Tag Archives: eendenkooi van Ruigoord

Komt u ook naar onze open dagen op 13 en 14 juli? – 5 juli 2016

5 jul

Eend-12-zw-op-100-pxOpen dagenPanorama-kooilocatie
De eendenkooi van Ruigoord houdt op woensdag 13 en donderdag 14 juli aanstaande haar open dagen. Naast een besloten programma houden we heel graag ook open huis voor het publiek; iedereen is welkom op onderstaande tijden. Wij leggen u dan graag uit wat we aan het doen zijn. Op ons terrein vindt u allerlei informatie; er zijn experts die uitleg geven, er zijn films, presentaties en demonstraties. Er is informatie over de werking van een eendenkooi, over de kooiker en zijn hondje, het milieu, oude ambachten, de (cultuur)geschiedenis van Ruigoord en de eendenkooi, de recreatiemogelijkheden, de rijke flora en fauna van het havengebied en meer.

Open huis voor het publiek; kom kijken
Wij zorgen voor koffie, thee, andere drankjes, heerlijke broodjes en andere lekkere hapjes. Kom kijken, kom luisteren en kom proeven op de Bauduinlaan 37 in Amsterdam:
  – woensdag 13 juli     van     12.30 – 14.30 uur 
  – donderdag 14 juli    van     10.30 – 14.30 uur

Parkeren met de auto?Buitentrap-Groote-Koepad-juni-2016
Het navigatie-adres voor de parkeerplaats is Beiraweg, Amsterdam. Rij door tot na Rivièra Maison. Daar kunt u goed parkeren op het nieuw aangelegde stuk weg. Een hardhouten trap en snipperpad leidt u dan naar de eendenkooi.
Met de fiets kunt u terecht op de Bauduinlaan.

PDF van het programma
Heeft u het programma nog niet gezien? De PDF van het programma kunt u hier downloaden, maar let op; er is een wijziging op het programma zoals daarin aangekondigd.

N.B. Programmawijziging voor de film ‘Amsterdam Wildlife’ van Martin Melchers en Merel WestrikAdam-Wildlife
Oud-stadsecoloog Martin Melchers kan, in tegenstelling tot wat er in de pdf staat, bij de vertoning van zijn film op donderdag niet aanwezig zijn. Maar op woensdag 13 juli is hij er wel om uw vragen te beantwoorden. Dan zullen we de prachtige film ‘Amsterdam Wildlife’ ook vertonen vanaf 13.30 uur. De film duurt ongeveer een uur. Martin is daarna beschikbaar voor uw vragen over de prachtige, verrassende en zeer diverse natuur van Amsterdam en het havengebied.

Leren van het landschap; over zeekooien – 1 februari 2016

1 feb

Eend-14-zw-op-100In deel 1 van het verslag van het bezoek aan Terschelling schreven we al over de vier buitendijkse kooien. Een belangrijke reden om daar te gaan kijken was dat er nog veel te zien is over de situatie in en rond de kooi van Ruigoord van 1652. Er zijn namelijk veel overeenkomsten.

ZeekooiHet-typische-buitendijkse-waddenlandschap
• Ruigoord was tot 1872 ook een eiland (vóór de inpoldering als gevolg van de aanleg van het Noordzeekanaal),
• beide eilanden zijn/waren omgeven door zout en brak getijdewater,
• de ideale locatie voor een eendenkooi op beide eilanden was de zogenoemde leizijde, qua weersinvloeden de meest rustige kant,
• de culturele en geografische tweedeling van Ruigoord bestaat ook op Terschelling (scheepvaart versus landbouw),
• de succesvolste kooien op Terschelling liggen buitendijks van het akkerbouwgebied, net als de kooi van Ruigoord. Met al deze overeenkomsten is het voor ons duidelijk dat de eendenkooi van Ruigoord ook een zogenoemde ‘Zeekooi’ was.

DrinkplekSmienten-op-de-kooiplas
Naast een rustplaats zoeken eenden overdag een geschikte plek om zoet water te drinken. De instroom van vers zoet water door regenval of, via een inlaatkreek, vanuit hoger gelegen gebied is noodzakelijk. Een afgelegen, beschutte plek met zoet water, in een wijds landschap met overwegend zout of brak water, trekt veel eenden aan. Daarom, én voor de gezondheid van het kooibos, is het essentieel het zoute water buiten de kooiplas te houden.

RingdijkGoogle-maps--met-de-vier-buitendijkse-kooien-opTerschelling
Bij diverse andere soorten eendenkooi is de verhoogd aangebrachte grond rond de kooilocatie een belangrijk kenmerk. Normaal gesproken was dit de grond die vrijkwam bij het graven en uitbaggeren van de kooiplas. Bij zeekooien werden vaak nog extra grond en plaggen aangebracht. Daardoor ontstond een ringdijkje om ook bij zeer hoog tij het zoute water buiten te houden. Bij onze reconstructie van de kooi van Ruigoord hebben we eerder een stukje van deze dijk weer terug kunnen brengen. Deze grond is nu dusdanig goed ingeklonken, dat het mogelijk is hier weer een volgend stukje kooibos in te laten wortelen. Bij ons zijn dat berken, zwarte els, esdoorn, eik, wilg, meidoorn en vlier. (Er liggen ook al enkele fruitboompjes klaar om aan te planten, maar daarover later meer.)

Leren van het landschapToegangsbord-JW-kooi
In het buitendijkse gebied van Terschelling, het kreken en slikkengebied genaamd de Grië, vind je ook nu nog vier eendenkooien in goede staat: de Takkenkooi, de Jan Willemskooi, de Horrekooi en de Rimkeskooi. Als je door dit gebied loopt, met zicht op de Waddenzee, krijg je dadelijk een goede indruk van hoe het landschap er op het eiland Ruigoord uitgezien moet hebben. En met wat fantasie kun je je daarin de oorspronkelijke zeekooi voorstellen. De aankleding van de vangpijpen e.d. zal er in Ruigoord overigens wel wat ‘luxer’ en ‘Vlaamser’ uitgezien hebben, vanwege de welvaart van Amsterdam en Haarlem in de Gouden Eeuw. Bouwmaterialen waren op Terschelling altijd al schaars (en ook tegenwoordig is bouwen hier nog 30% duurder dan op het vaste land.)

Praktische voorbeeldenHet-kooikerhuisje-van-de-Jan-Willemskooi
Die welvaart, en de economische potentie van de Amsterdamse haven, hebben er echter wel toe geleid dat de eendenkooi van Ruigoord, na de inpoldering en droogmaking van het Houtrak en delen van het IJ, uit het landschap verdwenen is. Op de Grië van Terschelling zijn de kooien nog in hun volle, originele glorie te bewonderen. Die dienen nu als praktisch voorbeeld bij de reconstructie van onze kooi van Ruigoord. Op Flickr zijn daarvan nog veel meer foto’s te zien.

‘Noordelijke’ grond op de eendenkooi – 6 november 2015

6 nov

Eend-8-op-100-pxNu de beschoeiing van de eerste vangpijp en de uitlaatkreek klaar is, moet de aarde daarachter worden aangevuld om een vlakke ondergrond te krijgen. Dat doen we met grond die afkomstig is van de noordpunt van het eiland Ruigoord. Dat is zowel geschied- als milieukundig heel interessant.

Noord tegen ZuidRuigoord-met-de-bansloot-tussen-Noord-en-Zuid
In de 17de eeuw, ten tijde van de bouw van de eendenkooi, viel het noordelijk deel van het eiland Ruigoord, boven de bansloot (zie kaartje), bestuurlijk onder Westzanen (Zaandam). Het zuidelijk deel hoorde bij Houtrijk en Polanen (Haarlemmerliede en Spaarnwoude). In de Tachtigjarige oorlog – we schreven er al eerder over – was het noordelijk deel een strategische uitvalsbasis van de Westzaner Watergeuzen. Het zuidelijk deel werd gecontroleerd door de Spaanse bezetter. Er is in die tijd flink om het eiland geknokt.

Veel sporen van vroegere bewoning in de AfrikahavenDe-Ruigoord-geprojecteerd-op-de-Afrikahaven
Eind jaren negentig van de vorige eeuw werd vanuit het Noordzeekanaal de nieuwe Afrikahaven aangelegd. Hierbij is een stuk van het noordelijkste deel van het eiland weggegraven. Archeologisch onderzoek heeft daarin sporen van bewoning en ontginning aangetroffen uit de Laatmiddeleeuwse tijd, 1000-1500 na Christus. Ook zijn er vondsten gedaan uit de late Steentijd (vanaf 2400 v.C.) En bij het afgraven van het havenbekken en de noordelijkste punt van het eiland
Ruigoord, tot een diepte van ongeveer 15,5 meter is een slagtand van een mammoet gevonden en het bewijs van menselijke activiteiten in de vorm van een bewerkt stuk hout en een vuurstenen schraper uit de Bronstijd (3000 tot 800 v.C.)

 

spontane-vegetatiegrond-uit-de-Afrikahaven

‘Oude grond’ voor een rijke vegetatie
Nu, vijftien jaar later,is er nog steeds een deel van die afgegraven grond te vinden op de oostelijke oever van de Afrikahaven (zie fotobijlage). Dit is een mengsel van kalkhoudend schelpenzand,donkergekleurde veenkluiten en grijs gekleurde zeeklei. Deze schrale,kalkhoudende grond van grote diepte is volgens ecologen ideaal als basis voor de spontane ontwikkeling van een interessante vegetatie.

Noord verrijkt ZuidNoord-verrijkt-Zuid
Daarom zijn we blij dat we die grond mochten gebruiken om oude vijanden bij elkaar te brengen. Bij de eerste vangpijpsloot en uitlaatkreek moest de oever aangevuld en geëgaliseerd worden. Dan is het wel zo bijzonder om Ruigoord Zuid een beetje te verrijken en aan te vullen met een stukje van Ruigoord Noord. Maar de Watergeuzen draaien zich vast om in hun graf.

voor-aanvullen-en-egaliseren

Vluchtelingen in vervlogen tijden – 16 september 2015

15 sep

Eend 17 zw op 100Gedurende de hele geschiedenis zijn er grote vluchtelingenstromen over de wereld getrokken, zoals we nu weer zien (en vrezen). Voor Haarlem en onze eendenkooi bleek die van de Vlamingen, vier-en-een-halve eeuw geleden, echter een enorme economische en culturele stimulans, na het verwoestende beleg van 1572; en voor de eendenkooi een zegen.

VluchtelingenstroomLieven-de-Key-stadhuis-Haarlem
Al in de Middeleeuwen bestond er een intensief handelscontact tussen de nog relatief jonge Hollandse plaatsen, en de oudere, succesvolle Vlaamse steden. Maar met name in 1585, na het (katholieke) Spaanse beleg van Antwerpen, trokken veel (protestante)Vlamingen naar het bevrijde Holland. Naast andere plaatsen, zoals Amsterdam, Delft en Leiden, was het vooral het door de Spanjaard verwoeste Haarlem (beleg 1572/1573) dat onderdak en werk bood aan ruim 22.000 Vlamingen. Rijke Vlaamse (en in mindere mate Brabantse en Waalse) koopliedenfamilies vestigden zich aan het Spaarne en brachten, vanuit steden als Antwerpen, Gent, Brugge, Ieper, Mechelen, Kortrijk en Oudenaarde een internationaal relatienetwerk, kennis en kapitaal mee. Rond 1625 bestond de bevolking van de negen grootste steden van Holland en Zeeland voor 42% uit Vlamingen en Brabanders van de eerste en tweede generatie. In 1622 was volgens schriftelijke bronnen zelfs 51% van de Haarlemmers van Vlaamse oorsprong.

CultuurWandtapijt-met-eendjes
Bekende Vlamingen waren bijvoorbeeld stadsbouwmeester Lieven de Key, schilder Frans Hals, Karel Mander (schrijver en schilder), Gillis van Coninxloo (landschapsschilder) en Adriaan Brouwer (schilder). Jan van Straet, Pieter Coecke-van Aelst, Pieter van Edingen en Jozeph Thybauts-Thierpont waren tapijtwevers die zeer tot de verbeelding spraken. De laatste kreeg in 1629 van het stadsbestuur van Haarlem de opdracht een imposant wandtapijt te weven van 2.40 meter hoog bij 10.25 meter lang. Het stelde de inname van (de Egyptische stad) Damiate voor, een historische gebeurtenis waar later het stadswapen van Haarlem op geïnspireerd is.

Economie
De verwoeste wijken van Haarlem werden mede herbouwd door Vlaamse bouwmeesters. Glazeniers, zilversmeden, pottenbakkers, Adriaan-Brouwer-herbergtafereel-met-gevangen-eendbierbrouwers, (laken)wevers en kunstschilders stimuleerden de economie en brachten met hun bourgondische, creatieve instelling ook een beetje leven in de sobere protestantse brouwerij. Deze levensgenieters kwamen oorspronkelijk uit het stroomgebied van de oude Schelde. Hier kwam een aantal belangrijke ambachten samen, die later in de regio Haarlem tot bloei konden komen. Het was ook in deze omgeving dat de allereerste eendenkooien ontstonden in de vroege 14de eeuw. In Bornem en Berlare aan de Schelde staan ook nu nog beroemde kooien.

Invloed op de eendenkooide-eendenkooi-van-Bornhem
In het vorige blog betoogden we al dat de Vlaamse invloeden op de eendenkooi groot waren. Het is realistisch aan te nemen dat de bouw van eendenkooien in Holland ook geprofiteerd heeft van de stroom goed opgeleide vluchtelingen, die in ons waterrijke gebied de mogelijkheden van de eendenvangst zagen. Onderzoek toont aan dat de meeste kooien werden aangelegd vanaf de late 16de eeuw. Dat strookt met de gegevens over de migratie van de zuidelijke naar de noordelijke Nederlanden. Er zijn zelfs wetenschappers die betogen dat de Gouden Eeuw zonder die Vlaamse, Brabantse en Waalse vluchtelingen niet bestaan zou hebben. En dat zou voor onze kooiker pas een ramp geweest zijn. Want eendenboutjes waren ook toen al een delicatesse die niet iedereen zich kon veroorloven.

Onderzoek en overwegingen bij de aankleding van de vangpijp – 25 augustus 2015

25 aug

eendjeWe weten uit schriftelijke bronnen niet zoveel specifieks van de bouw en werking van de eendenkooi van Ruigoord. Dat maakt een historisch verantwoorde reconstructie lastig, maar het biedt ook mogelijkheden.

Voor recreanten, enthousiastelingen en kennersParadijsje aan het fietspad
Het is voor ons – vanwege het gebrek aan ruimte tussen de bouwkavels, de golfclub en het fietspad – niet goed mogelijk onze ‘kijkdoos’kooi helemaal functioneel op te bouwen. Daarnaast hebben we te weinig schriftelijke bronnen om zeker te weten hoe de kooi er oorspronkelijk uitzag en welke materialen er zijn gebruikt. We moeten het dus doen met verwijzingen in historische literatuur en gegevens van vergelijkbare kooien. Dat leidt tot beperkingen en interpretaties, maar biedt ons ook een manier om ons te onderscheiden. Dat zullen we met name zo proberen te doen dat het, naast de zeer welkome recreanten, ook voor enthousiastelingen en kenners in de toekomst de moeite waard blijft de eendenkooi van Ruigoord te bezoeken.

Vlaamse invloedenHoge beugels tov de schermen
In het vorige blog hadden we het al over Vlaamse en Noord-Hollandse invloeden die we beide willen laten zien. We nemen daarbij de oudste Vlaamse invloeden als uitgangspunt. In de 16de eeuw, ten tijde van de Spaanse overheersing vluchtten vele Vlaamse ambachtslieden naar onze contreien. Met name ook de regio Haarlem kende in de beginjaren van onze kooi zeer sterke Vlaamse ambachtsinvloeden met o.a. bouwmeester Lieve de Key, vaklieden op het gebied van de vervaardiging van linnen/textiel, het brouwen van bier, en kunstenaars zoals Frans Hals. Het is dus aannemelijk, zoals in het vorige blog betoogd, dat de invloed uit de zuidelijke Nederlanden groot was.

Hoge, ronde bogenOpgebouwd uit zes latten
Het aanbrengen van de typisch Vlaamse, dikke, rietschermen is daarvan het resultaat. Daarnaast is het interessant om te kijken hoe 16e en 17e eeuwse kunstenaars als Frans Hals de vormgeving van eendenkooien zagen en vastlegden in aantrekkelijke en romantische plaatjes. Opvallend is, dat in deze vroege periode overwegend gekozen werd voor relatief hoge, ronde bogen als overspanning van de vangpijpsloot; de vangpijp’beugels’. Die waren hoog in verhouding tot de rietschermen.
Deze beugels werden destijds gemaakt van buigzaam hout – vaak lokaal essen- of wilgenhout – met een dikte van zo’n 7 a 8 cm. Dat was ruim voorhanden, maar weinig duurzaam en daarmee dus zeer onderhoudsgevoelig. Frans Rodenburg gaat ervan uit dat onze kooiker van Ruigoord, naast wilg, berk en es, destijds ook aan duurzamer hout kon komen. Resten eikenhout waren, vanwege de vele scheepswerven in het gebied, ook tegen redelijke kosten te krijgen. Het is aannemelijk dat de ronde vorm van de vangpijpbeugels de sterkste was tegen de laagste kosten aan materiaal. Pas veel later, vanaf de helft van 19e eeuw, werd metaal als overspanningsmateriaal op eendenkooien gebruikt (toen onze kooi al op zijn retour was). Bij de introductie daarvan verdween langzamerhand de aantrekkelijke hoge vorm en werden de bogen steeds lager. Nog later evolueerde dat tot de Noord-Hollandse vangpijpbeugels met een platte bovenkant. We zijn van plan die later te laten terugkomen, in het eindstuk van de vangpijp.

ProefbeugelDe eerste vangpijpbeugel is klaar
Als proef heeft Frans nu van grenenhout een eerste (grootste) hoge vangpijpbeugel gebogen met een overspanning van bijna acht meter. De acht centimeter dikke boog is opgebouwd uit zes planken van 1,4 cm. Deze buigen goed en houden elkaar, door de gelamineerde opbouw, goed in vorm. Een tweede, iets kleinere beugel is in voorbereiding. De oorspronkelijke kooiker van Ruigoord heeft in de 17de eeuw, na het afleveren van de eendenvangst op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam, vast wel wat materiaalrestanten en zwarte teer kunnen meenemen of kopen. Door de vele pakhuisbouwplaatsen en de scheepswerven was dat ruim voorhanden. Onze eerste beugel heeft dus ook een kwastje zwart gekregen(!).

Congres GroenkapitaalNH op 11 februari 2015

16 feb

Eend-8-op-100-pxCongresDe-eendenkooi-en-de-bedrijven
Samen met 44 andere natuurinitiatieven was de eendenkooi van Ruigoord op woensdag 11 februari aanwezig op het congres GroenkapitaalNH.nl. Met dit congres wilde de provincie Noord-Holland een aanzet geven om het tij van de afnemende biodiversiteit te keren. De natuurpartners van de provincie tekenden tijdens het congres een verklaring waarin zij de provincie oproepen samen met hen de natuur te versterken. Een jury en de bezoekers van het congres kenden ‘de gouden roerdomp’ toe aan het meest aansprekende initiatief om biodiversiteit te stimuleren.

Initiatieven van de Amsterdamse HavenFrans-geeft-uitleg-bij-de-film-over-de-eendenkooi
Namens het Amsterdamse Havenbedrijf waren de eendenkooi van Ruigoord en de biodiversiteitsprojecten aanwezig. De eendenkooi neemt ook deel in deze pilot, niet alleen door de aanleg van de kooi, maar ook door bijvoorbeeld vleermuizen maximale ruimte te geven, de oevers ecologisch aan te leggen en een orchideeënveld aan te leggen. Samen met de toenemende mogelijkheden voor tijdelijke natuur hebben de vele hectares van het havengebied een echte impact op de biodiversiteit in Noord-Holland.

Gouden Roerdomp

foto: prov NH

foto: prov NH

Noord-Hollands Gedeputeerde Jaap Bond reikte de prijs voor het meest aansprekende initiatief uit aan biologische bollenboer John Huiberts. Die pakt het op zijn bedrijf in St. Maartensbrug anders aan. Hij bestrijdt ziektes en plagen met een gezonde bodem, ploegt de grond niet meer om en geeft akkerranden meer ruimte. Daardoor is in die randen meer plaats voor de natuurlijke vijanden van schadelijke dieren.

Meer informatie is te vinden op: http://www.noord-holland.nl/web/Projecten/Groen-Kapitaal.htm en op www.groenkapitaalNH.nl (op moment van publicatie was de site uit de lucht, maar wellicht is dat tijdelijk)

Beschoeiing en andere oeverproblemen en -oplossingen; exoten op de eendenkooi – 4 december 2014

4 dec

Muskusrat--tekeningNa het verzagen van de eik in het Amsterdamse bos vordert het maken en plaatsen van de beschoeiing van de eerste vangpijp gestaag. Daar blijft de oever gegarandeerd tientallen jaren goed. In de rest van de kooiplas staat de oever bloot aan allerlei aanvallen; van weer, wind en een te goed ge-integreerde vreemdeling.

Beschoeiing gaat doorFrans-plaatst-beschoeiing
Ondanks het koude weer van de afgelopen tijd gaat het beschoeien van de vangpijp door. Frans Rodenburg gaat zelf regelmatig ook aan de slag om de snelheid er een beetje in te houden. De door de deelnemers gemaakte planken moeten netjes in het ijskoude water aan de paaltjes worden vastgemaakt.

Onwelkome exoot
De muskusrat is, ondanks zijn naam, geen echte rat. Hij komt pas vanaf het begin van de 20ste eeuw in Europa voor, toen hij door de mens uit Noord Amerika werd ingevoerd o.a. voor de pelsfokkerij. muskusrat-in-Noord-Amerika‘Ondatra Zibethicus’, zoals zijn Latijnse naam luidt, heeft een kop-romplengte van 25 à 40 cm en een afgeplatte (zwem)staart van zo’n 19 tot 28 cm lang. Hij kan een gewicht bereiken tot 1700 gram en is daarmee vier keer zo zwaar als de bruine rat. Op zich is het een mooi en sympathiek dier, ware het niet dat deze riet- en planteneter zijn hol het liefst in opstaande walkanten (en dus ook dijken) graaft. Met name in ons veenweide- en dijkgebied voelt hij zich heel erg thuis. Een volwassen muskusrat verzet wel 13 kruiwagens (1 kuub) grond per jaar. Je kunt je voorstellen dat dat gevaarlijke verzakkingen van dijken en waterkeringen tot gevolg kan hebben. En omdat hij geen natuurlijke vijanden heeft moét de mens wel ingrijpen; je kunt ook té goed ge-integreerd zijn.

PreventiefRon-Koopmans-aan-het-werk-op-de-kooi-
Ron Koopmans is professioneel muskusrattenvanger in dienst van het waterschap van Rijnland. Hij vangt de knagertjes d.m.v. metalen klemmen die hij vlak onder het wateroppervlak, in de wallenkant, direct voor de ingang van een rattenhol plaatst. Als een van de bewoners de klem passeert slaat deze dicht en is de rat op slag dood. Ron vangt in zijn hele werkgebied (bijna 900 km watergangen), jaarlijks zo’n 100 tot 120 stuks ratten. Het is daarom opvallend dat hij op de eendenkooi binnen twee dagen zeven stuks heeft weten te verschalken! Omdat de muskusrat zich ook nog eens snel voortplant (twee, soms drie nesten, van vijf tot zeven jongen, per jaar), probeert het waterschap actief de populaties zo klein mogelijk te houden. En Ron legt uit dat je er zo snel mogelijk bij moet zijn, omdat het anders helemaal uit de hand loopt. Het plaatsen van zoveel mogelijk beschoeiing zal daarom in de toekomst zeker helpen te voorkomen dat meer ratten hier hun holen kunnen gaan maken.

Recept voor de feestdagen
Nu is de muskusrat ook wel bekend van de Vlaamse menukaart, onder de naam van ‘waterkonijn’. Als seizoensgerecht in de herfst en oogstmaanden, in een stoofschoteltje, gesudderd in bokbier met pruimen, schijnt het heerlijk te zijn. Wat ons betreft is dat voor de komende feestdagen een aanrader; weer eens wat anders dan eendenbout.



							

Eikenhout zagen in een jarig bos – 15 oktober 2014

15 okt

Eend-16-zw-op100Jarig Bos
Het Amsterdamse Bos is dit jaar tachtig geworden; tachtig jaar waarin de kleine eikenscheutjes die toen door de werklozen zijn geplant, konden uitgroeien tot volwassen bomen. Van dat eerbiedwaardige eikenhout hebben we eind september in de zagerij in het bos een boom mogen verzagen voor de beschoeiing van de eendenkooi. Een aantal deelnemers ging mee om eens te kijken hoe dat tegenwoordig gaat.

Van Hanze- naar havenstedenzagen-met-de-hand
Nederland was vroeger dicht bebost met loofhout, waaronder veel eikenhout. Maar tot en met de 13e eeuw hebben de Hollanders die mooie bossen grotendeels gekapt. Het hout werd verwerkt in gebouwen en schepen en het werd gebruikt als brandhout. Tot op de dag van vandaag is Nederland hierdoor, samen met Engeland en Ierland, een van de dunst beboste landen van Europa geworden. Gelukkig vonden in de 14e eeuw een aantal Hollandse en Vlaamse steden adequaat aansluiting bij de Hanze-handelsroute op Scandinavië en de Oostzee. Naast o.a. haring, huiden en meel vond toen ook veel eiken- en grenenhout zijn weg naar steden als Kampen, Groningen, Deventer en Nijmegen. Eind 16e, begin 17e eeuw verplaatste deze houthandel zich meer naar havensteden als Enkhuizen, Hoorn en Amsterdam, waar o.a. grote hoeveelheden Deens eiken en Noors grenen werden gelost. En de restanten en het sloophout werden vaak ook opgekocht door lokale boeren en kooikers.

Krukaszaagraam-in-een-houtzaagmolen
Een belangrijk jaar voor de regio rond de haven van Amsterdam was 1592. Cornelis Corneliszoon van Uitgeest bouwde in een bestaand windmolen-ontwerp een krukas. Daardoor kon de ronddraaiende beweging van de molen-as worden omgezet in een op-en-neer gaande beweging van zogenoemde ‘zaagramen’. Dat maakte het zagen van hout veel sneller en accurater dan met de hand mogelijk was. In 1596 draaide de eerste houtzaagmolen in Zaandam, maar dat aantal groeide snel tot zo’n 240 stuks houtzagers. Daarmee konden er rond Amsterdam en de Haven sneller pakhuizen en handelsschepen gebouwd worden dan waar dan ook ter wereld. Er zijn zelfs mensen die beweren dat deze vinding mede de grondslag vormde van de welvaart van de Gouden Eeuw.

Modern zagenDe-stam-wordt-op-de-zaagmachine-geladen
Vanuit deze vinding ontwikkelden zich de moderne lintzagen die we tegenwoordig vaak gebruiken. In het Amsterdamse Bos staat een ‘mobiele’ zaagmachine. Machines als deze Wood-Mizer worden, veelal voorzien van een benzinemotor, in Noord Amerika en Noord Europa veel gebruikt voor het verwerken van hout in de bossen zelf. Ze zijn makkelijk achter een vrachtwagen of 4wheeldrive te hangen en snel op te zetten. Voordeel is dat gezaagd hout makkelijk is te vervoeren dan grote stammen. Iedereen, die wel eens naar ‘swamploggers’ kijkt op Discovery Channel, weet lastig dat is.

Zelf kijken...tot-er-echt-mooie-planken-over-zijn
De deelnemers van de Eendenkooi mochten eind september een ochtend mee om te kijken hoe een eiken stam tot planken werd verzaagd. Die planken gaan ze zelf gebruiken voor de beschoeiing van de eerste vangpijp. En dan is het toch, eigenlijk net als met melk, leuker als je precies weet waar het vandaan komt. Terug op de eendenkooi konden de jongens met hun eigen hout aan de slag.
We hopen ook nog eens op bezoek te gaan in een echte ouderwetse houtzaagmolen op windkracht. Maar daarover later meer.

Interview Remco Barkhuis: de mooie combinatie van bevorderen van natuurwaarden en havenontwikkeling – 23 september 2014

23 sep

Eend-3 op100Havenbedrijf Amsterdam wil groeien met behoud van ecologische waarden en biodiversiteit. Hoe pak je dat nou aan? Een interview met het hoofd Infrastructuur van het Havenbedrijf, Remco Barkhuis.

InleidingTiendoornig-stekelbaarsje-profiteert-ook-van-vismigratie
Havenbedrijf Amsterdam beheert de vierde haven van Europa en wil slim verder groeien. Maar die groei moet wel duurzaam zijn; die groei moet banen en inkomsten opleveren, maar mag de kwaliteit van water, bodem en lucht niet aantasten. De eendenkooi van Ruigoord maakt, samen met o.a. vleermuizenonderzoek en vismigratie, deel uit van een pilot. Hierin wordt biodiversiteit opgenomen in de strategie en de dagelijkse praktijk van Havenbedrijf Amsterdam. Maar daarnaast besteden Remco Barkhuis en zijn mensen veel aandacht aan het fenomeen ‘tijdelijke natuur’ (zie daar ook de video op de homepage). Dat blijkt postieve gevolgen te hebben voor de eendenkooi, de haven en ver daarbuiten.

Remco BarkhuisRemco-bij-de-eendenkooi
Barkhuis is Hoofd cluster Infrastructuur en Geoinfo van Havenbedrijf Amsterdam. Hij gaat dus over de fysieke inrichting van het gebied, over water, kades, gebouwen, wegen en terreinen. Hij gaat over vierkante meters, asfalt, beton en stenen. Een innige relatie met natuur ligt dus niet heel erg voor de hand, maar juist de combinatie van infrastructuur met zijn affiniteit met de natuur en biodiversiteit heeft grote voordelen, vindt hij. Hij kan de ontwikkeling van de haven en de natuur op elkaar afstemmen. Barkhuis werkt hierin samen met oud stadsecoloog Martin Melchers en, voor wat betreft de vleermuizen in het gebied, met Daan van den Elsken van Elsken Ecologie.

Tijdelijke natuur
Tot vijf jaar geleden leken bouwgrond en natuur elkaar uitsluitende grootheden; het was het één of het ander. Bedrijven deden heel erg hun best om te zorgen dat er zich geen beschermde soorten flora of fauna op hun terreinen konden vestigen. Want dat kon zomaar jaren vertraging van het project opleveren, met alle financiële gevolgen van dien. Sinds enige jaren is dat echter veranderd. Nieuw beleid maakt het mogelijk om beschermde plant- en diersoorten tijdelijk de ruimte te bieden. Als de bouw van start gaat mogen die verwijderd (lees verplaatst) worden.

Ontheffingrugstreeppad-©-Elken-Ecology
Door tijdig een ontheffing voor tijdelijke natuur aan te vragen en het terrein verder met rust te laten, kan die natuur zich vestigen en ontwikkelen. Je mag het zelfs stimuleren. Barkhuis: “Het is dus eigenlijk het beste van beide werelden, want als er ruimte is voor natuur kan die haar gang gaan en als er gebouwd moet worden, dan is de vergunning al geregeld. Mensen die nu nog klagen dat hun project wordt opgehouden door bijvoorbeeld de rugstreeppad, hebben het aan zichzelf te danken, doordat zij hun ontheffingen niet op orde hebben.”

De Haven als ‘natuurgebied’ Daan-vd-Elsken-bij-de-grootste-vleermuiskast-in-de-haven
In de haven van Amsterdam ligt ongeveer 200 hectare (bouw)grond braak. Barkhuis: “Daar groeien onder andere zo’n 40.000 orchideeën. Als er grond wordt uitgegeven aan bedrijven, kunnen we de bloemen verplaatsen naar bijvoorbeeld vochtige bermen elders in de haven. We gaan ook meer doen aan waterberging in combinatie met orchideëen en we proberen bijvoorbeeld paddenpoeltjes aan te leggen op plekjes waar sowieso niet gebouwd gaat worden. Juist dat ruige van terreinen die een tijdje met rust gelaten worden is ecologisch interessant. Zelfs op de autosloperijen hier in de buurt komen heel interessante plant- en diersoorten voor. Wat je in ieder geval niet moet hebben, is alleen maar gras en bomen. Het ziet er misschien wel netjes uit, maar ecologisch gezien is dat een woestijn.”

Permanente effecten van tijdelijke natuurmoeraswespenorchis-©-Elsken-Ecologie
Uit onderzoek blijkt dat tijdelijke natuur positieve effecten heeft, niet alleen op beschermde soorten, maar ook op de natuur in het algemeen. Ook blijkt dat die tijdelijke natuur permanente effecten heeft, niet alleen voor het havengebied, maar ver daarbuiten. Het gaat met name om permanente groei van populaties, vooral de pioniers. Als oeverzwaluwen de kans krijgen 5 jaar ergens te nestelen, dan zoeken ze, als de tijdelijke nesten weg zijn, ergens anders een plekje. Groei van nestgelegenheid, al is die tijdelijk, betekent groei van de populatie. Als die tijdelijke nesten er niet waren geweest, dan was die specifieke oeverzwaluw-populatie niet zo gegroeid! Dat geldt voor alle soorten. Tijdelijke natuur heeft dus een permanent positief effect op het hele eco-systeem.
Én meer natuur maakt het gebied aantrekkelijk voor bezoekers en werknemers (fietsend naar het werk of wandelend in de pauze) En omdat gelukkige werknemers gezondere werknemers zijn is er ook een economisch belang voor de bedrijven in de haven.

Vangpijpbeschoeiing, vleermuizenkasten en groeiende bomen; een drukke dag op de kooi – 23 juni 2014

23 jun

Eend-9-op100De afgelopen maanden werden de vormen van de eerste vangpijp zichtbaar. Toch ging dat te langzaam omdat het een enorm karwei was de eikenhouten paaltjes voor de beschoeiing met de hand in de klei te slaan. Op 16 juni was het tijd voor drastische maatregelen. (zie ook het filmfragment van Museion Media)

Beschoeiing van de vangpijpook-restanthout-wordt-gebruikt
Al een tijdje staan en liggen er paaltjes langs de contouren van de eerste van de drie vangpijpen. Het was al een enorm karwei om die paaltjes te maken. Dikke planken van houtbedrijf De Grootte Keyser, gekocht uit de bossen van Staatsbosbeheer, werd machinaal in lange palen gezaagd. Vroeger werd het mooiste hout door inkopers geleverd aan de scheepswerven. De kooikers, boeren e.d. kochten dan vaak het restant op. Zo komen we weer een beetje terug naar de oorsprong. Het inkorten en punten van de paaltjes deden de deelnemers met de hand. Dat had verschillende redenen; ten eerste is het belangrijk dat ze fysiek bezig zijn, ten tweede leert het ze het verschil tussen het zagen van verschillende houtsoorten – er is een groot verschil tussen bijvoorbeeld eiken en grenen – en ten derde moet de ideale punt goed uitgerekend worden. Daarvoor moet je kunnen meten en rekenen, en dat is weer goed voor de schoolprestaties.

Paaltjes in de klei ‘slaan’Frans-en-Koen-bezig-met-de-paaltjes
Maar toen alle paaltjes klaar waren, bleek de klei in de vangpijp zo zwaar te zijn dat het ondoenlijk was ze met een voorhamer in de grond te slaan. Daarom had Frans Rodenburg de firma Hoogvliet bereid gevonden de beschoeiingspaaltjes machinaal mores te leren. Koen Hoogvliet gebruikte een klein ‘kraantje’ om ruim 100 stuks in korte tijd, en met grote precisie, in de grond te drukken. Dat heeft in de 17de eeuw heel wat meer moeite gekost. Een behulpzame deelnemer mocht zelfs ook even ‘oefenen’ op het kraantje. Een grote glimlach en uiterste concentratie vochten op zijn gezicht om voorrang. Dat overkomt je als scholier niet snel. Cool man!!

Laatste vleermuizenkastenMeervoudige-vleermuizenkast-lekker-beschut-onder-de-dakrand-van-de-werkruimte
Ecoloog Daan van der Elsken, die voor het Amsterdamse Havenbedrijf de vleermuizen in het havengebied bestudeert, had 10 meervoudige en een enkelvoudige vleermuizenkast bij ons besteld. Zes daarvan waren al geleverd en opgehangen. Twee werden door een deelnemer op de eendenkooi zelf opgehangen; een kast tegen een boom aan de kooiplas en eentje tegen de gevel van de werkruimte. Die hangt nu, lekker beschut tegen regen en wind, vlak onder de dakrand. Een zogenoemd ‘mestplankje’ wordt er later nog aan bevestigd. Daarop valt de vleermuizenpoep, waardoor je snel kunt kijken of de kast bewoont is, zonder de kast open te maken. Vanwege de relatieve rust op de eendenkooi verwachten we dat het niet al te lang zal duren voordat de eerste vleermuizen zich melden. We hebben nu dus nog drie over die, op aanwijzing van de ecoloog, in het Havengebied zullen worden opgehangen.

Ontwikkeling van de ‘bomensingel’De-bomen-voor-de-werkruimte-links,-vanaf-de-achtste-hole
In november vorig jaar werden de eerste bomen geplant en in april schreven we ook over de bomensingel, vangpijp en vleermuizenkasten. De bomensingel was bedoeld om het zicht van de golfers op de werkruimte weg te nemen. Daarna is op de scheiding tussen kooi en golfclub een grote hoeveelheid bloemen- en plantenzaad gestrooid. Om te zien in hoeverre al deze maatregelen hebben geholpen mochten we op 16 juni even op de achtste hole kijken. Hoewel het nog niet indrukwekkend is, ziet het er al veel beter uit dan in de winter. Gelukkig groeien de wilgen heel snel, dus we hebben goede hoop dat het beeld nog veel mooier wordt.

Kijk hier voor een korte filmimpressie van Museion Media