van de Byen, hare wonderlicke oorsponc’. In de vele jaren die volgden drong bij boeren en landarbeiders geleidelijk het besef door dat voor een rijke fruitoogst een intensieve bestuiving door bijen noodzakelijk was. Een belang naast het winnen van honing en bijenwas.

Voorbeeld uit het verleden
Voor een historisch juist voorbeeld van een houten bijenhuis om gevlochten bijenkorven in te plaatsen, is Frans Rodenburg deze maand op bezoek geweest bij de Hortus in Leiden. Hier kon Frans aan de hand van een replica van het bijenhuis van Clutius de nodige inspiratie opdoen en de benodigde materialen voor de bouw van een nieuw bijenhuis voor de eendenkooi van Ruigoord opnemen.

Het ‘wassen’ van staven in een molenrad.
Foto: molen de Hoop

Een 17e eeuws smeermiddel
In de Gouden Eeuw kon onze kooiker van Ruigoord zijn timmerhout voor de bouw van een bijenhuis van verschillende leveranciers uit de omgeving afnemen, zoals de nabij gelegen pakhuis-bouwplaatsen en de scheepstimmerwerven van Amsterdam. Voor op maat gezaagd hout kon hij terecht bij een van de velen houtzaagmolens in de omgeving. Mogelijk kon onze kooiker wel een paar mooie windgezaagde planken afnemen van de lokale molenaar in ruil voor een paar vers gevangen eendjes, wat eigen gekweekt fruit of een flink blok bijenwas. Bijenwas is het meest ideale smeermiddel voor de raderen van windmolens.

Een adequaat stukje ruilhandel, of het nu bloesem en bijen betreft, of molenaars en kooikers, zoals Clutius het zou zeggen: ‘Godt voet alle creaturen’!

Voedselschuur voor Amsterdam

25 Jun

In de 17e eeuw waren de omliggende polders een onmisbare ‘voedselschuur’ bij de groei en ontwikkeling van de stad Amsterdam. Als specifiek onderdeel van dit polderlandschap leverden de Hollandse eendenkooien hier een belangrijke bijdrage aan.

Hollandse polder als historische replica in Artis

Overdekte Hollandse polder in Artis

Sinds enkele jaren vraagt de oudste dierentuin van Nederland, het Amsterdamse Artis, speciale aandacht voor het buitengebied van de stad met de reconstructie en aanleg van een stukje Hollands polderlandschap in haar dierentuin. Dit stukje Artis, compleet met waterpartij, graszoden en oude knotwilgen die getransplanteerd en overgebracht zijn van buiten de stad, is voor publiek vrij en kosteloos te bezoeken en te bewonderen. Met name buitenlandse toeristen kunnen hier, zonder de grenzen van de stad te hoeven verlaten, kennis maken met onze grutto, lepelaar, tureluur en wilde eend.

School2Work maakt mal voor aanplant in werkplaats eendenkooi

In den olmen

Wat in dit stukje landschap vooralsnog ontbreekt, is een boomsoort die van oudsher ook echt in het Hollandse landschap thuishoort en die in de Gouden Eeuw door vele landschapsschilders, zoals Ruysdael en Avercamp is vereeuwigd, is de weelderige Hollandse iep, in vroegere tijden ook wel olm genoemd. De laatste jaren is bij boomkwekers veel aandacht voor het kweken van die soorten iepen die resistent zijn voor de beruchte iepziekte, een besmettelijke verwelkingsziekte veroorzaakt door een schimmel. Drie van deze resistente soorten zijn in 2016 als proef aangepoot op een braakliggend bermkavel in het Westelijk Havengebied van Amsterdam nabij station Sloterdijk.

Uitzetten en aanplanten

Onderhoud door de gemeentelijke dienst Amsterdam Werkt!

 

 

 

 

 

 

Bukken voor boomblad

Frans Rodenburg biedt lunch aan

Biologen hebben ontdekt dat het blad en de loten van deze iepensoorten ook een goede aanvullende voedingswaarde hebben voor bepaalde diersoorten. Een passend voornemen is dan ook om op 4 juli a.s. voor de eerste keer hier iepenloten te oogsten, naar Artis te brengen en hier aan de dieren te voeren voor meer diversiteit in hun voedselaanbod. De giraffes hebben al als voorproevers gefungeerd en hebben het zeer smakelijk bevonden. Gelukkig maar.

Een verwend nest

4 Jun

Wilde eenden kennen een lange broedperiode die wel van februari tot augustus kan duren. Gedurende die tijd hebben zij geregeld 2 tot 3 legsels, bestaande uit 6 tot 10 eieren.

Reintje op onze kooi (foto Frans Rodenburg)

Toenemende natuurwaarden

De eendenkooi van Ruigoord heeft nog geen vaste zogenaamde ‘staleenden’, maar door onze aanpoot van groen en door het gedoseerd terug laten groeien van spontane inheemse vegetatie begint de kooi elk voorjaar aantrekkelijker te worden als broedplaats voor aanvliegende wilde watervogels. Tegelijkertijd wordt de eendenkooi ook interessanter voor hermelijnen, wezels en vossen, die graag een eendeneitje lusten.

In de werkplaats van de eendenkooi

Beïnvloeding voor broodwinning

Het persoonlijk belang van een kooiker in de 17e was niet direct om biodiversiteit te bevorderen, maar een plek te creëren die zoveel mogelijk eenden en ook eieren opleverden voor consumptie en verkoop. In de Gouden Eeuw werden er meer eendeneieren gegeten dan kippeneieren. Een van de maatregelen die de kooiker kon nemen om beschermende broedplaatsen te creëren was het plaatsen van speciaal gemaakte broedkorven. Deze van wilgentenen gevlochten korven, geplaatst op stokken op enige hoogte boven het oppervlak van het water van de kooiplas, bood al een eerste goede bescherming. Het vullen van de korf met droog nestmateriaal deed de eend hierbij niet zelf, dit moest de kooiker verzorgen. Letterlijk een ‘verwend nest’!

Nieuwe korven op de plas

Onze biezen pakken

De wilgentenen voor deze korven werden in de 17e eeuw gesneden door griendwerkers, een zo goed als verdwenen beroep. De restanten van klassieke griendbossen zijn vandaag de dag nog terug te vinden op de moerasachtige gronden van de Biesbosch in Zuid-Holland. Dus geen passendere plaats uit te kiezen voor de aanschaf van een aantal broedkorven als in de nabij gelegen oudste stad van Holland, Dordrecht.

In Holland beroemder als Donald D.

In Dordrecht aangekomen heeft Frans Rodenburg de gelegenheid aangegrepen hier een van de oudste musea van Nederland te bezoeken. Een van de topstukken van dit Dordrechts museum is een door Aelbert Cuyp (1620-1691) geschilderd portret van wellicht de beroemdste eend van Nederland: Sijctghen, oftewel in de hedendaagse spelling ‘Sijtje’.

Sijtje was op haar hoge respectabele leeftijd van 23 jaren nog goed voor het leggen van 100 eieren per jaar, dus met een zeer gedenkwaardig gedicht als opschrift naast het portret terecht hiermee tot in de eeuwigheid geëerd!

Ik ben gebroet te wercken.dam
k’was jonck en goet. doen ick hier quam
in voogelen borch, sonder te paeren
heb ick geleeft, wel twintich jaren
wel hondert eijers tsjaers geleijt
daerom ben ick geconterfeijt
gebroocken beennen, tooch wt geneesen
gesondt en bont is noch mijn weesen
en als ick sijctghen steruen sal
soo schrijft hoe out, en tjaer getal
1647.

anno vijftich dartich daeghen
in october hoort men claeghen
sijctghen doot, dit is al waer
out zijnde drijentwintich jaer
1650.

Eendenbout met spreeuwensoep vooraf

26 Mei

Als je in de hoogtijdagen van de eendenkooi van Ruigoord in het nabijgelegen dorp Halfweg in een van de vele, bruisende herbergen aldaar een lokaal gevangen eendenboutje bestelde, maakte je goede kans op een vers kommetje spreeuwensoep als voorgerecht!

Pottenkijkers

Amsterdamse gevelsteen ‘in de sprevpot’

Vanaf de 16e tot in de 18e eeuw was het gewoonte roodgebakken aardenwerken spreeuwenpotten aan buitenmuren op te hangen om daarin spreeuwen te laten broeden. Voordat de jonggeboren spreeuwen uitvlogen, werd voor de invliegopening van de pot een houten stokje gestoken. Als de jonge vogels vet genoeg waren, werden ze via een speciale ‘roofopening’ uit de pot gehaald. Mocht men te laat zijn met het plaatsen van het stokje, dan bleek ‘de voghel reeds gevloghen’. Het spreekwoordelijk ‘ergens een stokje voor steken’ en de uitdrukking ‘pottenkijkers’ zijn eveneens afkomstig uit deze culinair georiënteerde interventie uit de Gouden Eeuw.

 

Start broedseizoen

Om de start van het broedseizoen 2017 symbolisch te markeren heeft Frans Rodenburg op 15 maart jl. een replica van een klassieke spreeuwenpot opgehangen aan het kooikerhuisje van de eendenkooi van Ruigoord. Deze pot is opgehangen tussen een aantal hedendaagse houten varianten van het gebakken origineel.

 

Eten en gegeten worden

Deze houten nestkasten voor spreeuwen blijken nu zeer gewild bij onze buren van de kooi, de Amsterdamse Golfclub, Spreeuwen leven graag in groepen bij elkaar en zijn liefhebber van emelten, de larven van de langpootmug. Emelten zijn berucht, omdat zij flinke schade kunnen veroorzaken aan de grasmat.

Rick in actie

Winterwerk

Onze jongens van School2Work hebben daarom afgelopen week, voorafgaande aan de start van het broedseizoen, 10 stuks spreeuwennestkasten opgehangen bij het speelveld van de golfclub. Deze kasten zijn door onze jongens afgelopen winter gemaakt in de werkplaats van de eendenkooi en zijn gemaakt van eikenhout, afkomstig uit het Amsterdamse Bos. 

Spreeuwensoep met jonge spreeuwen is in onze tijd passée. Hier is de delicatesse ‘emeltensoussi’ voor de spreeuw in de plaats gekomen. Zo kunnen de belangen van mens en dier bij het verstrijken van de jaren wel eens verschuiven.

Een vergeten kwaliteit

7 Mei

Een boom die van oudsher op de eendenkooi echt thuishoort is de els. Dit, omdat deze loofboom uitstekend groeit op de vaak vochtige bodem van een kooi, maar ook omdat deze boom prima geschikt is voor het oogsten van hakhout.

Gereedschap boerengebruikshout

Naast de bestemming voor brandhout werd elzenhakhout in de Gouden Eeuw ook veel gebruikt als boerengebruikshout of zoals de kooiker zou zeggen: ‘geriefhout’. Houten lepels, schalen, gereedschappen en eenvoudig meubilair werden veelvuldig gemaakt uit het hout van daartoe aangepote elzensingels. Op 17e eeuwse schilderijen van Jan Steen, Adriaan van Ostade en Adriaan Brouwer zijn deze houten boerengebruiksvoorwerpen veelvuldig afgebeeld.

Bewerken en opslaan van boerengebruikshout

Eenvoudig meubilair, Adriaan Brouwer

Op elzenhout gebouwd

Bovengronds, in aanraking met weer en wind, is elzenhout niet erg duurzaam, maar onder water vrijwel onbeperkt houdbaar. Zo werden de funderingen van houten huizen van middeleeuwse ‘natte’ steden, zoals Amsterdam en ook Venetië, veelal gemaakt van elzenhout.

In het oprichtingsjaar van de eendenkooi van Ruigoord, 1652, brandde in dit zelfde jaar het oude op elzenhouten palen gefundeerde stadhuis van Amsterdam tot de grond toe af. Dit oude stadhuis, gebouwd in de 15e eeuw, was gelegen aan de Voghelsteeg, de plaats waar vanaf 1425 in de eerste gesloten vleeshal lokaal gevangen gevogelte werd verkocht. Ook deze, toenmalige nieuwe ‘handelsplaetse’, werd destijds gebouwd op houten palen.

 

 

Alnus glutinosa

Nieuw aangepote elzensingel

In de afgelopen maand februari hebben Frans Rodenburg en Anita Zandvliet op de noordzijde van de eendenkooi van Ruigoord een begin gemaakt met de aanleg van een echte elzensingel. Hier zijn 250 stuks elzen (Latijnse naam Alnus glutinosa) met een lengte van gemiddeld 1 meter per boompje handmatig aangeplant, wat wel wat spierpijn opleverde, maar als we een oud volksgebruik mogen geloven zal thee getrokken van gedroogde elzenknopjes een effectief middel tegen pijn in de gewrichten zijn (!).