Archief | Uncategorized RSS feed for this section
Afbeelding

De ‘goeie’ onder de ‘kwaaie’ …

24 mei

Onterecht hebben ook de vleermuizen die in Nederland voorkomen een aanzienlijke deuk in hun reputatie opgelopen. Dit mede als mogelijke verspreider van het COVID-19 virus ook wel coronavirus genaamd. Echter, de soorten die in ons land en de rest van Europa leven zijn de afgelopen jaren uitgebreid onderzocht en hierbij zijn alle eerdere en huidige varianten van het coronavirus niet aangetroffen.

Klassieke schoolplaat

Zo nuttig als bijen
Vleermuizen spelen in het Westen een cruciale rol bij het wegvangen van voor de landbouw schadelijke insecten. En in de tropen helpen zij bij het bestuiven van bloemen en het verspreiden van zaden en vruchten.

bestuivende vleermuis

Zonder vleermuizen zouden er geen bananen, avocado’s, vanille en mango’s zijn. En zonder deze dieren zou er dus ook geen cacao voor chocolade in de Amsterdamse havenpakhuizen liggen. Amsterdam heeft de grootste cacaohaven ter wereld.

Vleermuiskasten ophangen aan de ‘poortwachters’ bij de eendenkooi.

Hulp bij huisvesting
Vleermuizen zijn echte nachtdieren en verbergen zich bij daglicht graag onder oud-Hollandse dakpannen, verlaten gewelven of in een opening van een spouwmuur van een oude woning. Zij verblijven bij voorkeur in boomholtes waar zij hun winterslaap houden. Bij gebrek aan deze holtes in een boom kan een hier opgehangen vleermuiskast prima uitkomst bieden. Ter gelegenheid van de Nationale Vleermuistuintelling 2020 zijn er op de eendenkooi van Ruigoord dit weekend twee nieuwe vleermuiskasten opgehangen.

binnenzijde vleermuiskast met drie compartimenten

Een door de tijd beproefde werkwijze

1 mei

Eendenbout is traditioneel op vele manieren als hoofdgerecht te bereiden, maar de oudste en interessantste wijze is misschien wel gekonfijt in eigen vet.

Wie wat bewaart, die heeft wat

Konfijten in eenden- of ganzenvet is een bereidingswijze die van oudsher ook bedoeld was om vlees en gevogelte langer houdbaar te maken. Dit veelal om eendenbout op voorraad te hebben in tijden dat er buiten het seizoen geen vogels gevangen konden worden, en er geen verse aanvoer was. Of om als proviand mee te nemen op een lange reis. Al in het oude Egypte was men goed bekend met het op deze manier conserveren van voedsel.

Egyptische vogelhoeder

Confit de Canard

Ondanks dat alle eendenkooien hier al lange tijd buiten werking zijn gesteld en wilde watervogels hier niet meer op deze wijze gevangen worden, is Frankrijk het land bij uitstek voor traditionele gerechten met eend. Op speciale eendenboerderijen worden vandaag de dag nog wel veel tamme eenden gehouden voor consumptie. Het dierenwelzijn krijgt hierbij de laatste jaren veel aandacht en publiciteit.

Met name de Zuid-Franse streek Gascogne is nu bekend om de productie en export van eendenvlees, veelal in blik.

Le bon roi Henri

Een vermaarde inwoner van Gascogne in de 16e eeuw was Hendrik de IV, geboren in het plaatsje Pau in 1553. Hendrik was een groot liefhebber van zijn confit de canard, en het verhaal gaat dat hij in zijn regeerperiode (1589-1610) als koning van Frankrijk veelvuldig gekonfijte eendenbout uit zijn geboortestreek naar Parijs liet overbrengen.

Hendrik IV van Frankrijk

De houdbaarheid van het gevogelte was gedurende de reis natuurlijk essentieel, maar met deze bereidingswijze gewaarborgd. Hendrik stond bekend als een sociaal betrokken, kundige koning en een kleurrijk figuur. Dat het welzijn van het ‘lagere’ volk hem sterk ter harte ging, blijkt uit zijn opmerking dat hij zou wensen dat elke boerenfamilie elke zondag een kip (of eend) in de pot kon hebben!

Geduld wordt beloond

Door eendenvlees heel langzaam in een stevig gietijzeren pan ruim gevuld met vogelvet, heet maar niet kokend, te garen wordt dit vlees geleidelijk zeer zacht en mals. Dit proces kan wel zo’n 4 a 5 uur duren. Hieraan voorafgaande wordt het vlees goed gezouten en gekruid. Na het garen en ruim ondergedompeld in koud gestold vet kan het, mits donker en bij een temperatuur van tussen de 1 en 6 graden, vele weken bewaard worden. De dikke vetlaag, die het vlees in de pan omringd, functioneert hierbij als een natuurlijke afsluiter tegen bederf. Uit recent onderzoek is gebleken dat eendenbout onder deze condities zelfs wel jaren goed kan blijven en daarom destijds als proviand kon worden meegenomen op bijvoorbeeld een verre zeereis.

gietijzeren pan gevuld met eendenbouten in eendenvet, jeneverbes en laurierblad

Een pittig gekruid verhaal

23 apr

Het stichtingsjaar van de eendenkooi van Ruigoord is 1652. Dit viel in de succesvolle en rijke hoogtijjaren van Holland in de Gouden Eeuw. In Amsterdam werd in 1602 de Verenigde Oostindische Compagnie opgericht, gerechten met vlees en gebraden eendenbout konden vanaf dat moment ook heerlijk op smaak gebracht worden met nieuw ingevoerde, exotische kruiden zoals foelie, kruidnagel en peper.

Verloren Onder Corruptie

Veel van deze nieuwe kruiden en specerijen kwamen uit het toenmalige ‘Nederlandsch-India’, met haar VOC-hoofdkwartier de handelsstad Batavia.

Batavia in de 18e eeuw

Tegenwoordig is deze stad bekend onder de naam Jakarta. Echter, na 1784 trad bij dit eerste en grootste handelsbedrijf ter wereld sterk het verval in, en bij het begin van de 19e eeuw stond de afkorting VOC in de volksmond ook wel voor ‘Verloren Onder Corruptie’.

Kaart van Ruigoord uit de 18e eeuw van het Hoogheemraadschap van Rijnland met de vermelding ‘vervallen eendenkooi’

De handel via Amsterdam liep sterk terug en de leverantie van vers gevangen eenden aan de stad en omgeving stagneerde. De eendenkooi van Ruigoord raakte enigszins in verval.

Nieuw leven

In een poging de handel in onder andere landbouwproducten weer nieuw leven in te blazen, werd in 1824 in Den Haag de Nederlandse Handel-Maatschappij (NHM) opgericht. Echter, haar praktische werkgebied lag nog steeds in Indië waar deze hernieuwde activiteiten vanaf 1826 vanuit het kantoor, de Factorij, te Batavia werden gecoördineerd. Deze handel bestond naast kruiden en specerijen ook uit tabak, koffie en rietsuiker. Een van de invloedrijkste ambtenaren in dienst van en NHM in Batavia werd later de heer D.F.A. Bauduin (1827-1909).

In het centrum van de macht

De heer Bauduin, telg van een van oorsprong Franse-Ardense patriciërsfamilie, en zeer deskundig op het gebied van handel en landbouw, zag tijdig in dat een belangrijk deel van de toekomstige productie van nieuwe landbouwproducten, zoals suikerbieten en aardappelen, in Nederland zélf zou komen te gaan liggen. In 1871 was Bauduin terug in Nederland en had zich opgewerkt als President van het hoofdbestuur der Hollandsche Maatschappij van Landbouw, gehuisvest en goed connected met landelijke machtshebbers in Den Haag.

Initiatief uit onverwachte richting

Het oorspronkelijke voorstel en initiatief voor de inpoldering van het water van het Amsterdamse IJ en het Houtrak, om met de grondverkoop hiervan de aanleg van het Noordzeekanaal te kunnen bekostigen, kwam van het toenmalig landsbestuur uit Den Haag, en reeds voor het eerst in 1859. Opmerkelijk is dat dit voorstel bij het toenmalige Amsterdamse stadsbestuur direct op veel weerstand stuitte, wat ervoor zorgde dat dit formele wetsvoorstel in eerste instantie al snel werd verworpen. Echter, Den Haag hield de opvolgende jaren vast aan haar initiatief en op 8 maart 1865 ging alsnog ‘de eerste schep’ in de grond voor de aanleg van het Noordzeekanaal en de droogmakerij van het water van het IJ en het Houtrak. In 1874 vielen de nieuwe polders droog, en het eiland Ruigoord en haar eendenkooi waren vanaf dat moment niet langer meer omringd door water. Dit had wel direct tot gevolg dat hier veel minder watervogels naar toe kwamen.

Op het juiste moment op de juiste plaats

Ondertussen had Bauduin in Halfweg, aan de rand van de nieuwe Houtrakpolder, een indrukwekkende villa laten bouwen, geheel in Indische stijl, en trad hij aan als lokale dijkgraaf, en wel benoemd door de Kroon.

De uit hout opgetrokken Indische Villa van de familie Bauduin aan de Houtrakkerweg in Halfweg. Afgebroken in 1911.

Vervolgens kocht hij in de periode oktober 1874 – februari 1875 van de noodlijdende Kanaalmaatschappij op diverse grondveilingen zo’n 257 hectare van de ‘vruchtbaarste landbouwgrond van Europa’. Bauduin liet daarbij op verschillende plaatsen in de nieuwe Houtrakpolder grote boerderijen bouwen met klinkende namen zoals de Borneo, de Java en de Sumatra-hoeve. Aardappelen werden verbouwd en geoogste suikerbieten konden logistiek gunstig verwerkt worden in de nieuwgebouwde suikerfabriek genaamd ‘Holland’ direct gelegen tegenover zijn villa in Halfweg.

Jan Meekel als ‘voorrijder’ en Bram Spruit (grootvader van Frans Rodenburg) ploegen op het land van de Borneo Hoeve.

Laan naar Ruigoord, het hart van de polder

De heer Bauduin overleed in 1909 en zijn nalatenschap in de Houtrakpolder werd in augustus 1910 publiekelijk in café Copee in Halfweg verkocht. Wat vandaag de dag van de naam Bauduin nog zichtbaar herinnerd is een deel van een polderweg die begint op korte afstand van de plek waar ooit zijn villa heeft gestaan, nu deels onderbroken door de aanleg van Recreatiegebied Spaarnwoude, en vervolgens doorloopt in noordelijke richting en eindigt daar waar het eiland Ruigoord ooit begon. Precies op de plek waar een impressie van de eendenkooi van Ruigoord nu in aanleg is. Deze weg heet sinds mensenheugenis en ter nagedachtenis: De Bauduinlaan.

Daar waar de laan in noordelijke richting eindigt en overgaat in het fietspad is een lichte verhoging in het wegdek merkbaar. Daar ligt de eendenkooi en begint het eiland Ruigoord.

De Bauduinlaan anno 2020

Een gepeperde herdenking

Het is dit jaar precies 110 jaar geleden dat de van oorsprong Frans-Ardense familie Bauduin afstand deed van al haar bezittingen in de Houtrakpolder. Dit voorjaar zullen wij dit passend gedenken met het bereiden van een oud traditioneel Frans gerecht: confit de canard, oftewel gekonfijte eendenbout van poelier Ruig uit Oostzaan. Natuurlijk historisch passend; Indisch gekruid!

Afbeelding

‘Quarantaine’ als bedrijfsvoorwaarde

29 mrt

Wat in deze uitzonderlijke tijden voor veel mensen nu een nieuwe ervaring is, was in vroeger tijden voor de uitbater van onze eendenkooi een essentieel onderdeel van zijn dagelijks werk en leven. Op de kooi sleet de kooiker veel tijd in afzondering en eenzaamheid.

Afpaling

Voor een optimale vangst van wilde eenden was totale rust op de kooiplas van groot belang. De kooiker zorgde er dan ook voor dat binnen een ruime cirkel rond het kooibos geen andere mensen konden komen dan de kooiker zelf. Afzettingen, bosbeplantingen en gegraven sloten hielpen hem daarbij.

Foto van René Decap,
kooiman van Merkem, Vlaanderen, rond 1890

Mysterieuze kooiman

In de hoogtij dagen van de eendenkooi van Ruigoord was deze afgelegen plek alleen per boot bereikbaar en lag het voor de hand dat onze kooiker regelmatig langere tijd achtereen op het eiland verbleef. Dit maakte van hem voor buitenstaanders van de vaste wal een eenzame, maar ook geheimzinnige figuur.

Het gezonde buitenleven

Omdat een kooiker spaarzaam in aanraking kwam met andere mensen uit zijn omgeving, hooguit voor de inkoop van levensmiddelen en materialen en het afleveren van de eendenvangst, was dit weliswaar een afgezonderd, maar ook een relatief gezond buitenleven in de natuur.

Kooibos met kooikershuisje op het eiland Texel,
foto Frans Rodenburg

Op afstand van elkaar

In de beginjaren van de eendenkooi van Ruigoord werd het nabij gelegen Amsterdam geplaagd door verschillende besmettelijke ziekten, ook wel meegenomen door de handelsschepen van de VOC. Malaria, de gele koorts en de pest hielden het meest huis in de drukst bevolkte delen van de hoofdstad. Veelal ontvluchtten de rijkste Amsterdamse kooplieden de stank en de ziekten en verbleven hiertoe in hun riante buitenverblijven, op enige afstand buiten de stad. Een soort van luxueuze quarantaine. Aldaar lieten zij hun gebraden eendenboutje alsnog goed smaken!

Landhuis Elswout, Overveen

De wilde eend gaat kopje onder

29 feb

Van oudsher was de wilde eend bij uitstek de favoriete ‘vette’ vogel om te vangen op de Hollandse en Vlaamse eendenkooien. Was dit vroeger voor menselijke consumptie, vandaag de dag zijn kooien een belangrijke en veilige rustplaats geworden voor deze meest gangbare watervogel van Nederland. En dit is nu niet zonder noodzaak.

Noodklok

Al vanaf 1990 monitort Vogelbescherming Nederland en de organisatie Sovon Vogelonderzoek het sterk afnemende aantal broedpopulaties en brengt dit statistisch in kaart. Hieruit is gebleken dat in de afgelopen 30 jaar het aantal populaties met 30% is afgenomen. Tot op heden tasten onderzoekers in het duister over de oorzaak …

Het jaar van de wilde eend

Een nog onbekend onderzoeksgebied is de overlevingskansen van eendenkuikens tussen het moment dat zij uit het ei komen en het moment dat zij vliegvlug worden. Met het broedseizoen 2020 nu in aantocht is dit specifiek gerichte onderzoek deze winter gestart en is in het teken daarvan het jaar 2020 door de Vogelbescherming uitgeroepen tot het Jaar van de Wilde Eend.

Vogelspothut ‘Houcky Nes’

Meervoudige functie

Reeds eerder was duidelijk dat de wilde eend een zeer opportunistische vogel is. Daar waar water, groen-beschutting en voedsel samenkomt, kun je hem al snel aantreffen. Zo ook in de recent aangelegde waterbergingen in het Atlaspark van het Amsterdamse havengebied. Mogelijk kunnen deze waterbergingen een bijdrage gaan leveren in het voortbestaan van onze wilde eend!

Waterbergingen t.p.v. Kaapstadweg, Westpoortweg – Casablancaweg, Westpoortweg – Ruigoord-Zuid (initiatief Stichting Het Eiland, 2004) en Abidjanweg – Machineweg

Een tuin heb je nooit alleen

16 feb

Winterkoninkje

Vanwege het grote totaaloppervlak van alle tuinen die Nederland heeft, kan iedereen die een tuin aanlegt of onderhoudt een bijdrage leveren de biodiversiteit te vergroten. Hierbij draag je direct bij aan de zorg en verantwoording voor tijdelijke en permanente nieuwe bewoners.

Een praktisch voorstel
Voor wie tijdig wat zichtlijnen in zijn of haar tuin op orde wil hebben en daartoe nog flink wat snoeiwerk aan bomen en struiken wil aanpakken, is dit hét jaargetijde bij uitstek. Maar wat te doen met al die takken? Het bouwen van een fraaie takkenril biedt uitkomst. Een takkenril of houtril is een smalle takkenhaag die wordt gemaakt van in de lengte en in verband opgestapelde boomtakken. Zo’n takkenril heeft een hoge natuurwaarde.

  • Voor vogels en kleine zoogdieren biedt een takkenril een goed nest, voedsel en schuilgelegenheid.
  • Amfibieën en reptielen vinden er een beschutte plek om te overwinteren.
  • Paddenstoelen, varens, bramen en anderen plantensoorten vinden er een uitstekend onderkomen.
  • Ook enkele vlindersoorten zetten hun eitjes af op het dode hout van de ril.
  • Veel insecten maken gebruik van beschermde plekjes om in de ril te schuilen.

Onderdeel van Hollands cultuurlandschap
Maar zo’n takkenril kan ook nog een andere functie hebben. Van oudsher zijn er op eendenkooien kleine stukjes terrein ingericht om naast de soms schrale eendenvangst, aanvullend voor wat extra inkomsten voor de vaak armlastige kooiman te kunnen genereren. Dit kan een kleine boomgaard zijn, een stukje grond voor het oogsten van riet, wilgentenen of voor een moestuintje. Een strak en stevig gebouwde takkenril kan hierbij als natuurlijke afsluiting of begrenzing van zo’n akkertje dienen.

Een groene constructie
Op de eendenkooi van Ruigoord is de afgelopen tijd een gesloten ovaalvormige takkenril opgebouwd, waarbinnen later een moestuintje
kan worden aangelegd. Om de ril enige stevigheid te geven zijn aan de buitenkanten staande houten palen in de grond aangebracht, verbonden door koppellatten. Deze latten kunnen bij het inklinken van de takken geleidelijk mee zakken en verteren. Bij het onderhoud en jaarlijks op hoogte brengen van de ril kan, wanneer nodig, nieuwe koppellatten worden aangebracht. Onze ril is opgebouwd uit diverse soorten takken van onder andere wilg, eik, els, iep en esdoorn.

Hermelijn in zijn witte wintervacht

Waar en wanneer
Een zorgvuldig uitgekozen locatie voor het opbouwen van de takkenril kan nog een extra meerwaarde opleveren. Onze ril is aangelegd nabij een sloot, de kooiplas en het houten info-huisje. Hierdoor kunnen we in de takken ook nog andere inwoners verwachten, zoals de hermelijn, de egel, de kamsalamander en de waterspitsmuis. Formeel begint het broedseizoen op 15 maart 2020 en is het tot 15 juli 2020 wettelijk niet toegestaan vogels te verstoren. Echter, door onze zachter wordende winters beginnen veel vogels al eerder met het bouwen van hun nest. Het is daarom aan te raden om iets eerder te stoppen met snoeiwerk en je takkenril voor eind februari te hebben afgebouwd.

Ronald, Remco en Sietze, onze snoeihulpen van Paswerk

Snoeiwerk door Paswerk in kooibos van onze eendenkooi

Deense Duck

28 jan

IMG_1200Afgelopen kerstvakantie een bezoek gebracht aan het Deense eiland Fanø. Denemarken, samen met Noorwegen en Zweden, was in de 10e en 11e eeuw een thuishaven van de roemruchte Vikingen en hun vDSC07770ermaarde leider Sven Gaffelbaard (960-1014). Van deze Noormannen is bekend dat naast het vlees van hun eigen vee, ook ganzen en eendenbout als proviand in hun schepen op rooftocht werden meegenomen. Het zou echter nog ruim 800 jaar duren voordat de effectieve vangtechniek met eendenkooien in Denemarken bekend werd.

Ook een Waddeneiland
In 1741 verkocht de Deense koning Christiaan de VI het eiland Fanø aan haar bewoners. Deze bewoners, boeren en zeelui, verdienden veelal hun geld in de handelsscheepvaart en visserij. Zodoende deden zij ook havenplaatsen in Holland en Vlaanderen aan, waar zij bekend raakten met het vernuftige vangprincipe van eendenkooien, en deze introduceerden op Fanø.

DSC07583DSC07584

Boerderij in het dorp Sonderho

Boerderij in Sønderho

Eendenbout voor havenwerkers
Een van de fraaiste dorpjes op het eiland Fanø is Sønderho. Door de Denen zelf recent verkozen tot een van de mooiste dorpjes van heel het land. In de 18e en 19e eeuw was Sønderho een belangrijke haven voor de Denen.

Niet langer voor consumptie
In 1931 kwam er in Fanø een verbod op het vangen van wilde eenden in de eendenkooien. Er werden daarna nog wel eenden gevangen om te ringen, de vogelstand te inventariseren en in kaart te brengen. Dit was nodig, omdat de wilde eend het in onze tijd in haar bestaan het een stuk moeilijker heeft gekregen.DSC07594

DSC07596

Op zes verschillende windrichtingenDSC07581
Het eiland heeft in totaal vier eendenkooien gehad, waarvan de belangrijkste nu nog bestaat en op enige afstand van het rustieke dorp Sønderho ligt. Deze gerestaureerde kooi had in het verleden wel zes verschillende vangpijpen in gebruik en is lokaal bekend onder de naam: Sønderho Gamble Fuglekøje. DSC07578

Net als de eendenkooi van Ruigoord is deze kooi het gehele jaar voor bezoekers toegankelijk en wordt er ter plaatse veel publieksinformatie gegeven. Een houten uitkijktoren biedt daarbij een fraai uitzicht over de kooiplas en de aanpalende Waddenzee.

DSC07598